Ontslagvergoedingen onder de WWZ

De Wet Werk en Zekerheid (“WWZ”) is inmiddels ruim een jaar geleden in werking getreden. Deze wet heeft drie hoofddoelen: de ontslagprocedure sneller, het ontslagrecht eenvoudiger en de ontslagvergoeding goedkoper maken. Sinds de invoering hebben advocaten en de media veel aandacht gegeven aan de eerste twee doelstellingen. Maar de derde doelstelling is zeker zo belangrijk. De Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland en de Vereniging voor Arbeidsrecht hebben daarom recent een onderzoek uitgevoerd naar de vergoedingen – zowel de transitievergoeding als de billijke vergoeding – die sinds de inwerkingtreding van de WWZ zijn toegewezen door kantonrechters. Is ontslag “goedkoper” geworden door de WWZ?

Transitievergoeding versus kantonrechtersformule
In 2014, toen de vergoedingen nog werden vastgesteld via de kantonrechtersformule, bedroeg de gemiddelde ontslagvergoeding 0,98 maandsalarissen per gewerkt dienstjaar (hierna: “mnd/dj”). Deze kantonrechtersformule wordt niet meer gehanteerd en is vervangen door de transitievergoeding. De gemiddelde hoogte van de transitievergoeding komt uit op 0,44 mnd/dj. De ontslagvergoeding kan onder omstandigheden worden verhoogd door naast de transitievergoeding een billijke vergoeding toe te kennen, hoewel deze enkel wordt toegekend als de werkgever zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen. Bij de onderzochte rechtbanken werd ernstig verwijtbaar handelen slechts in 5,5% van de gevallen aanwezig geacht. De hoogte van deze billijke vergoedingen loopt zeer sterk uiteen, van 0,13 mnd/dj tot 5,56 mnd/dj, en komt gemiddeld uit op 1,02 mnd/dj.

Per saldo is de totale toegekende ontslagvergoeding dus sterk gedaald. Dit doel van de WWZ is bereikt. Waar eerst gemiddeld een maandsalaris per dienstjaar werd toegewezen, wordt nu slechts in uitzonderingsgevallen een dergelijk hoge vergoeding toegekend. Deze uitzonderingsgevallen zouden ook onder het oude recht tot een hogere vergoeding hebben geleid, omdat in het geval van ernstig verwijtbaar handelen de verwijtbaarheid van de werkgever in de kantonrechtersformule met een hogere C-factor zou zijn verdisconteerd. Het is reëel om aan te nemen dat deze vergoedingen (ruim) boven 0,98 mnd/dj zouden zijn uitgekomen.

Tegenover de lagere vergoedingen die de kantonrechter toekent, staat echter dat een werkgever onder het oude ontslagrecht niet automatisch een vergoeding verschuldigd was indien een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen via het UWV WERKbedrijf werd bewerkstelligd. Waar een werknemer eerst moest proberen om via een kennelijk onredelijk ontslagprocedure een vergoeding te bemachtigen, heeft hij nu recht op de transitievergoeding. Op dit vlak zijn de kosten voor werkgevers toegenomen. Welk effect de transitievergoeding heeft op de hoogte van vergoedingen die in een Sociaal Plan zijn opgenomen, is niet onderzocht.

Kortom: uit het onderzoek blijkt dat deze opzet van de wetgever in ieder geval is geslaagd. De ontslagvergoedingen zijn lager, waardoor ontslag bij de kantonrechter goedkoper is geworden.

Bert van den Boom

Sector

    Expertise

    < Vorige

    Volgende >

    Spring naar toolbar