Bijtelling auto

Hof Den Bosch pitcht de golfbal in de hole voor de Belastingdienst!

Hof Den Bosch deed vrijdag 21 september 2018 een opvallende uitspraak ten aanzien van bijtelling voor de auto van een DGA. Het Hof is namelijk van mening dat 17 van de 79 ritten naar de golfclub als privéritten aangemerkt moesten worden. Hierdoor kwam deze DGA in het jaar 2011 boven de drempel van 500 privé-kilometers uit en is daardoor loonbelasting verschuldigd aan de Belastingdienst.

Achtergrond

Dit zat namelijk zo. De DGA had een zakelijke auto, die zijn persoonlijke B.V. aan hem ter beschikking stelde. Hiervoor had hij een Verklaring geen privégebruik auto. Dat betekent dat hij geen loonbelasting (ook wel “bijtelling” genoemd) verschuldigd was met betrekking tot deze auto, mits hij niet meer dan 500 kilometer per jaar privé zou rijden. In 2011 maakte de DGA 79 ritten van en naar twee verschillende golfclubs met deze auto. Deze ritten maakte hij om (potentiële) zakelijke relaties op de golfclubs te ontmoeten. De DGA vindt dan ook dat deze ritten een volledig zakelijk karakter hadden. De Inspecteur is een andere opvatting toegedaan. Die vindt dat golf een sport is en derhalve een privéaangelegenheid, onafhankelijk van het antwoord op de vraag of deze sport met een zakelijke relatie wordt beoefend. Het Hof Den Bosch stelt voorop dat de opvatting van de Inspecteur dat ritten die gemaakt worden met het oogmerk om aan sport te doen, per definitie geen zakelijk karakter hebben onjuist is. Wel vindt het Hof dat aangesloten moet worden bij het aantal privé keren dat iemand met eenzelfde inkomen, vermogen en gezinssamenstelling in 2011 de golfbaan bezocht. Uit de Golfbranche Monitor Jaarrapportage volgde dat een gemiddelde golfer 17 keer per jaar een golfclub bezocht. Dit betekent dat de kilometers die samenhangen met 17 van de 79 bezoeken aan de golfclubs als privékilometers worden aangemerkt. Het totaal aantal kilometers dat de DGA voor privédoeleinden met de auto gereden heeft komt daarmee boven de 500. De DGA dient derhalve loonbelasting af te dragen ten aanzien van het privégebruik van de auto en hiermee stelt het Hof de Inspecteur in het gelijk.

Belang voor de praktijk

De vraag is nu wat dit betekent voor de praktijk. Allereerst brengt deze uitspraak met zich mee dat indien u of uw werknemer de ter beschikking gestelde auto puur zakelijk gebruikt, zich ervan bewust moet zijn dat de kilometers die samenhangen met de eerste 17 ritten naar golfclub(s) door de Belastingdienst als privéritten zullen worden beschouwd. Zelfs als het puur zakelijke ontmoetingen betreft met bijvoorbeeld zakenpartners of klanten. Dit kan hard aantikken met een drempel van maar 500 kilometer op jaarbasis.

Bovendien kunnen wij de uitspraak van het Hof ook breder doortrekken. We kunnen ons namelijk voorstellen dat op dezelfde wijze geoordeeld zal worden ten aanzien van het bezoeken van bijvoorbeeld voetbal-, tennis- of hockeywedstrijden met zakenpartners of (potentiële) klanten. Gekeken kan dan worden naar hoe vaak iemand met eenzelfde inkomen, vermogen en gezinssamenstelling deze wedstijden bezoekt. Dat zal dan de drempel worden die bepaalt hoeveel bezoeken als privé aangemerkt zullen worden. Alle kilometers die samenhangen met de ritten daarboven, mag de rijder dan als zakelijk aanmerken.

Dit zou betekenen dat bijvoorbeeld een DGA die in Eindhoven woonachtig is en een thuiswedstrijd van Ajax bezoekt met zijn klant, 232 privé kilometers moet tellen terwijl een vergelijkbare DGA die woonachtig is in Amsterdam slechts 10 kilometer hoeft te registeren. Dit lijkt ons onwenselijk en tevens een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Omdat de behandelde uitspraak op veel zakelijke rijders van toepassing zal zijn, verwachten wij dat het laatste woord hierover nog niet over gerept is!

Mocht u fiscale vragen hebben ten aanzien van uw onderneming of werknemers, neem dan gerust contact met ons op. Boris en Tom en Demi, denken graag met u mee!

Demi van Zantvoort, fiscalist

Boris Emmerig, Managing Partner, Finance

Tom Zondag

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar