Het openbaar maken van calamiteitenrapporten

De wetgever lijkt steeds meer openheid over incidenten en ook calamiteiten te gebieden. In deze bijdrage wordt ingegaan op de huidige en toekomstige wettelijke grondslagen voor het openbaar maken van calamiteitenrapporten.

Een calamiteitenrapport en het openbaar maken ervan: het is een lastige kwestie, zo blijkt in de praktijk. Patiënten wensen over het calamiteitenrapport te beschikken, omdat zij graag willen weten wat er is gebeurd. Een aantal ziekenhuizen verstrekt het calamiteitenrapport en bespreekt het rapport met de patiënt, omdat het rapport niet zonder meer makkelijk leesbaar is voor de patiënt.[1] Een groter aantal ziekenhuizen openbaart het rapport echter niet, veelal uit angst voor een juridische procedure.[2]

Patiënten die nu niet de beschikking krijgen over het calamiteitenrapport zijn nogal eens geneigd om een zogeheten ‘Wob-procedure’ te starten. Met een beroep op de Wet openbaarheid bestuur (Wob) wordt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) verzocht om het calamiteitenrapport openbaar te maken. Een dergelijke procedure is behalve voor beide partijen onprettig ook niet altijd succesvol. Bij een onevenredige benadeling van de hulpverlener kan openbaarheid achterwege blijven (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder g, Wob). Openbaarheid mag ook achterwege blijven teneinde de persoonlijke levenssfeer van een ander te eerbiedigen (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, Wob)[3] en evenzeer als het belang van inspectie, controle en toezicht zich daartegen verzet (artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, Wob).[4]

Een voorbeeld vormt een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Een echtgenote van een patiënt had de IGZ (althans de Minister van VWS) verzocht om openbaarmaking van informatie, die hoorde bij een onderzoeksrapport. Dat onderzoeksrapport zag op een onderzoek naar handelen van een huisartsenpost en een Regionale Ambulancevoorziening ten aanzien van die patiënt. De Minister van VWS weigerde dit verzoek. In de belangenafweging had de minister geen rekening gehouden met het specifieke belang van de echtgenote om een civielrechtelijke procedure te beginnen. De echtgenote ging in beroep en in hoger beroep. De ABRvS overwoog dat het specifieke belang van de echtgenote om een civielrechtelijke procedure te beginnen in dit geval terecht niet was meegewogen door de minister. Het recht op openbaarmaking op grond van de Wob dient namelijk uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering, en niet een specifiek belang om civielrechtelijk in het gelijk te kunnen worden gesteld. Bij de te verrichten belangenafweging wordt het algemene of publieke belang bij openbaarmaking van de gevraagde informatie afgezet tegen de door de weigeringsgronden te beschermen belangen en niet het individuele, persoonlijke belang van de om openbaarmaking verzoekende partij.[5]

Gegevens die onder de geheimhoudingsbepaling van artikel 7:457 BW en artikel 7:458 BW vallen kunnen bovendien niet met een beroep op de Wob worden afgedwongen. De Wob wijkt als algemene openbaarmakingsregeling voor bijzondere regelingen, indien deze zijn neergelegd in een formele wet en indien de bijzondere regeling bovendien uitputtend van aard is. De artikelen 7:457 en 7:458 BW bevatten een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter, die voorgaat op de Wob.[6] Een en ander geldt op gelijke voet voor de bepalingen omtrent het beroepsgeheim in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), artikel 24, vierde lid en artikel 25, derde lid, Wkkgz. Andere gegevens uit de calamiteitenmelding aan de IGZ kunnen wel ‘gewobd’ kunnen worden, tenzij een andere (zie hiervoor genoemd) uitzonderingsgrond van toepassing is.[7]

Maar als openheid het doel is en het een inmiddels breed gedragen uitgangspunt lijkt, ook onder de IGZ,[8] zijn er dan geen andere argumenten om het rapport toch aan de patiënt te verstrekken met bescherming van de privacy van de betrokken hulpverleners? Ik denk van wel.

Een argument dat ook al in de literatuur is genoemd, is gelegen in de plicht van de zorgaanbieder om de patiënt onverwijld mededeling te doen van de aard en toedracht van incidenten bij de zorgverlening aan de cliёnt die voor de cliёnt merkbare gevolgen hebben of kunnen hebben. Deze plicht vloeit voort uit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), artikel 10, derde lid. Uit hetzelfde artikel vloeit de plicht voort de cliënt in te lichten over de mogelijkheden om de gevolgen van het incident weg te nemen of te beperken. Verstrekking van het calamiteitenrapport zou een goede manier zijn om aan die plicht te voldoen.[9]

Een argument kan tevens worden ontleend aan de op handen zijnde wijziging van de Gezondheidswet.[10] Het wetsvoorstel creëert een specifieke grondslag en verplichting voor het actief openbaar maken van toezichtgegevens en sanctiebesluiten door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de Inspectie Jeugdzorg (IJZ) en de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ). Het wetsvoorstel is aangenomen en gepubliceerd, maar nog niet in werking getreden. Het is wachten op de Algemene Maatregel van Bestuur die invulling gaat geven aan de nieuwe wet.

In het kader van de totstandkoming van de wet is door Kamerlid Leijten betoogd dat  calamiteitenrapporten (standaard) openbaar zouden moeten worden gemaakt. Zij diende daartoe een amendement in.[11] Het amendement heeft zij weer ingetrokken, maar niet zonder reden. Bij de behandeling is namelijk door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uitdrukkelijk aangegeven dat calamiteitenrapport worden bestreken door de wetswijziging en dat zij – naar verwachting in 2018 – standaard openbaar zullen worden gemaakt, met dien verstande dat zij geschoond zullen zijn van gegevens die onder het medisch beroepsgeheim vallen en van namen van mensen. De reden dat dit pas in 2018 gaat gebeuren, is gelegen in het feit dat de rapporten op zodanige wijze moet gaan worden opgesteld dat zij leesbaar zijn voor het publiek en dat dit technische aanpassingen vereist.[12]

De wetgever lijkt steeds meer openheid over incidenten en ook calamiteiten te gebieden. Het zou passen in een open cultuur, procedures voorkomen en goed zijn voor de relatie zorgverlener-patiënt. Bovendien is openheid geven binnenkort zelfs een wettelijke taak van de IGZ.
Tegen die achtergrond lijkt het niet onverstandig om als zorginstelling het gesprek aan te gaan met de patiënt of nabestaande, mocht zich onverhoopt een calamiteit hebben voorgedaan. In dat gesprek kan het calamiteitenrapport worden besproken en, ontdaan van gegevens die onder het beroepsgeheim vallen of de privacy van anderen schaden, aan de patiënt worden verstrekt.

 

 

[1] B. Laarman e.a., OPEN: open en eerlijke omgang na klachten en incidenten in het ziekenhuis, Utrecht: NIVEL 2016.

[2] B. Laarman e.a., OPEN: open en eerlijke omgang na klachten en incidenten in het ziekenhuis, Utrecht: NIVEL 2016.

[3] Zie voor een voorbeeld ABRS 27 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3246.

[4] Zie ABRvS 27 april 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ2643 en ABRvS 12 juni 2013, GZR 2014-0030.

[5] ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2501. Zie tevens ABRvS 27 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3246.

[6] ABRvS 17 juni 2015, GZR 2015-0287 (RTL verzocht een gemeente om openbaarmaking van een Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg) en ABRS 17 juni 2015, GZR 2015-0288 (RTL verzocht de IGZ (althans de Minister van VWS) om informatie openbaar te maken inzake meldingen over calamiteiten en overige meldingen over overlijdensgevallen in ziekenhuizen). Zie nader W.R. Kastelein, ‘WOB-uitzonderingen in de zorg: consequenties Wkkgz’, TvGR 2015, nr. 6, p. 393.

[7] Zie nader W.R. Kastelein, ‘WOB-uitzonderingen in de zorg: consequenties Wkkgz’, TvGR 2015, nr. 6, p. 393.

[8] J. Visser en J. Zaat, ‘Als alles, alles wordt gemeld, dan betekent het niets meer – Ronnie van Diemen en Hans Schoo (IGZ) over calamiteiten’, NTvG 2016 8 oktober; 160(40): C3173.

[9] J. Legemaate, ‘Wees open over calamiteitenonderzoek, Medisch Contact 18 februari 2015, p. 338-339 en J. Legemaate, ‘De melding en afhandeling van calamiteiten’, TvGR 2015, nr. 3, p. 120-131.

[10] Wet van 14 november 2016 tot wijziging van de Gezondheidswet en de Jeugdwet teneinde een mogelijkheid op te nemen tot openbaarmaking van informatie over de naleving en uitvoering van regelgeving, besluiten tot het opleggen van sancties daarbij inbegrepen, Stb. 2016, 448.

[11] Kamerstukken II 2016/17, 34111, nr. 15.

[12] Handelingen II 2016/17, 34111, nr. 9, p. 9-7-15 – 9-7-16.

Rolinka Wijne, Wetenschappelijk Bureau

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar