Stoeipartij leidt tot blijvende gehoorschade; veroorzaker aansprakelijk?

Het weekend staat weer voor de deur. Voor velen een goede reden om vanavond de kroeg in te duiken waar ook de nodige biertjes gedronken zullen worden. Het is een feit van algemene bekendheid dat men van alcohol in sommige gevallen losbandig wordt. Maar wat als een in beginsel onschuldige stoeipartij uitmondt in blijvende gehoorschade voor een van de betrokkenen? Is de veroorzaker aansprakelijk voor deze blijvende gehoorschade? In dit blog bespreek ik een recente uitspraak van de rechtbank Limburg waarin deze vraag ter beoordeling aan de rechtbank[1] voorlag.  

Wat was er aan de hand?

In 2017 gingen eiser, gedaagde en nog een ander persoon uit in het centrum van Maastricht. Eiser was de bob die avond en zou gedaagde en de andere persoon naar huis brengen. Terwijl eiser en gedaagde naar de auto van eiser liepen, raakten zij op enig moment in een stoeipartij met elkaar verwikkeld. Hierbij heeft gedaagde het oor van eiser geraakt. Eiser was duizelig en voelde pijn aan zijn oor. Later onderzoek bij de KNO-arts wees uit dat er sprake was van een geperforeerde trommelvlies, hetgeen geresulteerd heeft in gehoorverlies. In deze procedure dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of gedaagde aansprakelijk is voor de schade van eiser op grond van art. 6:162 BW inhoudende dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat het gedrag van gedaagde slechts onrechtmatig is als het gevolg van de handeling van gedaagde zo groot is dat gedaagde zich daar naar maatstaven van zorgvuldigheid van had moeten onthouden. Naast de bekende gezichtspunten zoals:

  • de grootte van de kans dat een ongeval zich voordoet;
  • de mogelijke ernstige gevolgen van een dergelijk ongeval, en
  • de bezwaarlijkheid van de te nemen voorzorgsmaatregelen

acht de rechtbank ook de context waarbinnen het voorval zich voordoet van belang. Deze context bepaalt welke mate van risico aanvaardbaar is en of er dientengevolge een milder of strenger regime van toepassing is op het gedrag van de gevaarzetter. Dat de context van een gedraging tot andere uitkomsten kan leiden, blijkt uit de aansprakelijkheid in sport- en spelsituaties. In een sport- en spelsituatie leidt een gedraging minder snel tot aansprakelijkheid dan buiten deze sport- en spelsituatie het geval zou zijn.

Jolig aanduwen

Gedaagde stelt dat er geen sprake was van een stoeipartij maar dat er sprake was van ‘jolig aanduwen’ en dat hij zich niet kan herinneren eiser te hebben geslagen. De rechtbank volgt gedaagde niet in dit verweer. Gedurende zijn verhoren bij de politie betwistte gedaagde immers niet dat hij eiser op zijn oor had geraakt. Gedaagde verklaarde toen dat er sprake was van een ongeluk bij een stoeipartij. Ook verklaarde gedaagde dat hij op de terugrit naar huis diverse malen aan eiser heeft gevraagd of het niet beter was om langs het ziekenhuis te gaan. Gezien deze inconsistente verklaringen is de rechtbank van oordeel dat gedaagde de stelling van eiser dat gedaagde hem op zijn oor heeft geslagen onvoldoende heeft weerlegd. De rechtbank gaat er dus vanuit dat gedaagde eiser op zijn oor heeft geslagen.

Sport- en spelsituatie

Volgens gedaagde is er in de gegeven omstandigheden sprake van een sport- en spelsituatie waardoor het gedrag van gedaagde in de gegeven omstandigheden niet tot aansprakelijkheid leidt. De rechtbank volgt gedaagde niet in dit betoog en stelt dat er sprake is van speels gedrag. Derhalve dient aan de hand van de ‘normale’ maatstaf voor gevaarzetting getoetst te worden of gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld. Het maakt volgens de rechtbank niet uit of gedaagde onverwachts een klap aan eiser heeft uitgedeeld of dat gedaagde eiser tijdens de stoeipartij heeft geslagen. In beide situaties is het gedrag van gedaagde volgens de rechtbank onrechtmatig. De maatschappelijke zorgvuldigheid vergt dat men een ander niet met kracht op een kwetsbaar lichaamsdeel slaat aangezien de kans dat daardoor (ernstig) letsel wordt veroorzaakt te groot is. Gedaagde had zich dan ook van zijn handelen moeten weerhouden. Bovendien hoefde eiser er niet bedacht op te zijn dat hij bij een stoeipartij een dusdanige klap op zijn oor zou krijgen. De vraag of er al dan niet sprake was van opzet aan de zijde van gedaagde is voor het oordeel of gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld irrelevant. De rechtbank oordeelt dat gedaagde gehouden is de schade van eiser te vergoeden.

Conclusie

Deze uitspraak illustreert dat naast de algemene gezichtspunten ook de context van belang is voor het beoordelen van de aansprakelijkheid. In de gegeven omstandigheden oordeelde de rechtbank dat een stoeipartij onder invloed onvoldoende is om een hogere aansprakelijkheidsdrempel te hanteren. Het slachtoffer hoefde er in deze situatie niet bedacht op te zijn dat hij een dusdanige klap op zijn oor zou krijgen. Ik kan mij voorstellen dat de rechtbank in een bokswedstrijd tot een ander oordeel zou zijn gekomen. 

Vragen over aansprakelijkheidskwesties? Neem contact op met een van onze specialisten aansprakelijkheidsrecht.

[1] Rechtbank Limburg 29 november 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:7197.

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?