Onderzoek IGJ en NZa: de opkomst van bedrijfsketens in de huisartsenzorg

De IGJ en NZa hebben onderzoek gedaan naar de kansen en risico’s van bedrijfsketens in de huisartsenzorg en wat dit betekent voor het toezicht. Het rapport is op 4 maart jl. gepubliceerd en vindt u hier.

Aanleiding en doel onderzoek

Aanleiding voor het onderzoek van de IGJ en NZa is de constatering dat de wijze waarop grotere bedrijfsketens huisartsenzorg aanbieden vernieuwend is en als een noodzakelijke ontwikkeling wordt beschouwd, maar anderzijds uit signalen blijkt dat deze vorm van zorg niet altijd goed is georganiseerd.

Het hoofddoel van dit verkennende onderzoek is volgens de toezichthouders om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van bedrijfsketens en mogelijke problemen op grond van bepaalde kenmerken en keuzes, die bedrijfsketens hebben en maken op het gebied van zorgaanbod, de organisatie van de zorg en financiering. Ook wordt ingegaan op knelpunten in lopend toezicht en aanbevelingen ten behoeve van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de huisartsenzorg. De IGJ en NZa willen ook meer mogelijkheden om tijdig te kunnen signaleren en ingrijpen als dat nodig is. Daarover gaan de toezichthouders gesprekken voeren met onder andere het ministerie van VWS, het zorgveld en branchepartijen om de aanbevelingen passende opvolging te geven.

Problemen en aanbevelingen op vijf thema’s

De IGJ en NZa zien problemen op de volgende vijf thema’s:

  1. goed bestuur, professionele bedrijfsvoering en transparante verantwoording;
  2. declaraties bedrijfsketens;
  3. kwaliteit van huisartsenzorg;
  4. digitaal zorgaanbod;
  5. regionale samenwerking.

Ten aanzien van deze thema’s worden de volgende aanbevelingen gedaan (op hoofdlijnen):

  1. Goed bestuur. Onderzoek naar een duidelijkere normering voor de deskundigheid van het bestuur en de mogelijkheid tot meer gestructureerde interventies hierop.
  2. Professionele bedrijfsvoering. Onderzoek naar inhoudelijk toetsbare normen voor de werking van de financiële bedrijfsvoering of de NZa beleidsruimte geven dit in te vullen.
  3. Financiële ratio’s. Inventariseren of een vorm van normering voor financiële ratio’s nodig is en hoe de wet hierop zo nodig aangepast kan worden.
  4. Aanpassing zorgspecifieke concentratietoets. Onderzoek hoe meer ruimte gecreëerd kan worden om bij de zorgspecifieke concentratietoets ook op enkele inhoudelijke aspecten te toetsen.
  5. Declaraties. Verkenning of het mogelijk is het gebruik van de AGB-code door de uitvoerend zorgaanbieder (zoals een vestiging) wettelijk te verankeren.
  6. Kwaliteit van huisartsenzorg. De kernwaarden ‘continuïteit van zorg’ en ‘persoonsgericht’ voor de huisartsenzorg vertalen naar uitgangspunten – en waar dat mogelijk is – in normen.
  7. Digitaal zorgaanbod (digital first). Onderzoek naar de risico’s van specifieke vormen van digitale zorg geleverd door derden (niet zijnde de eigen huisarts) en kijken of er aanvullende randvoorwaarden nodig zijn om de kwaliteit van de zorg te borgen. Daarnaast worden NHG, LHV en KNMG opgeroepen om huisartspraktijken te ondersteunen bij het maken van de afweging of fysieke dan wel digitale zorg passend is.
  8. Regionale samenwerking. Het opstellen van normen voor regionale samenwerking, welke normen een plaats kunnen krijgen in de Wkkgz, als onderdeel van goede zorg.

Zorgorganisaties van aanzienlijke omvang

Volgens de IGJ en NZa zijn aanbevelingen 1 t/m 3 bedoeld om hun toezicht beter te laten aansluiten bij ‘zorgorganisaties van aanzienlijke omvang’. De toezichthouders adviseren om in wet- en//of regelgeving te specificeren wat onder zorgorganisaties van aanzienlijke omvang kan worden verstaan. Dit kan bijvoorbeeld door het aangeven van een minimum aantal zorgverleners dat in dienst is bij de zorgorganisatie of een minimum omzet dat gegenereerd wordt.

Vervolg: risicoselectie-instrument

De IGJ en NZa verkennen of zij op basis van de inzichten uit dit onderzoek een risicoselectie-instrument kunnen ontwikkelen om te gebruiken in hun toezicht. Dit instrument zal worden ontwikkeld op basis van risicofactoren. Als voorbeelden van risicofactoren worden in het rapport genoemd:

  • omvangrijke bedrijfsketens die too big to fail kunnen worden
  • een complexe organisatiestructuur met onvoldoende zicht op besteding zorggeld
  • afstand tussen aansturing en uitvoering met onduidelijke verdeling van verantwoordelijkheden
  • onvoldoende personele bezetting
  • intransparante declaraties op één AGB-code
  • een disbalans in fysiek en digitaal aanbod bij hybride zorg, en/of
  • onvoldoende aansluiting bij regionale samenwerkingsverbanden.

Onderzoek ook relevant voor andere sectoren

Hoewel de analyse primair zal worden gebruikt voor de doorontwikkeling van het toezicht op de gehele huisartsenzorgsector, inclusief bedrijfsketens, wordt opgemerkt dat in andere sectoren ook bedrijfsketens ontstaan en bepaalde bevindingen uit dit onderzoek ook voor die andere sectoren relevant zijn. Als voorbeelden worden de mondzorg en verpleging en verzorging genoemd. Hiervoor is meer onderzoek nodig, aldus de IGJ en NZa.

Meer weten? Neem contact op met één van onze gezondheidsrechtspecialisten.

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?