Peeters/Gatzen-vordering

Peeters/Gatzen-vordering valt niet onder Insolventieverordening

In het arrest Rosbeek q.q./BNP Paribas Fortis heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) prejudiciële vragen beantwoord die waren gesteld door onze Hoge Raad.[1] De uitkomst is van groot belang voor Nederlandse faillissementen met een internationale component.

Regelmatig strekken de tentakels van een Nederlands faillissement zich over onze landsgrenzen uit. Zo ook in deze zaak, waarvan de casus tot de verbeelding spreekt. Een Nederlandse deurwaarder had cliëntgelden ter waarde van € 550.000,- overgemaakt naar zijn bankrekening bij het Belgische BNP Paribas Fortis. Vervolgens had hij deze gelden contant opgenomen bij een Belgisch filiaal van diezelfde bank. Hierdoor konden de gelden niet meer worden getraceerd. Daarna gebeurde het onvermijdelijke: de deurwaarder en zijn kantoor gingen failliet, en er werd een curator aangesteld. De curator probeerde de schade die de deurwaarder had veroorzaakt vergoed te krijgen. Daartoe sprak hij op een zeker moment ook BNP Paribas Fortis aan. De curator meende dat de bank onrechtmatig had gehandeld jegens de gezamenlijke schuldeisers van het deurwaarderskantoor en haar voormalig directeur door “zonder slag of stoot”, en zonder te voldoen aan haar wettelijke verplichtingen, mee te werken aan de opnames in contanten, waardoor de schuldeisers in de beide faillissementen schade hadden geleden. Een dergelijke onrechtmatige daadvordering, die ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers door de curator wordt ingesteld, wordt ook wel de ‘Peeters/Gatzen-vordering’ (hierna “PGV”) genoemd.[2]

Een belangrijk onderwerp van de rechtsstrijd tussen de curator en de bank werd de vraag welke rechter nu eigenlijk bevoegd was van deze PGV kennis te nemen. Was dat de Nederlandse rechter, omdat het ging om een Nederlands faillissement? Of was dat de Belgische rechter, omdat de gedaagde uit België kwam? Het antwoord op deze vraag was niet eenvoudig te geven. Dat had alles te maken met het tweeledige karakter van de PGV. Aan de ene kant is zij een onrechtmatige daadvordering en zou de rechtsmacht bepaald moeten worden aan de hand van de EEX-Verordening, maar andere kant kan zij alleen door een curator worden ingesteld en zou de rechtsmacht dus aan de hand van de Europese Insolventieverordening moeten worden bepaald. De crux was natuurlijk dat afhankelijk van de gekozen route een andere rechter bevoegd zou zijn.

Het HvJEU heeft nu aan alle onduidelijkheid een eind gemaakt. De PGV kwalificeert als een vordering tot schadevergoeding die valt onder de werkingssfeer van de EEX-Verordening, dus de curator had de PGV moeten instellen bij de Belgische rechter. De gedaagde bank was immers in België gevestigd.

Voor de bank, en voor buitenlandse derden in het algemeen, lijkt het arrest een goede zaak te zijn. Zij zullen zich voortaan voor hun eigen nationale rechter tegen een PGV kunnen verdedigen. Voor Nederlandse curatoren wordt het daarentegen niet bepaald makkelijker om buitenlandse partijen aan te spreken. Weliswaar kunnen curatoren op grond van art. 6 lid 2 van de Insolventieverordening eventuele faillissementsrechtelijke vorderingen (zoals een pauliana) met een civiele vordering “samenvoegen”, maar ook dan zal de curator nog steeds naar de buitenlandse rechter moeten.[3]

Mogelijk gaat dit ten koste van de efficiënte afwikkeling van Nederlandse faillissementen waarbij een internationale component aan de orde is. Dat terwijl het nu juist de bedoeling van de Insolventieverordening was om het moeten opereren door een curator in meer dan één lidstaat zoveel mogelijk tot het verleden te laten behoren. In ieder geval lijkt de slagkracht van Nederlandse curatoren een stuk minder te zijn geworden.

[1] HvJEU 6 februari 2019, C-535/17.

[2] Vernoemd naar het arrest van de Hoge Raad van 14 januari 1983, NJ 1983/597 (Peeters q.q./Gatzen).

[3] De buitenlandse rechter zou de pauliana dan aan de hand van het Nederlands faillissementsrecht moeten beoordelen.

Freek Roosmale Nepveu

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar