Mededinging in de zorg

Zorgspecifieke fusietoets NZa; cliëntenraad soms niet verplicht, in de toekomst wel

Fresh Tandartsen Holding B.V. (hierna: ‘Fresh Tandartsen’), actief op het gebied van mondzorg in Nederland, wenst alle activa en activiteiten over te nemen van tandartsenpraktijk Rijnveld en heeft voorafgaand aan deze overname  op 3 mei 2018 een zogenaamde fusie-effectenrapportage ingediend bij de Nederlandse Zorgautoriteit (‘NZa’). De NZa heeft hierop volgend op 28 juni 2018 een besluit tot goedkeuring van de voorgenomen fusie – ook wel concentratie – gegeven.[1]

Dit besluit heeft aanleiding gevormd om deze bijdrage te schrijven. Hieronder wordt eerst kort ingegaan op de aard van de zorgspecifieke fusietoets. Daarna wordt ingegaan op de specifieke overwegingen in het besluit van NZa. Afgesloten wordt met een beschouwing en conclusie.

De zorgspecifieke fusietoets

Iedere zorgaanbieder is verplicht om het voornemen van een concentratie  aan te melden bij de NZa, op grond van artikel 49a Wet marktordening gezondheidszorg (‘Wmg’). Bij een ‘concentratie’ gaat het erom dat zeggenschap in een onderneming wordt overgedragen.

De verplichting om een concentratie bij de NZa te melden geldt voor een zorgaanbieder die de zorg door minstens 50 personen verleent of doet verlenen. Hieronder worden niet alleen begrepen personen die in dienst zijn bij de zorgaanbieder, maar ook bijvoorbeeld personen die op basis van een uitzendovereenkomst, een ZZP-contract of een andere toelatingsovereenkomst zorg verlenen.

De toets van de NZa is vooral procedureel van aard. De betrokken zorgaanbieder moet, voordat de concentratie tot stand kan worden gebracht, zijn voornemen tot concentratie ter goedkeuring voorleggen aan de NZa in de vorm van een zogenaamde fusie-effectenrapportage. Deze fusie- en effectenrapportage dient op grond van aritkel 49b Wmg in te gaan op de doelstellingen en redenen van de concentratie, de structuur van de nieuwe organisatie, de financiële gevolgen voor de zorgaanbieder, de gevolgen voor de zorgverlening van de patiënt (verzekerde).

De NZa beoordeelt vervolgens of de stakeholders, met name de ondernemingsraden en cliëntenraden, tijdig en correct zijn geïnformeerd en in de gelegenheid zijn gesteld hun visie kenbaar te maken en of er op die visie is gereageerd. Indien de stakeholders onvoldoende betrokken zijn bij de gang van zaken, kan de NZa de toestemming op grond van artikel 49c Wmg onthouden en kan de concentratie geen doorgang vinden. Ook kan de goedkeuring door de NZa worden onthouden als de continuïteit van de cruciale zorg in gevaar is.

De casus

De fusie-effectenrapportage is tijdig ingediend door Fresh Tandartsen. Tandartsenpraktijk Rijnveld doet door minder dan 50 personen zorg verlenen en valt niet onder de verplichting de zorgspecifieke fusietoets te laten uitvoeren. Fresh Tandartsen beschikt niet over een cliëntenraad en evenmin over een ondernemingsraad. De NZa overweegt dat een aanbieder van mondzorg een zorginstelling is in de zin van de Wet toelating zorginstellingen, op grond waarvan bij strikte lezing van artikel 2 Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (‘Wmcz’) een verplichting bestaat om een cliëntenraad in te stellen. De NZa benoemt echter de parlementaire geschiedenis bij de Wmcz, waaruit blijkt dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om de verplichting om een cliëntenraad in te stellen ook voor aanbieders van (onder andere) mondzorg te laten gelden. Betrokkenheid van cliënten wordt in het besluit over Fresh Tandartsen dan ook (nog niet door de NZa niet beoordeeld.

Fresh Tandartsen beschikt daarnaast, zo blijkt uit het besluit, niet over een Ondernemingsraad. Wel is al het personeel over de voorgenomen concentratie geïnformeerd en is de mogelijkheid geboden daarop te reageren. De NZa concludeert dat zulks op een zorgvuldige en tijdige wijze is gebeurd en dat aanbevelingen van het personeel en andere betrokkenen overtuigend en beargumenteerd zijn meegewogen in de besluitvorming tot het aangaan van de fusie. Nu ook de cruciale zorg niet in het gedrang komt, verleent de NZa goedkeuring aan de concentratie.

Beschouwing en conclusie

Bij een zorgspecifieke fusietoets controleert de NZa onder meer of cliënten, personeel en andere betrokkenen op zorgvuldige wijze zijn betrokken bij de voorbereiding van de concentratie. Is er een cliëntenraad, dan wordt ook gecontroleerd of die cliëntenraad tijdig en correct is geïnformeerd en ook zijn visie op de voorgenomen fusie heeft kunnen uiten. In de besproken casus was er echter geen cliëntenraad. Op grond van de letter van de Wmcz moeten zorginstellingen die mondzorg aanbieden voorzien zijn van een cliëntenraad. Uit het besluit van de NZa wordt echter duidelijk dat een cliëntenraad in dit geval niet behoefde te zijn ingesteld, gelet op de parlementaire geschiedenis van de Wmcz. Uit die geschiedenis volgt namelijk dat het instellen van een cliëntenraad momenteel alleen verplicht is voor instellingen die worden gefinancierd uit collectieve middelen;[2] mondzorg in het algemeen is dat niet.[3] Nadat de Wmcz is gewijzigd, zal dit echter veranderen: dan zullen alle instellingen, ongeacht de wijze van bekostiging, onder de reikwijdte van de Wmcz vallen.[4] Dat heeft dan vanzelfsprekend ook gevolgen voor de reikwijdte en inhoud van door de NZa te verrichten zorgspecifieke fusietoets.

Fresh Tandartsen heeft dus nu aan haar verplichtingen in het kader van de zorgspecifieke fusietoets voldaan. Het personeel is immers tijdig en begrijpelijk geïnformeerd en is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de voorgenomen fusie, waarbij voorts blijkt dat aan de opvattingen aandacht is besteed.

Meer weten? Neem contact op met mr. Ferry Weelen en/of mr. Jacqueline de Vries

 

[1] Zie daarover: Concentratiebesluit van de NZa inzake Fresh Tandartsen Holding B.V. – Maatschap Tandartsenpraktijk Rijnveld, Krabbe van 28 maart 2018, te raadplegen via <https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_245653_22/1/>

[2] Kamerstukken II 1993/94, 23 041, nr. 5. p. 3 en Kamerstukken II 1993/94, 23 041, nr. 7, p. 2, alsmede Kamerstukken II 2006/07, 30 946, nr. 3, p. 3 (ingetrokken voorstel tot wijziging van de wet).

[3] Mondzorg wordt niet collectief gefinancierd, want valt grotendeels niet onder zorg in de zin van aritkel 11 Zorgverzekeringswet (‘het basispakket’); zie wel ook (artikel 2.7 van) het Besluit zorgverzekeringen, Staatsblad 2005 nr. 389.

[4] Kamerstukken II 2017/18, 34 858, nr. 3, p. 7.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar