BGK; wat is dat en hoe zit het?

Wanneer iemand een letselschade advocaat nodig heeft komen daar kosten bij kijken, want een advocaat kost uiteraard geld. De afkorting BGK staat voor ‘buitengerechtelijke kosten’. Dit betreffen de kosten rechtsbijstand die worden gemaakt wanneer er (nog) geen procedure bij de rechtbank aanhangig is gemaakt. Volgens de wet komen de redelijke kosten voor vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid echter voor rekening voor de aansprakelijke partij[1]. Dit houdt in dat wanneer de aansprakelijk is komen vast te staan de kosten niet voor rekening van het slachtoffer, maar voor rekening van de aansprakelijke partij komen. Meestal is er een verzekeraar bij letselschadezaken betrokken en dient deze de buitengerechtelijke kosten dan ook te voldoen.

Maar wat zijn nu redelijke kosten?

In beginsel zijn dit alle kosten die noodzakelijkerwijs gemaakt moeten worden om de aansprakelijkheid en de omvang van de schade vast te stellen. Dit betreft derhalve niet alleen het honorarium van de belangenbehartiger, maar ook bijvoorbeeld de kosten voor het opvragen van medische stukken, de kosten voor medische adviezen die gegeven worden en de kosten voor mogelijke (medische) onderzoeken die moeten plaatsvinden om de omvang van de schade te bepalen. De kosten dienen de dubbele redelijkheidstoets te doorstaan: zowel het maken van de kosten (inschakelen belangenbehartiger of deskundige), als de omvang van de kosten moeten redelijk zijn.

Het honorarium van de belangenbehartiger is in de praktijk een schadepost die voor veel discussie zorgt; zowel de hoogte van het uurtarief als de gemaakte uren spelen daarbij vaak een rol. Er moet met verschillende aspecten rekening worden gehouden, zoals de omvang van schade, de complexiteit van de zaak en de opleiding en ervaring van de belangenbehartiger.

Vanwege de discussies tussen partijen over deze kosten bestaat er veel jurisprudentie over het honorarium van belangenbehartigers. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde in een recent deelgeschil dat een belangenbehartiger die geen advocaat is en niet geregistreerd staat in een kwaliteitsregister, geen specialistentarief kan rekenen. De belangenbehartiger vorderde een uurtarief van € 225,-[2]; de rechtbank oordeelde dat de belangenbehartiger recht had op een uurtarief van € 185,-[3]. Wanneer een belangenbehartiger wel gespecialiseerd en/of letselschade advocaat is worden hogere uurtarieven redelijk geacht, variërend van ongeveer € 225,- tot € 285,-.[4]. Daar tegenover staat dat een gespecialiseerde letselschade advocaat zijn/haar kennis op orde heeft. Hij/zij kan daarom vaak sneller tot de kern komen en heeft derhalve minder uren nodig voor bepaalde werkzaamheden.

Wat nu precies redelijk is qua buitengerechtelijke kosten hangt dus sterk af van alle omstandigheden van het geval. Wel is duidelijk dat dit voor het slachtoffer gelukkig vaak geen extra zorg is, omdat hij deze kosten vergoed krijgt door de aansprakelijke partij.

[1] Artikel 6:96 lid 2 sub b BW
[2] De in dit artikel genoemde bedragen zijn allemaal exclusief BTW
[3] Rechtbank Midden-Nederland, 17 maart 2021, 8750299 UE VERZ 20-276 pvt/1299
[4] Zie hiervoor bijvoorbeeld Rechtbank Rotterdam, 22 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7541, waar een uurtarief van € 285,- werd toegewezen en Rechtbank Oost-Brabant, 28 juli 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:4147, waar een uurtarief van € 260,- werd toegewezen

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?