Pensioenverevening ondanks afstand in het echtscheidingsconvenant

Ondanks afstand in het echtscheidingsconvenant tóch pensioenverevening

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft op 26 januari 2016 een arrest gewezen waarin een bepaling uit het echtscheidingsconvenant over pensioenaanspraken buiten werking werd gesteld op grond van de redelijkheid en billijkheid.

Casus

Partijen waren in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. In juni 2012 werd tussen hen de echtscheiding uitgesproken. De gevolgen van de scheiding hadden partijen onder begeleiding van een mediator en financieel planner geregeld en schriftelijk vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. In dit convenant werd onder meer afgesproken dat de tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen niet zouden worden verevend volgens de Wet Verevening Pensioenrechten na scheiding (Wet VPS). In het echtscheidingsconvenant waren partijen ook een regeling voor de partneralimentatie overeengekomen. In afwijking van de wettelijke alimentatieduur van 12 jaar vanaf de datum van ontbinding van het huwelijk hebben partijen deze termijn in het echtscheidingsconvenant verkort. De echtelijke woning met overwaarde werd aan de man toegedeeld. In ruil daarvoor werd aan de vrouw een niet-opeisbare vordering in de nalatenschap van haar vader toegedeeld. De omvang van die vordering zou pas na het overlijden van de langstlevende echtgenoot (van vader) bekend zijn. De inboedel hadden partijen samen verdeeld, evenals de overige vermogensbestanddelen van de huwelijksgoederengemeenschap.

In december 2012 heeft de vrouw via haar advocaat aan de man gevraagd of hij alsnog bereid was terug te komen op de inhoud van het echtscheidingsconvenant, omdat de vrouw daardoor aanzienlijk (voor meer dan een kwart van de totale waarde van de gemeenschap) werd benadeeld. Partijen konden geen hierover echter geen overeenstemming bereiken.

Rechtbank

De vrouw heeft de man in augustus 2013 gedagvaard. In de procedure bij de rechtbank vorderde de vrouw vernietiging van het convenant wegens dwaling dan wel misbruik van omstandigheden dan wel een verklaring voor recht dat de verdeling nietig was wegens benadeling voor meer dan een kwart. Ook verzocht de vrouw de rechtbank om de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen op de door de vrouw aangegeven wijze. Tenslotte vorderde zij de man te veroordelen tot pensioenverevening. De rechtbank heeft alle vorderingen van de vrouw afgewezen. De vrouw heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.

Gerechtshof

Het antwoord van het hof op de vraag of de tussen partijen afgesproken afstand van pensioenverevening in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, luidt bevestigend.

Het hof overweegt daartoe dat de zorgplicht die echtgenoten jegens elkaar hebben, ook na de echtscheiding voortduurt. De Wet VPS is hiervan een uitvloeisel. Deze zorgplicht geldt temeer in een zogenaamd traditioneel huwelijk. Vast staat dat de vrouw tijdens het huwelijk en ook daarna geen pensioenrechten heeft opgebouwd, terwijl de aanspraken van de man aanzienlijk waren. Er bestond derhalve een grote discrepantie tussen de door ieder van de echtgenoten opgebouwde pensioenrechten. Voorts stelt het hof vast dat de vrouw voor het afzien van pensioenverevening op geen enkele wijze financieel gecompenseerd wordt, door bijvoorbeeld een voor haar gunstige regeling van de verdeling en/of een hoge alimentatie van lange duur. In tegendeel. De man heeft bij de verdeling de woning met een forse overwaarde toegedeeld gekregen, in ruil waarvoor aan de vrouw een niet-opeisbare erfrechtelijke vordering is toegescheiden waarvan niet vast staat of deze vordering, op het moment dat deze opeisbaar wordt, nog een waarde vertegenwoordigt en zo ja welke waarde. De vrouw ontvangt daarnaast een beperkt bedrag per maand aan alimentatie en de duur van de alimentatie is teruggebracht tot de helft van de wettelijke termijn. Daarbij komt dat de man niet heeft aangetoond dat de omvang van de opgebouwde pensioenrechten, en het deel daarvan waarop de vrouw normaal gesproken recht zou hebben gehad, in de gesprekken voorafgaande aan het sluiten van het convenant aan de orde zijn geweest op een zodanige wijze dat de vrouw de gevolgen van haar keuze om af te zien van pensioenverevening heeft kunnen overzien. Het hof neemt daarom aan dat de vrouw afstand heeft gedaan van pensioenverevening, terwijl haar niet concreet en nauwkeurig voor ogen stond wat zij prijsgaf. Dit alles in aanmerking genomen komt het hof tot het oordeel dat de uitsluiting van pensioenverevening in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit betekent dat de man geen beroep kan doen op de bepaling in het convenant waarbij de vrouw afstand doet van pensioenverevening.

Wilt u de hele uitspraak lezen? Deze is terug te vinden op www.rechtspraak.nl onder de zoekterm ECLI:NL:GHAMS:2016:191.

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar