Aanpassingen verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

De verliesverrekening in de vennootschapsbelasting zal wijzigen. Hieronder gaan wij in op de wijzigingen en laten wij u aan de hand van een voorbeeld zien welke impact deze wijzigingen kunnen hebben.

Op dit moment zijn verliezen in de vennootschapsbelasting een jaar achterwaarts en zes jaar voorwaarts volledig verrekenbaar. Per 1 januari 2022 zullen verliezen tot € 1 miljoen onbeperkt voorwaarts en voor een jaar achterwaarts verrekenbaar zijn.

Is het bedrag aan verrekenbare verliezen meer dan € 1 miljoen? Dan vindt verliesverrekening in een jaar plaats tot € 1 miljoen vermeerderd met 50% van de belastbare winst nadat die winst is verminderd met € 1 miljoen. Voor alle nog niet verrekende verliezen op 31 december 2021 zal het nieuwe regime van de verliesverrekening gaan gelden.

Een voorbeeld:

Een vennootschap lijdt in 2020 een verlies van € 2 miljoen en in 2021 een verlies van € 3 miljoen. In totaal dus een verlies van € 5 miljoen. Er wordt in 2019 geen winst gemaakt en het verlies uit 2020 is dus niet achterwaarts verrekenbaar.

In 2022 wordt er een winst behaald van € 4 miljoen, in 2023 een winst van € 1,5 miljoen en in 2024 een belastbare winst van € 1 miljoen.

Van het verlies van € 2 miljoen uit 2020 is € 1 miljoen verrekenbaar met de winst uit 2022. In 2022 resteert er dan een winst van € 3 miljoen om te verrekenen. Van dat bedrag aan winst mag 50% in aanmerking worden genomen, derhalve € 1,5 miljoen. Dit betekent dat het resterende verlies van € 1 miljoen uit 2020 kan worden verrekend en een deel van het verlies van 2021. Na verrekening resteert er nog een verlies van € 2,5 miljoen uit het jaar 2021. Dit verlies kan weer voor € 1 miljoen worden verrekenend in 2023 en voor 50% van de dan resterende winst van het jaar 2023. Deze verliesverrekening kan zo onbeperkt voorwaarts plaatsvinden.

Deze wijzigen gelden overigens alleen voor rechtspersonen die onder het regime van de vennootschapsbelasting vallen.

Oude verliezen

Verliezen van vóór 2013 blijven maximaal negen jaar verrekenbaar en kunnen dus wel verdampen indien deze verliezen niet worden verrekend met de resultaten tot 2022. Verliezen die zijn geleden vanaf 2013 zullen niet verdampen. Vanaf 1 januari 2022 geldt wel de hiervoor genoemde beperking.

Impact op andere regelingen

De nieuwe maatregel kan impact hebben op de toepassing van verschillende andere regelingen in de vennootschapsbelasting. Het gaat om regelingen waarbij de verliesverrekeningspositie van een bedrijf van belang is.

Zonder aanpassing van andere regelingen kan de hiervoor beschreven beperking van verliesverrekening in een jaar leiden tot extra belastingheffing. Te denken valt hierbij aan toepassing van de renteaftrekbeperking bij groepsleningen en de kwijtscheldingswinstvrijstelling, afrekening bij fusie of splitsing en de exitheffing bij emigratie. Bovendien kan de maatregel van invloed zijn op het opnemen van belastinglatenties in de jaarrekening.

Daarnaast kan de regeling voor start-ups en scale-ups leiden tot beperking van de mogelijkheid te investeren als aanloopverliezen in een jaar niet volledig te verrekenen zijn. Ook in de overweging om een fiscale eenheid aan te gaan met groepsmaatschappijen, is het van belang na te gaan hoe de temporisering van de verliesverrekening zal doorwerken.

Verliesverrekening in de inkomstenbelasting

Voor IB-ondernemers en aanmerkelijkbelanghouders blijft de huidige verliesverrekening bestaan. Voor ondernemers geldt nu een termijn voor de achterwaartse verliesverrekening van drie voorgaande kalenderjaren en een voorwaartse verliesverrekening van negen volgende kalenderjaren.

Voor aanmerkelijkbelanghouders geldt voor de achterwaartse verliesverrekening een termijn van een jaar en voor voorwaartse verliesverrekening een termijn van zes jaar. Heeft iemand geen aanmerkelijk belang meer dan kan hij het aanmerkelijk belang-verlies omzetten in een belastingkorting op de verschuldigde inkomstenbelasting voor box 1. Een belastingplichtige moet in het jaar van omzetting en het daaraan voorafgaande jaar dan geen aanmerkelijk belang meer hebben. Voor 2020 is de belastingkorting 26,25%, voor 2021 is de belastingkorting 26,7%. De belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang vermindert de belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning van het jaar waarin het verlies wordt omgezet en de zeven daarop volgende jaren. Die termijn van zeven jaren is echter beperkt tot maximaal het negende jaar volgend op het jaar waarin het verlies uit aanmerkelijk belang is geleden.

Heeft u vragen over verliesverrekeningsmogelijkheden? Aarzel niet om een van onze specialisten te raadplegen.