Ingediende inschrijvingen aanvullen?

Aanvullen inschrijving na indiening

De jurisprudentie die ziet op de mogelijkheid om ingediende inschrijvingen aan te vullen is bijzonder streng. Verwezen kan worden naar het SAG-arrest van het Europees Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2012:191) en Manova-arrest (ECLI:EU:C:2013:647). Dit vindt zijn weerslag in de nationale jurisprudentie van de voorzieningenrechters, waaruit als hoofdregel is te destilleren, dat inschrijvingen niet mogen worden aangevuld, tenzij: het een eenvoudige precisering betreft, om kennelijke materiele fouten te herstellen, zonder dat daadwerkelijk een nieuwe inschrijving wordt ingediend, objectief kan worden vastgesteld dat de stukken dateren van vóór het einde van de inschrijvingstermijn. Herstel van gebreke is ontoelaatbaar als het gebrek is gesanctioneerd met uitsluiting/ongeldigheid. In uitzonderingsgevallen kan aanvulling van een inschrijving dus wel zijn toegestaan.

Onlangs heeft het Europees Hof van Justitie een uitspraak gedaan in een Italiaanse zaak (HvJE d.d. 2 mei 2019, ECLI:EU:C:2019:350). Hieruit blijkt dat er een nieuwe uitzonderingsgrond is toegevoegd. De gemeente Montelanico had een openbare aanbesteding uitgeschreven en in de aanbestedingsdocumenten geen mogelijkheid vermeld om arbeidskosten in te vullen. In het Italiaanse wetboek van overheidsopdrachten was vermeld dat inschrijvers verplicht zijn om in hun financiële offerte de arbeidskosten te vermelden. In de aanbestedingstukken was dit, zoals gezegd, niet mogelijk gemaakt. Het niet invullen van arbeidskosten leidde tot een verplichte uitsluiting op grond van het hiervoor genoemde wetboek. De Italiaanse rechter stelde een zogenaamde prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie. Gevraagd werd of het in overeenstemming is met de algemene beginselen van aanbestedingsrecht een mogelijkheid tot aanvulling te bieden indien de nationale wettelijke regeling voorschrijft dat de arbeidskosten afzonderlijk in de inschrijving moet worden vermeld, terwijl de verplicht voorgeschreven in te dienen documenten niet de mogelijkheid boden om daarin de arbeidskosten afzonderlijk te vermelden.

Het Europees Hof van Justitie heeft in haar uitspraak van 2 mei 2019 bepaalt dat indien zich een situatie voordoet zoals hiervoor beschreven, waardoor het niet mogelijk is om de voorgeschreven kosten in de financiële offerte te vermelden, de beginselen van het aanbestedingsrecht met zich meebrengen, dat het de inschrijvers moet worden toegestaan om hun inschrijvingen aan te vullen en in dit geval opgave te doen van de arbeidskosten.

De conclusie is dat aanvulling van ingediende inschrijving mogelijk is, indien aan de verplichting tot invulling van de vereiste gegevens niet kan worden voldaan omdat de verplicht voorgeschreven aanbestedingsdocumenten daartoe niet de ruimte bieden.

Jan van Heijningen

 

 

Jan van Heijningen

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar