Geen bonus voor de franchisenemers van Albert Heijn

De franchisenemers van Albert Heijn vangen bot in hoger beroep

De franchisenemers van Albert Heijn zijn het niet eens met de afrekening van de belastprijzen, de logistieke & distributiekosten en de onverdeelde marge. De franchisenemers vinden dat zij recht hebben op dezelfde afrekening als de eigen winkels van Albert Heijn. Wat vindt het gerechtshof hiervan en wat kunnen we hier van leren? Lees het in dit artikel.

Wat is er aan de hand?
Albert Heijn Franchising (de franchisegever) raakt in conflict met zijn franchisenemers over de afrekening van de belastprijzen, de logistieke & distributiekosten en de onverdeelde marge. Sinds de jaren ’80 is de afrekening toevertrouwd aan de Interne Auditafdeling (IAD) van Albert Heijn Franchising. Een externe registeraccount controleerde voor de franchisenemers of de afrekening volgens de afspraken tot stand was gekomen.

In 2007 maken Albert Heijn Franchising en de franchisenemersvereniging een andere afspraak. De accountantscontrole, met rapportage door middel van een accountantsverklaring, is gewijzigd in een accountantsonderzoek, met rapportage door middel van een rapport van bevindingen. Ze spreken af dat in het rapport van bevindingen een normenkader wordt opgenomen. Dit kader is een nadere interpretatie van de afspraken, zoals die zijn opgenomen in de franchiseovereenkomst. Het normenkader wordt opgesteld in overleg en met instemming van de franchisevereniging, op basis van een bestendige gedragslijn. Deze werkwijze is met terugwerkende kracht tot en met 2003 toegepast.

Wat is het probleem?
De franchisenemers stellen op een zeker moment dat het normenkader onjuist is vastgesteld door Albert Heijn Franchising. De franchisenemers hebben (onder meer) ontdekt dat de afrekening voor de eigen winkels van Albert Heijn gunstiger is dan voor die van de franchisenemers. Zij menen dat dit niet volgens de afspraken uit de franchiseovereenkomst is. Vanwege het conflict hierover is sinds 2009 geen nieuw normenkader meer overeengekomen tussen de partijen. Het laatst overeengekomen normenkader wordt door Albert Heijn Franchising vanaf dat moment als leidend gezien. Ook hier zijn de franchisenemers het niet eens.

Hoe oordeelt het gerechtshof in hoger beroep?
De rechters gaan er bij hun beoordeling vanuit dat beide partijen professionele partijen zijn. Dit is opvallend, omdat het gerechtshof de franchisenemers(-vereniging) hiermee nadrukkelijk niet aanmerkt als een zwakkere contractspartij dan de franchisegever. Dit is een belangrijk oordeel, omdat de rechters vervolgens vaststellen dat de uitleg die de accountant van de franchisenemersvereniging en de interne auditafdeling (IAD) van Albert Heijn Franchising aan de franchiseovereenkomst hebben gegeven leidend is. Iedere partij is verantwoordelijk voor de vaststelling door zijn eigen afdeling/accountant. Aangezien het normenkader ook door de accountant van de franchisenemersvereniging als juiste weergave van de bedoeling van de partijen bij de franchiseovereenkomst is aangemerkt, staat daarmee de juistheid van dat normenkader vast. Door die conclusie stranden vrijwel alle vorderingen van de franchisenemers.

De franchisenemers stellen dat de normenkaders ieder jaar opnieuw met de franchisenemersvereniging moeten worden overeengekomen. De rechters gaan in deze stelling niet mee, omdat de normenkaders (volgens afspraak) uitgaan van een bestendige gedragslijn. Dat uitgangspunt brengt met zich mee dat (behoudens duidelijke aanwijzingen voor het tegendeel, zoals een expliciet eenmalig bedoelde afspraak) normenkaders voor enig jaar ook voor het volgende jaar hun gelding behouden. Zolang Albert Heijn Franchising en de franchisenemers geen nieuw normenkader overeenkomen is het laatste normenkader rechtsgeldig.

Wat betekent dit voor de toekomst?
Op een zeker moment zullen de franchisegever en de franchisenemers met elkaar een nieuw normenkader moeten vaststellen. De marktomstandigheden zijn continu in beweging en de franchisegever en – nemers zullen mee moeten bewegen. Dus hoewel Albert Heijn Franchising in deze procedure aan het langste eind trekt, zal toch samen met de franchisenemers overeenstemming bereikt moeten worden over een nieuw normenkader. In dit geval verwachten we dat hier veel tijd en energie in zal gaan zitten.

Een zorgvuldige formulering van franchisebepalingen, waarin het voor alle partijen volstrekt duidelijk is wat de bedoeling is, kan veel tijd, moeite en geld besparen.

Holla Advocaten is gespecialiseerd in franchisezaken en het adviseren over franchiseovereenkomsten. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met onze franchisespecialisten Ferry Weelen en Merel Franke.

Dit artikel is geschreven door Peggie van Vugt, medewerker Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar