Compensatie transitievergoeding

Vanaf 1 april 2020 aanvraag compensatie transitievergoeding via UWV Werkgeversportaal

Met ingang van 1 april 2020 kunnen werkgevers die een arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer hebben beëindigd compensatie aanvragen voor de aan de werknemer betaalde transitievergoeding. Vanaf diezelfde datum kunnen ook werkgevers die op enig moment tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020 een dergelijke vergoeding hebben betaald een aanvraag doen om deze terug te krijgen. De compensatie beëindigt zo goed als volledig de praktijk van ‘slapende dienstverbanden’ die sterk opkwam na invoering van de transitievergoeding per 1 juli 2015. Nu werkgevers worden gecompenseerd voor de vergoedingen die zij betalen, is er voor hen geen reden meer om het dienstverband met de langdurige arbeidsongeschikte werknemer in stand te laten. Doet een werkgever dat toch, dan is dat in strijd met goed werkgeverschap, tenzij de werkgever erin slaagt aannemelijk te maken dat er een reëel uitzicht is op re-integratie van de werknemer, aldus de Hoge Raad.[1] Werkgevers kunnen hier hun aanvraag voor compensatie doen via het Werkgeversportaal op de website van UWV. UWV verplicht werkgevers sinds 1 november 2019 in te loggen op het portaal met eHerkenning. Binnen het portaal kunnen werkgevers het formulier ‘Aanvraag compensatie transitievergoeding’ invullen. In dit artikel geven wij nog eens kort weer welke voorwaarden precies gelden om in aanmerking te komen voor compensatie en delen we ook praktische informatie over welke gegevens u als werkgever moet aanleveren bij UWV voor de beoordeling van uw aanvraag en de doorlooptijd.

Voorwaarden voor compensatie

Bij wet van 11 juli 2018 heeft de regering de compensatieregeling transitievergoeding aangekondigd.[2] In een Ministeriële Regeling van 18 februari 2019 heeft de regering de compensatieregeling nader uitgewerkt.[3] De Regeling bevat de volgende voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het verkrijgen van een recht op compensatie:

  • een aanvraag voor compensatie kan eerst vanaf 1 april 2020 worden gedaan;
  • het recht op compensatie geldt voor vergoedingen die de werkgever op enig moment vanaf 1 juli 2015 aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers heeft betaald na opzegging of ontbinding van de arbeidsovereenkomst, het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst of het sluiten van een vaststellingsovereenkomst omdat de werknemer wegens ziekte of gebrek niet meer in staat was de bedongen arbeid te verrichten;
  • een aanvraag voor compensatie dient uiterlijk zes maanden na betaling van de volledige vergoeding te zijn ingediend – een aanvraag die te laat is, wijst UWV af;
  • de aanvraagtermijn van 6 maanden geldt niet voor vergoedingen die in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020 zijn betaald – voor die betalingen geldt dat een aanvraag uiterlijk binnen 6 maanden na 1 april 2020 (en dus vóór 1 oktober 2020) dient te worden gedaan;

Gegevens voor aanvraag

Het UWV toetst of is voldaan aan bovenstaande voorwaarden middels het controleren van door werkgevers aangeleverde informatie. Zo dient UWV te controleren of er sprake was van aan arbeidsovereenkomst (en niet – bijvoorbeeld – een opdrachtovereenkomst), welk loon de werknemer verdiende, of de werknemer daadwerkelijk ziek uit dienst gegaan is, of de arbeidsovereenkomst is geëindigd op één van bovengenoemde wijzen (ontbinding door de rechter, opzegging met toestemming UWV, van rechtswege of middels vaststellingsovereenkomst), of aan de werknemer daadwerkelijk een vergoeding is betaald, of deze is betaald binnen de termijn uit de Regeling en op welke wijze deze vergoeding is berekend. Voor de beantwoording van deze controlevragen vraagt UWV om de volgende gegevens (een link naar de UWV website met gegevens vindt u hier):

  • de arbeidsovereenkomst;
  • bewijs van het einde van de arbeidsovereenkomst – bijvoorbeeld de uitspraak van de kantonrechter, de opzeggingsbrief, of een vaststellingsovereenkomst;
  • de berekening van de hoogte van de betaalde vergoeding;
  • loonstroken van de werknemer, waaronder in ieder geval de loonstrook van de maand waarin de werknemer 1 jaar ziek was en de loonstrook van kort voor het moment dat het opzegverbod wegens ziekte eindigde;
  • bewijs dat de berekende vergoeding volledig is betaald;
  • de datum van betaling van de vergoeding;

Indien een werknemer gedurende de periode van zijn ziekte variabele inkomsten genoot bij de werkgever, zoals winstuitkeringen en/of bonussen, dan zijn deze van invloed op de hoogte van de transitievergoeding waarop de langdurige arbeidsongeschikte werknemer aanspraak maakt (en daarmee ook op de hoogte van de door UWV te betalen compensatie) reden waarom UWV de werkgever in dat geval vraagt om alle loonstroken van de werknemer van de laatste 36 maanden voorafgaande aan het einde van het voor de werkgever geldende opzegverbod wegens ziekte toe te sturen. Als een werknemer vaste looncomponenten ontving buiten de vakantiebijslag en/of een eindejaarsuitkering, zoals een ploegentoeslag, dienen de loonstroken van de afgelopen 12 maanden voorafgaande aan het einde van het opzegverbod wegens ziekte aan UWV te worden toegestuurd.

Indien een werkgever gebruik heeft gemaakt (met voorafgaande instemming van de langdurig zieke werknemer) van de wettelijke mogelijkheid om inzetbaarheids- en/of transitiekosten in mindering te brengen op de transitievergoeding, dan wenst UWV ook die gegevens te controleren. Een werkgever die inzetbaarheids- en/of transitiekosten in mindering heeft gebracht op de aan de werknemer betaalde vergoeding dient bewijs te overleggen:

  • dat de werknemer heeft ingestemd met het in mindering brengen van die kosten op de transitievergoeding;
  • van daadwerkelijke betaling van de inzetbaarheids- en/of transitiekosten.

Ten slotte zijn er nog enkele uitzonderingssituaties denkbaar die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de compensatie en waarover UWV aanvullende informatie kan opvragen bij de werkgever. Voorbeelden van die uitzonderingen zijn werknemers die als dienstverlener aan huis werkten en werknemers die (een deel van de dienstbetrekking) jonger waren dan 18 jaar: voor hen gelden afwijkende regels voor de berekening van de transitievergoeding, en UWV betrekt deze bij de beoordeling voor de aanspraak op compensatie.

De doorlooptijd van een beoordeling van een aanvraag door UWV is verbonden aan de termijnen uit de Algemene wet bestuursrecht. UWV dient binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag (inclusief alle voornoemde door de werkgever aan te leveren informatie) een beslissing te nemen; uiterlijk binnen 8 weken (art. 4:13 lid 2 Awb). Wordt deze termijn niet gehaald, dan kan UWV de termijn éénmaal verlengen met nogmaals een ‘redelijke termijn’ (art. 4:14 lid 3 Awb) en dient hij aan te geven wanneer de beslissing dan wel volgt. In de Regeling compensatie transitievergoeding is reeds bepaald dat voor aanvragen die zien op vergoedingen die tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020 zijn betaald, de termijn van 8 weken niet gehaald gaat worden: kort na 1 april 2020 verwacht UWV een grote toestroom van aanvragen, zodat UWV voor oude gevallen een beslistermijn van maximaal 6 maanden hanteert. Dat klinkt ruim, maar het is zeer de vraag of UWV deze last aan kan, nu deze reeds kampt met een zeer aanzienlijke lastenverzwaring sinds het uitbreken van de coronacrisis. UWV verwerkt immers ook de aanvragen van werkgevers uit hoofde van het Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid. De tijd zal leren welke capaciteit UWV aan kan in deze periode, en of er een aanspraak ontstaat voor belanghebbende werkgevers op dwangsommen bij niet tijdig beslissen door UWV.

Heeft u vragen over dit onderwerp of over de aanvraag voor compensatie transitievergoeding neem dan contact op met Paul Smarius (p.smarius@holla.nl) voor al uw vragen of één van de andere medewerkers van de Business Unit Arbeidsrecht (088-4402400).

[1] HR 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734.

[2] Wet van 11 juli 2018, houdende maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid.

[3] Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 februari 2019, nr. 2019-0000023811, houdende regels met betrekking tot de compensatie van de transitievergoeding bij een einde van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid (Regeling compensatie transitievergoeding).

Paul Smarius

Sector

    Expertise

    < Vorige

    Volgende >

    Spring naar toolbar