Het recht om ontGoogled te worden

U heeft uzelf of een oude liefde vast wel eens online opgezocht. Even ‘googelen’ is een begrip dat inmiddels zo is ingeburgerd dat het zelfs is opgenomen in de Van Dale. Binnen enkele seconden is Google in staat een compleet profiel van iemand te schetsen: wie is de werkgever van de betreffende persoon, op welke scholen heeft hij gezeten, van welke sportverenigingen is hij lid en wanneer stond hij dronken op de bar te dansen?

Het Europese Hof van Justitie heeft in een baanbrekende uitspraak vorige maand de mogelijkheid gecreëerd om informatie waar u een aantal jaar na dato liever niet meer mee wordt geconfronteerd uit de zoekresultaten van Google te laten verwijderen. De feiten die aan de zaak ten grondslag lagen waren de volgende. Een Spaanse advocaat, de heer González, was er niet blij mee dat wanneer zijn naam in Google werd ingevoerd er onder meer pagina’s uit een Spaans dagblad naar boven kwamen. In dat meer dan 10 jaar oude dagblad stonden artikelen waarin de gedwongen openbare verkoop van panden van hem werd aangekondigd in verband met zijn sociale zekerheidsschulden. Dit kwam de reputatie van González uiteraard niet ten goede. Hij diende een klacht in tegen Google bij het Spaanse agentschap voor gegevensbescherming en verzocht het Google te verplichten de betreffende gegevens te verwijderen. De klacht werd gehonoreerd, Google trok zich hier echter niets van aan en een lange procedurele weg volgde.

Uiteindelijk boog het Europese Hof zich dus over de vraag welke rol een internet zoekmachine als Google dient te spelen bij de bescherming van persoonsgegevens en privacy op het internet. Op Europees niveau zijn allerlei afspraken gemaakt over de verwerking van persoonsgegevens. Het Europese Hof vroeg zich ten eerste af of Google ook was gebonden aan deze regels. Verwerkt een zoekmachine eigenlijk wel persoonsgegevens, ook al doet zo’n zoekmachine feitelijk niet veel meer dan het op automatische wijze kopiëren van allerhande gegevens? De advocaat-generaal, degene die het Europese Hof voorafgaand aan een uitspraak adviseert, vond dat de privacy-regels in een dergelijk geval niet van toepassing zijn. Het Hof laat zich echter van een principiële kant zien: door het geautomatiseerd en systematisch op het internet te zoeken naar data, deze te verzamelen en ter beschikking te stellen is Google volgens het Hof een verwerker van persoonsgegevens.

Als verwerker van persoonsgegevens is men echter niet automatisch ook degene die de ‘verantwoordelijke’ is voor die verwerking. Op de verantwoordelijke rusten bepaalde verplichtingen, zoals de verplichting kennis te nemen van verzoeken van personen van wie gegevens worden verwerkt om inzage te krijgen in de gegevens die over hen zijn opgeslagen en die gegevens te corrigeren of verwijderen. Google nam uiteraard het standpunt in geen verantwoordelijke te zijn. Het Europese Hof ging daar echter niet in mee. Het Hof benadrukt dat de activiteiten – en daarom de verantwoordelijkheden – van een zoekmachine wezenlijk verschillen van de activiteiten van bijvoorbeeld een webredacteur: zoekmachines bundelen informatie en creëren profielen van personen, websites beheren slechts beperkte informatie.

Maar hoever strekt Google’s verantwoordelijkheid? Moet informatie niet te allen tijde vrij gedeeld kunnen worden en hoe zit het met de persvrijheid? De afgelopen maand zagen we reacties voorbij komen variërend van “censuur op internet” tot “eindelijk wordt die nare zoekgigant een halt toegeroepen”. De stofwolken zijn inmiddels wel zo’n beetje neergedaald en het is tijd de balans op te maken.

Wat voor ogen gehouden moet worden is dat het Hof niet heeft geoordeeld dat informatie waarmee iemand liever niet meer wordt geconfronteerd na een daartoe strekkend verzoek verwijderd moet worden. Sowieso blijft de oorspronkelijke bron intact: wanneer Google een artikel moet verwijderen, wordt datzelfde artikel niet ook uit een online krantenarchief verwijderd. In die zin verdwijnt de informatie niet, hoewel het natuurlijk wel bijna zo is dat wat niet in Google is te vinden, niet bestaat. Verder heeft het Hof aangegeven dat er een belangenafweging moet worden gemaakt tussen de grondrechten van een betrokken persoon enerzijds – waaronder het recht op privacy en de bescherming van persoonsgegevens – en de gevolgen die verwijdering kunnen hebben voor de gerechtvaardigde belangen – zoals het recht op informatie – van internetgebruikers anderzijds.

Het recht om “ontGoogled” te worden komt dus zeker niet iedereen toe: zo zal een koppeling naar een actueel en relevant artikel of bericht over een publiek persoon niet snel hoeven te worden verwijderd. Wanneer daarentegen sprake is van een verouderd en wellicht niet meer erg relevant artikel, zoals bijvoorbeeld in het geval van de heer González, kunnen de belangen van de betrokkene de doorslag geven in het oordeel of de informatie uit Google moet worden verwijderd.

Uit het oogpunt van de bescherming van burgers tegen machtige ondernemingen als Google die veel geld verdienen aan persoonsgegevens van diezelfde burgers kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Iemand hoeft niet twintig jaar na dato geconfronteerd te worden met jeugdzonden die geen enkele relevantie meer hebben en dan is het prettig dat Google niet zonder meer het standpunt kan innemen geen boodschap te hebben aan de vervelende gevolgen die de indexering van de gegevens voor een betrokkene heeft. Anderzijds ligt wel onmiddellijk het gevaar op de loer dat Google of andere bedrijven weinig moeite zullen doen de belangenafweging serieus te nemen en oude informatie automatisch verwijderen. Dat kan leiden tot een soort van “collectief geheugenverlies” zoals hoogleraar informatierecht Dommering het onlangs zo mooi verwoordde in NRC Handelsblad. Het belang van zoekmachines als Google, die zorgen voor het toegankelijk maken van informatie waar dan ook ter wereld, is misschien inmiddels wel te groot geworden om het al dan niet inperken van het beschikbare aanbod aan hen zelf over te laten.

Vooralsnog lijkt Google echter voornemens serieus uitvoering te geven aan de haar gegeven opdracht. Er is een “vergeet-mij-formulier” ontwikkeld waarmee een verzoek tot het verwijderen van informatie kan worden ingediend. De zoekmachine heeft er voor gekozen de aanvraag niet te automatiseren en per geval een afweging te maken. De tijd zal leren hoe zorgvuldig en hoe ruim of beperkt Google aan verwijderingsverzoeken gehoor zal gaan geven. En als het antwoord u niet bevalt staat natuurlijk altijd nog de weg naar de rechter open. Meneer González heeft al wat voorwerk voor u gedaan!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Kim de Bonth, 073 61 61 100.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar