Een duik in ondiep water natuurgebied: onrechtmatige gevaarzetting?

In deze blog staat een uitspraak van de rechtbank Limburg van 26 oktober 2023 centraal (ECLI:NL:RBLIM:2023:6252). De rechtbank heeft zich gebogen over de aansprakelijkheidsvraag in verband met een ernstig ongeval. Op 12 juni 2020 liep een jongen, destijds 16 jaar oud, ernstig letsel op na een duik in ondiep water in een meer in een natuurgebied in Limburg. Hij liep hierdoor een hoge dwarslaesie op. Het Landschap is de beheerder/eigenaar van het natuurgebied. Het slachtoffer meent dat de eigenaar van het Landschap en haar aansprakelijkheidsverzekeraar Nationale Nederlanden (hierna: NN) aansprakelijk zijn voor de door hem geleden schade. De rechter moet in deze de aansprakelijkheid voor de (letsel)schade van het slachtoffer beoordelen. Voordat de beoordeling van de rechter wordt besproken, komen eerst de toedracht van het ongeval en de standpunten van partijen aan bod.

De toedracht van het ongeval

De toedracht van het ongeval was als volgt. Het slachtoffer ging op 12 juni 2020 samen met zijn vrienden zwemmen in het meer in het natuurgebied. Zij waren naar een plek gefietst, waar zij nog niet eerder hadden gezwommen. De vrienden van het slachtoffer bevonden zich al in het water en moedigden hem aan om ook in het water te komen. Het slachtoffer is toen het water een stuk in gerend en in het (ondiepe) water gedoken, waarbij hij zij nek heeft gebroken.

Het verwijt

Het slachtoffer acht het Landschap en NN aansprakelijk op grond van onrechtmatige gevaarzetting (artikel 6:162 BW). Bij de beoordeling dient met name in aanmerking te worden genomen (i) in hoeverre niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid waarschijnlijk is, (ii) hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan, (iii) hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn, en (iv) in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is. Het slachtoffer draagt ter onderbouwing van deze vereisten het volgende aan. Het natuurgebied is een natuur-en recreatiegebied. Op de plaats waar het slachtoffer ging zwemmen, werd regelmatig gezwommen. Ten tijde van het ongeval werd er vanwege de COVID-19 pandemie nog meer gezwommen dan anders, met name door jongeren. Het Landschap was hiervan op de hoogte. Ook wist het Landschap dat het meer op veel zwemplekken ondiep was.

Daarbij geldt dat het een feit van algemene bekendheid is dat jongere recreanten vanwege hun onbezonnenheid en onervarenheid vaak niet de ideale voorzichtigheid in acht nemen bij hun recreatieve activiteiten. De kans was dan ook groot dat een jong iemand – zonder te kijken hoe diep het was- in het water zou duiken. Een duik in ondiep water kan ernstig letsel veroorzaken. Het Landschap had dit gevaar kunnen voorzien. Volgens het slachtoffer rust op het Landschap, een professionele partij, een zorgplicht om bezoekers te waarschuwen voor de gevaren van het gebruik van de deels ondiepe zwemplas. Bijvoorbeeld door het plaatsen van borden, een zeer laagdrempelige maatregel. Dit heeft het Landschap nagelaten, waardoor zij haar zorgplicht heeft geschonden en onrechtmatig heeft gehandeld jegens het slachtoffer.

Het verweer

Het Landschap en NN vinden op grond van de volgende argumenten dat zij niet aansprakelijk zijn voor het ongeval. Het natuurgebied is niet ingericht als zon- en/of zwemrecreatiegebied. Ook is het niet aangemerkt als zwemlocatie waardoor het ook niet aan de hiervoor geldende kwaliteits-en veiligheidseisen hoeft te voldoen. Verder promoot het Landschap het meer niet als zwemlocatie. Bovendien staan er bij de ingang van het natuurgebied borden met ‘betreden op eigen risico’ en ‘geen zweminrichting’. Volgens het Landschap is het letsel ontstaan door het roekeloze gedrag van het slachtoffer. Hij is zich zonder zich te vergewissen van de diepte het meer ingedoken, terwijl het water niet helder was. Van het Landschap kan verder niet worden verwacht dat zij op iedere mogelijke zwemplek in de door haar beheerde natuurgebieden waarschuwingsborden plaatst. Het Landschap stelt ook dat de aanwezigheid van waarschuwingsborden niet had voorkomen dat het slachtoffer het water was ingedoken.

Mocht de rechtbank toch vinden dat het Landschap aansprakelijk is, dan moet een percentage van 80% eigen schuld worden toegepast (artikel 6:101 BW). Het ongeval is namelijk in overwegende mate door het handelen van het slachtoffer zelf veroorzaakt. Vanwege de jonge leeftijd en de ernst van de gevolgen moet deze verdeling uit hoofde van de zogeheten billijkheidscorrectie worden gecorrigeerd met 25 tot 30 %, waardoor het Landschap voor 45 tot 50 % aansprakelijk is.

De beoordeling

De rechtbank constateert dat het gedeelte van het meer in het natuurgebied structureel werd gebruikt als onofficiële zwemlocatie en dat zwemmen ter plaatse was toegestaan. Tijdens de zomer van 2020 kwamen veel jongeren naar het natuurgebied. De rechtbank oordeelt dat er sprake was van een gevaarlijke situatie, mede vanwege de ondiepte van het water en het ontbreken van waarschuwingsborden. De rechtbank stelt dat het Landschap kon en moest voorzien dat recreanten, met name jongeren, mogelijk onvoorzichtig zouden zijn. Het verweer dat het nemen van maatregelen te bezwaarlijk is, wordt verworpen. De rechtbank concludeert dat het Landschap haar zorgplicht heeft geschonden door geen waarschuwingsborden te plaatsen, wat een onrechtmatige daad oplevert.

Vervolgens behandelt de rechtbank het causale verband tussen de schade en de onrechtmatige daad. De rechtbank verwerpt het verweer van het Landschap dat waarschuwingsborden het ongeval niet hadden voorkomen. Het is aannemelijk dat het slachtoffer besef zou hebben gehad van het gevaar en de duik niet zou hebben gemaakt als er waarschuwingsborden waren geplaatst. Wat betreft de schuldvraag oordeelt de rechtbank dat het slachtoffer voor 50% eigen schuld heeft aan het ongeval omdat hij onvoorzichtig was bij het in het water gaan. De rechtbank past vervolgens de billijkheidscorrectie toe, waarbij de aansprakelijkheid van het Landschap wordt vastgesteld op 80%. De rechtbank motiveert dit door te verwijzen naar de aard en ernst van het blijvende letsel van het slachtoffer, een hoge dwarslaesie, en het feit dat het Landschap tegen aansprakelijkheid is verzekerd bij het NN.

Conclusie

Het Landschap en NN zijn dus aansprakelijk voor de schade die het slachtoffer ten gevolge van de duik in het ondiepe water heeft opgelopen. Deze uitspraak laat zien dat aansprakelijkheid in een zaak staat of valt bij de relevante feiten en omstandigheden. Heeft u vragen over onrechtmatige gevaarzetting of bent u benieuwd of een bepaalde situatie kwalificeert als onrechtmatige gevaarzetting? Neem dan vooral vrijblijvend contact op met mij of één van mijn collega’s.

Holla legal & tax kan u bij het verhalen van uw letselschade in veel gevallen kosteloos bijstaan. Onze letselschade advocaten zullen u als slachtoffer zoveel mogelijk ontzorgen, zodat u zich volledig kunt richten op uw herstel. Informatie over wat wij voor u kunnen betekenen, hoe een letselschadezaak precies in zijn werk gaat en hoe het zit met de vergoeding van advocaatkosten, is te vinden op deze pagina.

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?