Eisen vrijstelling vpb zorgaanbieders

Per 1 januari 2021 zullen de eisen aan governance bij zorgaanbieders, die gebruik willen maken van een vrijstelling voor vennootschapsbelasting, veranderen. Wij vertellen u in kort bestek meer.

De werkzaamhedeneis en winstbestemmingseis

In artikel 5 lid 1 onder c van de Wet Vennootschapsbelasting (‘Vpb’) is een subjectieve vrijstelling opgenomen voor – belastingplichtige! – lichamen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend – ten minste 90% –  zorgwerkzaamheden verrichten (de ‘werkzaamhedeneis’). De werkzaamhedeneis wordt nader uitgewerkt in paragraaf 4 van het besluit genaamd ‘Vennootschapsbelasting. Dividendbelasting. Subjectieve vrijstellingen natuurschoonlichamen, pensioenlichamen, zorglichamen en sociale werkbedrijf-lichamen’ (‘Besluit zorgvrijstelling’). Zo wordt onder meer gespecificeerd welke werkzaamheden kwalificeren voor de zorgvrijstelling. Ook bepaalde vormen van jeugdhulp zullen, gelet op de in paragraaf 4 gegeven opsomming, als zorgwerkzaamheden kunnen worden aangemerkt.

Naast de werkzaamhedeneis geldt de winstbestemmingseis, die in paragraaf 6 van het Besluit zorgvrijstelling wordt uitgewerkt. In paragraaf 6 worden in dat verband eisen aan de statuten – en inrichting van de governance – van een zogenaamde zorg-BV gesteld, ter (adequate) borging van de winstbestemmingseis. Deze eisen zijn nodig geacht omdat het enkel statutair beklemmen van winsten niet voldoende zou worden gewaarborgd dat winst daadwerkelijk overeenkomstig de winstbestemmingseis wordt aangewend.

Nadere (en nieuwe) eisen aan governance
Ingevolge paragraaf 6 van het Besluit zorgvrijstelling geldt voor zorg-BV’s (en -NV’s) dat in de statutaire doelomschrijving tot uitdrukking moet zijn gebracht dat het doel van de zorg-BV is het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in de zorgvrijstelling (de eis van doelomschrijving). Uit de statuten dient tevens te blijken dat de winsten van de betreffende BV – ook in het geval van liquidatie – uitsluitend kunnen worden aangewend ten bate van een lichaam waarop de zorgvrijstelling van toepassing is, ten bate van zogenaamde kwalificerende aandeelhouder(s) of een algemeen maatschappelijk belang (de winstbestemmingseis). Ter zake van die kwalificerende aandeelhouders bepaalt het Besluit zorgvrijstelling verder dat alle aandelen van de zorg-BV zowel juridisch als economisch volledig door (een) kwalificerende aandeelhouder(s) moeten worden gehouden (de bezitseis). ‘Kwalificerende aandeelhouders’ zijn in ieder geval:
a. een lichaam van publiekrechtelijke aard;
b. een op de voet van artikel 5, eerste lid, onderdeel c, Wet Vpb vrijgestelde stichting;
c. een ANBI;
d. een niet onder b. of c. vallende stichting die voldoet aan nadere, in het Besluit zorgvrijstelling genoemde, voorwaarden;
e. een besloten vennootschap die voldoet aan daarvoor in het Besluit zorgvrijstelling gestelde voorwaarden en waarvan alle aandelen worden gehouden door een lichaam als hiervoor genoemd.

Van groot belang is dat het Besluit zorgvrijstelling ook bepaalt dat de zorg-BV een meervoudig bestuur moet hebben (de eis van meervoudig bestuur). Als de zorg-BV zelf een enkelvoudig bestuur heeft maar dat enkelvoudige bestuur zelf een lichaam is dat indirect wel een meervoudig bestuur heeft, is dat volgens het Besluit zorgvrijstelling voldoende om aan deze voorwaarde te voldoen. Verder geldt dat als sprake is van een enkelvoudig bestuur en het toezicht op deze bestuurder voldoende is gewaarborgd, dit ook een adequate invulling kan zijn van de voorwaarde van ‘meervoudig bestuur’. Hier valt denken aan de situatie waarin de zorg-BV zelf, of het lichaam dat bestuurder is van de zorg-BV, een onafhankelijk toezichthoudend orgaan – een raad van toezicht, commissarissen (RvT, RvC) – heeft ingesteld.

Het Besluit zorgvrijstelling bepaalt (met de eis van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan) voorts dat de zorg-BV een onafhankelijk orgaan moet hebben ingesteld, dat
i. toezicht houdt op de doelrealisatie en winstbestemmingseis van de zorg-BV,
ii. door middel van een statutair (goedkeurings)recht toezicht houdt op besluiten over de benoeming en het ontslag van de bestuurders van de zorg-BV, en
iii. zelfstandig bevoegd is bestuurders van de zorg-BV te schorsen.
Het toezicht kan ook worden belegd bij het onafhankelijk toezichthoudend orgaan van de kwalificerende aandeelhouders, met dien verstande dat het onafhankelijk toezichthoudend orgaan geen bevoegdheid tot schorsing van de bestuurders van de zorg-BV heeft. Met de eis van statutenwijziging bepaalt het Besluit zorgvrijstelling voorts dat statutaire bepalingen met betrekking tot doelomschrijving, benoeming, schorsing of ontslag van bestuurders, aanwending van winsten, ontbinding en vereffening en statutenwijziging slechts kunnen worden gewijzigd na verkregen statutaire toestemming van het onafhankelijk toezichthoudend orgaan.

Het komt natuurlijk vaak voor dat aandelen in een zorg-BV worden gehouden door een stichting (‘topstichting’), of dat de zorg-BV onderdeel uitmaakt van een concern waarin een indirect aandeelhouder kan worden aangemerkt als kwalificerende aandeelhouder. Ook in die gevallen kunnen de respectievelijke stichting of zogenaamde ‘tussenhoudster-bv’ (direct aandeelhouder) onder omstandigheden worden aangemerkt als kwalificerende aandeelhouder. Daarvoor gelden vergelijkbare (governance)eisen, zoals hiervoor beschreven.

Slot; check?
Hoewel het Besluit zorgvrijstelling al per 25 november 2019 in werking is getreden, geldt een overgangsregeling. Alle zorgaanbieders die een beroep willen (blijven) doen op de Vpb-zorgvrijstelling, zullen hun governance op grond hiervan uiterlijk op 31 december 2020 moeten hebben aangepast. Wilt u weten welke gevolgen de gewijzigde regels voor uw organisatie (moeten) hebben? Neemt u dan contact met ons op.