BAM moet doorgaan met ontwerpwerkzaamheden voor aanleg verkeersknooppunt A59-N261

BAM moet van de rechter doorgaan met haar ontwerpwerkzaamheden voor de aanleg van het verkeersknooppunt A59-N261 bij Waalwijk (route van en naar de Efteling).

Na een voorbereidingsperiode van ongeveer 13 jaar heeft de Provincie Noord-Brabant, na een aanbestedingsprocedure, een overeenkomst gesloten met BAM, strekkende tot het ontwerpen, uitvoeren en (deels) onderhouden van de ombouw van de N261 met bijkomende werken. BAM diende de aanbestede werkzaamheden uit te voeren conform de vraagspecificatie bij het contract.

Na totstandkoming van de overeenkomst is tussen BAM en de provincie een geschil ontstaan over de verkeersveiligheid van de te ontwerpen aansluiting van de N261 met de A59.

BAM diende het door de Provincie aangeleverde ontwerpknooppunt uit te werken tot een definitief ontwerp maar weigerde dat omdat het ontwerpknooppunt onvoldoende verkeersveilig zou zijn. Dat wilde BAM niet voor haar verantwoording nemen.

Ten gevolge van deze discussie loopt het project (van in totaal 76 miljoen euro) vertraging op. De Provincie heeft daarom in een kort geding geëist dat BAM verplicht wordt haar werkzaamheden voort te zetten.

De voorzieningenrechter heeft op 24 februari 2014 uitspraak gedaan[1]. Hij stelt vast dat is gebleken dat de Provincie probeert om op een klein grondoppervlak zoveel verschillende verkeersstromen met elkaar te verbinden, dat het praktisch niet goed te doen is om van het verkeersknooppunt, uit een oogpunt van verkeersveiligheid in combinatie met de verlangde doorstroming van het verkeer, iets echt goeds te maken. Hij oordeelt echter dat het niet aan de rechter is om de aanbestedende dienst (in dit geval de Provincie) voor te schrijven wat zij wel of niet mag laten bouwen. Als de Provincie een overeenkomst wenst te sluiten waarin zij een verkeersknooppunt wil laten bouwen ten aanzien waarvan kritische kanttekeningen bij de kwaliteit ervan zijn te plaatsen en vervolgens nakoming van de verbintenissen uit dat contract wenst, dan is dat in de contractuele context waarin een voorzieningenrechter moet oordelen een keuze die hij aan de Provincie laat.

Het argument van BAM dat zij moet kunnen weigeren een onveilige situatie te realiseren en dat zij een maatschappelijke zorgplicht heeft die aansprakelijkheid oplevert in het geval de onveilige situatie op het door haar gebouwde knooppunt leidt tot verkeersongevallen, acht de voorzieningenrechter ongegrond. BAM heeft de Provincie op voldoende duidelijke en stellige wijze gewezen op de verkeersveiligheidsproblematiek zodat BAM, in geval van een aansprakelijkheidskwestie, aansprakelijkheid kan afwenden door te stellen dat haar geen verwijt treft.

BAM wordt veroordeeld haar ontwerpwerkzaamheden voort te zetten met inachtneming van de aanwijzingen van de Provincie.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Annelies Overmars, 073 61 61 100.

[1] Rechtspraak.nl – ECLI:NL:RBOBR:2014:869, Rechtbank Oost-Brabant 24-02-2014, C/01/272187

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar