Q&A Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders

Afgelopen juni informeerde de minister voor langdurige zorg de Tweede Kamer over de aanpak van zorgfraude. In haar brief licht de minister toe hoe invulling zal worden gegeven aan de brede ambitie om op te treden tegen fraude in de zorgsector en daarmee de aanpak van niet-integere zorgaanbieders. Onderdeel hiervan is de invoering van aanvullende maatregelen met het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (‘Wibz’).

In deze bijdrage een korte Q&A over de Wibz.

Waarom zijn volgens de minister aanvullende maatregelen noodzakelijk?

De Algemene Rekenkamer heeft een onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van de fraudebestrijding. De constateringen van de Rekenkamer zoals gepubliceerd in het rapport ‘Een zorgelijk gebrek aan daadkracht – onderzoek naar de effectiviteit van zorgfraudebestrijding’ geven volgens de minister pijnlijk weer dat het huidige beleid niet of nauwelijks werkt. Volgens de minister herkennen alle partners van het Bestuurlijk Overleg Taskforce Integriteit Zorgsector (‘TIZ’) de bevindingen van het onderzoek en erkennen de partners de stevige conclusies en aanbevelingen. Eenieder is het erover eens dat de huidige aanpak beter kan én moet, aldus de minister.

Hoe verhoudt de Wibz zich tot de (A)Wtza?

Waar de Wtza ten doel heeft de kwaliteit van zorg te verbeteren, ligt het doel van de Wibz in het borgen van de integriteit van zorginstellingen. Met de Wibz wordt beoogd het externe toezicht op de integere en professionele bedrijfsvoering binnen zorgaanbieders verder te versterken. Een deel van de met de Wibz beoogde normen is reeds opgenomen in de Wtza en het Uitvoeringsbesluit Wtza (in werking getreden per 1 januari 2022). De Wibz bouwt op de (A)Wtza voort. Zo wordt bijvoorbeeld beoogd extra weigerings- en intrekkingsgronden aan een Wtza-vergunning te verbinden (zie ook hierna).

Waarom volstaat de Governancecode Zorg volgens de minister niet?

Volgens de minister leven veel instellingen de bepalingen uit de Governancecode Zorg in de praktijk na. De IGJ betrekt de naleving van de Governancecode Zorg in haar toezicht, omdat deze als veldnorm een uiting is van de opvattingen over goed bestuur binnen de sector. De Governancecode Zorg vormt echter geen zelfstandige publiekrechtelijke grondslag voor toezicht of handhaving door de externe toezichthouder. Gezien het publieke belang van de zorg en de wijze waarop de zorg gefinancierd is, acht de minister de huidige privaatrechtelijke waarborgen onvoldoende om de publieke belangen van betaalbare zorg en de doelmatige besteding van zorggeld te waarborgen.

Wat is het doel van de Wibz?

Met de Wibz wordt het volgende beoogd:

  1. Het beter borgen van de integere bedrijfsvoering van zorgaanbieders door het aanscherpen van de publiekrechtelijke randvoorwaarden aan de bedrijfsvoering.
  2. Het externe toezicht voorzien van extra handvatten om zorgaanbieders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een integere bedrijfsvoering. Bij twijfels over tegenstrijdige belangen of excessieve winstuitkering door zorgorganisaties moet het externe toezicht in de toekomst sneller en voortvarender kunnen optreden en bestuurders die met de verkeerde intenties aan de slag willen binnen de zorg moeten beter kunnen worden geweerd.

Wat gaat de Wibz op hooflijnen inhouden?

Op hoofdlijnen zal de Wibz uit de volgende onderdelen bestaan:

  1. Wettelijke normen ter voorkoming van negatieve gevolgen van tegenstrijdige belangen binnen zorgorganisaties door de introductie van publiekrechtelijke regels voor de omgang met tegenstrijdige belangen. En een norm ter waarborging van de normale marktvoorwaarden bij van betekenis zijnde transacties.
  2. Het winstuitkeringsverbod blijft bestaan en blijft gelden voor hoofdaannemers van intramurale Zvw- en Wlz-zorg. Daarnaast wordt de mogelijkheid geïntroduceerd om voorwaarden te stellen aan winstuitkering door onderaannemers in de intramurale zorg, en voor hoofd- en onderaannemers in de extramurale zorg. Of die voorwaarden er daadwerkelijk komen en welke voorwaarden dat dan zouden zijn, zal per deelsector worden bezien.
  3. Het verbinden van extra weigerings- en intrekkingsgronden aan een Wtza-vergunning zodat aanbieders én personen die de verkeerde intenties hebben of eerder de fout in zijn gegaan beter kunnen worden geweerd.
  4. Omdat er randvoorwaarden aan de integriteit van de bedrijfsvoering worden gesteld en hierop toezicht wordt gehouden, is de toestemming vooraf voor vervreemding van vastgoed niet meer noodzakelijk.

Welke zorgaanbieders gaan (mogelijk) onder de reikwijdte van de Wibz vallen?

De maatregelen in het wetsvoorstel hebben betrekking op alle aanbieders die Zvw-zorg en Wlz-zorg leveren. De bepalingen ten aanzien van tegenstrijdige belangen en winstuitkeringen zijn ook op aanbieders van Jeugdhulp en gecertificeerde instellingen van toepassing. Daarnaast onderzoekt de minister samen met de minister voor Rechtsbescherming of de maatregelen uit het wetsvoorstel ook voor de forensische zorg kunnen gaan gelden.

Hoe zal invulling worden gegeven aan het toezicht op niet-integer gedrag?

Door het toezicht van de NZa met het wetsvoorstel te verruimen kan eerder worden opgetreden bij niet-integer gedrag bij tegenstrijdige belangen en excessieve winstuitkering. Deze algemene normen voor integere bedrijfsvoering zien ook op vastgoedtransacties door zorgaanbieders. Met dit wetsvoorstel wordt dus geregeld dat de NZa ook direct kan optreden bij excessen die voortvloeien uit een niet-integere besluitvormingsprocedure bij tegenstrijdige belangen. Hierbij blijft volgens de minister voldoende ruimte over voor zorgaanbieders om zelf verantwoordelijk te blijven voor de (inrichting van de) bedrijfsvoering van de zorginstelling.

Wat is de beoogde ingangsdatum van de Wibz?

De bedoeling is dat de wet per 1 januari 2025 ingaat. De minister heeft aangegeven ernaar te streven om de internetconsultatie in de tweede helft van dit jaar (2022) te laten plaatsvinden.

Interessante artikelen voor u

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?