Houd het hoofd koel bij een dreigend faillissement

Onbehoorlijk bestuur bij een dreigend faillissement

In deze winterse tijden lijkt het niet zo moeilijk het hoofd koel te houden. Maar als het niet zo lekker loopt met je bedrijf en een faillissement dreigt, blijkt dat wel eens lastig. Soms wagen mensen dan sprongen die niet goed aflopen. Hieronder een voorbeeld uit de praktijk ter illustratie.

Bedrijf exploiteert een architectenbureau.
Vennootschap Moeder is enig aandeelhouder van Bedrijf en Y is bestuurder van Bedrijf en Moeder.
Bedrijf verkoopt op enig moment haar inventaris aan Moeder voor € 40.000,- en huurt die terug van Moeder voor € 7.500,- per jaar.
Enkele maanden later richten Moeder en 2 werknemers van Bedrijf  een nieuwe vennootschap op: Derde. Daarbij wordt de afspraak gemaakt dat deze 2 werknemers (met nog een 3e werknemer van Bedrijf) twee weken later in dienst zullen treden van Derde.
Bedrijf zet verder haar softwarelicenties en domeinnamen over op naam van Derde én haar telefoonabonnementen over op naam van Derde en Moeder.
Vervolgens gaat Bedrijf failliet. Y bericht de curator dat hij de activiteiten van Bedrijf graag wil voortzetten en bereid is voor de overname daarvan een bedrag van € 5.000,- te betalen.

De curator van Bedrijf vindt dat Y zijn taak als bestuurder van Bedrijf onbehoorlijk heeft vervuld en vordert de daardoor ontstane schade van Y.
De curator verwijt Y dat hij, in een situatie waarin voor de continuïteit van Bedrijf moest worden gevreesd -en zelfs een faillissement dreigde-, daarmee bij het besturen van Bedrijf niet voldoende rekening gehouden heeft door in de aanloop naar het faillissement essentiële onderdelen van bedrijf over te hevelen naar andere aan hem gelieerde vennootschappen. En dat terwijl Y na de faillietverklaring van Bedrijf de activiteiten van Bedrijf door wilde starten tegen betaling van een beperkt bedrag van € 5.000,-.

De Rechtbank geeft de curator gelijk en oordeelt dat door toedoen van Y de waarde van Bedrijf (de goodwill) voorafgaand aan het faillissement aan Bedrijf is onttrokken en dat de gezamenlijke schuldeisers van Bedrijf daardoor zijn benadeeld. Y moet de door zijn onbehoorlijk bestuur ontstane schade vergoeden aan de failliete boedel.

Conclusie: in situaties als deze is het dus handig juridisch advies in te winnen van een terzake deskundige over wat rechtens wel of juist niet geoorloofd is.

Willemijn Fick-Nolet
Holla Advocaten
w.fick@holla.nl

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar