Overlast door houtkachels

Geen beleid hinder, hindert niet

Met de hitte van de afgelopen dagen moet je er niet aan denken, maar het stoken van houtkachels is een bekend fenomeen dat de laatste tijd weer in populariteit toeneemt. Voor de stoker een plezierige aangelegenheid, voor omwonenden veelal een gevalletje van overlast.

Zo ook voor een omwonende in Well. Zijn buurman stookt in de periode oktober – mei dagelijks twee houtkachels. De omwonende heeft last van de twee houtkachels van zijn buurman en verzoekt het college van B&W hiertegen handhavend op te treden. Het college van B&W toetst aan artikel 7.22 Bouwbesluit 2012 en wijst het verzoek af, omdat tijdens een controle niet is vastgesteld dat sprake is van overmatige hinder.

De omwonende is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. Volgens de omwonende heeft het college van B&W niet de vrijheid om zelf te beoordelen wanneer sprake is van hinder als bedoeld in artikel 7.22 Bouwbesluit 2012. Ook moet het college van B&W hierover beleid vaststellen met een vast toetsingskader, aldus de omwonende. De rechtbank volgt het standpunt van de omwonende niet en verklaart zijn beroep ongegrond. Voor de omwonende rest niets anders dan naar de hoogste bestuursrechter, de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, te stappen. Helaas voor de omwonende oordeelt de Afdeling in lijn met de rechtbank het volgende:

‘Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, vloeit uit artikel 7.22 van het Bouwbesluit niet voort wanneer sprake is van overmatige hinder. Het is aan het college om dit vast te stellen. Anders dan [appellant] stelt, komt het college die beoordelingsruimte toe. Uit de nota van toelichting bij artikel 7.22 van het Bouwbesluit volgt dat het een restbepaling betreft die door het bevoegd gezag kan worden toegepast, indien naar zijn oordeel optreden tegen het gebruik noodzakelijk is en meer specifieke bepalingen geen soelaas bieden. Anders dan [appellant] stelt, is het college niet gehouden om beleid vast te stellen waarin is bepaald wanneer sprake is van overmatige hinder. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college voor de beoordeling of sprake is van overmatige hinder ook niet gehouden was om aansluiting te zoeken bij het Gelders geurbeleid. Zoals het college heeft toegelicht, is dit beleid geschreven voor bedrijven en daarom niet toepasbaar met betrekking tot het vaststellen van geuroverlast bij particulieren.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college zich, gelet op de controles van 4 oktober 2017, 7 november 2017, 13 november 2017, 5 december 2017 en 17 december 2017, op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake was van overmatige hinder door de houtkachels. Weliswaar kan het door [appellant] overgelegde rapport van Buro Blauw van 24 mei 2017 een aanwijzing zijn dat sprake kan zijn van overmatige hinder, maar dat rapport is, gelet op de hiervoor genoemde controles, onvoldoende voor het oordeel dat het college ten onrechte heeft geweigerd om handhavend op te treden. Omdat er geen overtreding is geconstateerd, was het college niet bevoegd om handhavend op te treden tegen het gebruik van de houtkachels.’

Kortom, het college is niet verplicht beleid vast te stellen waarin is bepaald dat sprake is van overmatige hinder. Het college moet echter wel voldoende controles uitvoeren om te kunnen concluderen of daarvan sprake is.

De volledige uitspraak is te vinden via deze link ECLI:NL:RVS:2019:2012.

Neem voor meer informatie contact op met Victoria Rakovitch.

Victoria Rakovitch

Sector

    Expertise

    < Vorige

    Volgende >

    Spring naar toolbar