Doorbraak op gebied van kinderalimentatie nabij?

Het is al geruime tijd onrustig op het vlak van de kinderalimentatie. Sinds de invoering van de Wet hervorming Kindregelingen (WHK) bestaat er grote verdeeldheid onder juristen over de vraag hoe moet worden omgegaan met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop in het kader van de becijfering van kinderalimentatie.

De WHK

Met de invoering van de WHK zijn onder meer de alleenstaande ouderkorting en de persoonsgebonden aftrek van levensonderhoud voor kinderen afgeschaft. Tegenover deze en enkele andere afschaffingen stond de introductie van de alleenstaande ouderkop in het kindgebonden budget.

Het doel van de WHK was onder andere om alleenstaande ouders te stimuleren (meer) te gaan werken. De WHK bleek echter ook grote gevolgen te hebben voor kinderalimentatie. Met ingang van 1 januari 2013 werd op de behoefte van kinderen namelijk het kindgebonden budget in mindering gebracht. Dit op grond van de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen, bestaande uit familierechters die zich bezighouden met alimentatiezaken. Toen met ingang van 1 januari 2015 de alleenstaande ouderkop werd ingevoerd, luidde de aanbeveling van de Expertgroep om ook dié bijdrage van de overheid  op de behoefte van de kinderen in mindering te brengen.

De WHK en de aanbeveling van de Expertgroep hebben geleid tot een stortvloed aan rechtszaken. Daarbij viel op dat de rechtbanken in Den Haag en Noord-Holland steevast afweken van de aanbeveling van de Expertgroep en toch kinderalimentatie oplegden. Toepassing van de aanbevelingen van de Expertgroep zou naar het oordeel van deze rechtbanken tot een onredelijke uitkomst leiden.

Andere rechtbanken en de gerechtshoven dachten hier echter anders over en volgden wél de aanbevelingen van de Expertgroep. Dit leidde ertoe dat er grote verschillen ontstonden tussen de verschillende arrondissementen. Het starten van een procedure in Den Haag kon tot een compleet andere uitslag leiden dan een procedure in een ander deel van het land. Onder grote druk van met name de advocatuur heeft de Expertgroep zich in april nogmaals over de kwestie gebogen. De Expertgroep blijft echter bij zijn aanbeveling, en vindt dat het nu aan de Hoge Raad is om hierover een oordeel te vellen.

Prejudiciële vragen

Inmiddels lijkt er een doorbraak te hebben plaatsgevonden. Het Gerechtshof Den Haag heeft op 3 juni 2015 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. Het Hof heeft de Hoge Raad gevraagd duidelijkheid te bieden over de vraag hoe om moet worden gegaan met het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. Inmiddels heeft de Advocaat-Generaal (A-G) in deze kwestie geconcludeerd. De A-G adviseert de Hoge Raad om af te wijken van de aanbevelingen van de Expertgroep en het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop niet in mindering te brengen op de behoefte van het kind. De A-G adviseert het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop die de alimentatiegerechtigde ouder ontvangt, mee te nemen bij de becijfering van de draagkracht van deze ouder. Deze oplossing was ook in de literatuur al bepleit.

Het wachten is nu op de Hoge Raad. De kans lijkt groot dat de Hoge Raad de aanbevelingen van de A-G over zal nemen, maar zeker is dat allerminst. De conclusie van de A-G is te lezen via http://bit.ly/1LlW558. De overwegingen van de A-G zijn terug te vinden onder punt 2.27 e.v.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar