Misbruik van procesrecht (I)

Volledige proceskostenveroordeling bij misbruik van procesrecht (I)

De Hoge Raad heeft op 15 september 2017 uitspraak gedaan in twee zaken over misbruik van procesrecht (ECLI:NL:HR:2017:2366 en ECLI:NL:HR:2017:2360). In deze bijdrage zal de eerste uitspraak worden belicht (klik hier voor de tweede uitspraak). Daarin wordt verduidelijkt wanneer er recht bestaat op een vergoeding van volledige proceskosten als gevolg daarvan.

Forfaitaire benadering

Wanneer men procedeert en wint, krijgt men toch niet alle proceskosten vergoed. Slechts een forfaitair gedeelte komt voor vergoeding in aanmerking (art. 237-240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De ratio daarvoor is gelegen in de gedachte dat de angst voor een veroordeling in de volledige proceskosten van de wederpartij de rechtzoekende zou weerhouden naar de rechter te stappen.

Volgens de wetsgeschiedenis is een volledige vergoeding van proceskosten wél mogelijk, maar alleen in buitengewone omstandigheden, zoals bij misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad.

De feiten

Twee eigenaren van percelen in het Westland, die na een bestemmingswijziging op een Vinex-locatie waren gelegen, gingen in zee met een bemiddelaar teneinde de percelen te verkopen. De eigenaren sloten een koop met een bedrijf waarvan de bemiddelaar indirect aandeelhouder was. De eigenaren wisten hier niets van. Uiteindelijk vordert het bedrijf nakoming in rechte van de koopovereenkomst door de eigenaren. De eigenaren beroepen zich op bedrog en weten na een lange procedure met succes de koopovereenkomst te vernietigen.

Opvolgende procedure: misbruik van procesrecht

In een nieuwe procedure proberen de eigenaren de volledige proceskosten van de bemiddelaar vergoed te krijgen. In cassatie roept de bemiddelaar de zaak Duka/Achmea uit 2012 in herinnering (ECLI:NL:HR:2012:BV7828). De maatstaf die de Hoge Raad daarin gaf is bijzonder streng. Er is pas sprake van misbruik van procesrecht of een onrechtmatige daad als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Dit is het geval als de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden.

De Hoge Raad overweegt echter in deze zaak dat de rechtsregel uit Duka/Achmea ziet op de bescherming van de desbetreffende procespartijen in het geding waarop die kostenvergoeding betrekking heeft. Het gaat nu echter over de vraag of en in hoeverre de benadeelde (de eigenaren) de kosten van een procedure kunnen verhalen op een derde (de bemiddelaar) die niet in die procedure betrokken was. Dan gelden de algemene regels over aansprakelijkheid en schadevergoeding weer, aldus de Hoge Raad. De schade van de benadeelde, bestaande uit die proceskosten, moet dan wel in zodanig verband staan met het onrechtmatig gedrag van de derde dat die schade hem als een gevolg van dat gedrag kan worden toegerekend.

Slotsom

De Hoge Raad heeft nu verduidelijkt hoe het zit wanneer het de vraag is of en in hoeverre de benadeelde de kosten van een procedure kan verhalen op een derde die niet in die procedure betrokken was. De strenge maatstaf van Duka/Achmea wordt dan verlaten; de algemene regels van aansprakelijkheid en schadevergoeding gelden. Er is dan meer ruimte om de derde in de volledige proceskosten te veroordelen van de procedure waarin benadeelde eerder betrokken was.

Wilt u meer weten over het misbruik van procesrecht? Neem dan contact op met één van onze advocaten.

 

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar