Arbeidsovereenkomst trainer?

Arbeidsovereenkomsten’ trainers en coaches in het betaald voetbal

In dit artikel bespreken wij de arbeidsrelatie tussen de trainer en/of coach en de club of bond waarvoor hij werkt: de voor- en/of nadelen van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht, zowel arbeidsrechtelijk als fiscaal gezien.

Fiscale aspecten

Het Hof ’s-Gravenhage oordeelt in 1967 dat een voetbaltrainer, aangesteld overeenkomstig het modelcontract van de KNVB, ondanks een ruime vrijheid van handelen, zijn werkzaamheden op grond van een arbeidsovereenkomst verricht. Uit meer recente rechtspraak volgt echter dat tegenwoordig een grotere keuzeruimte tussen arbeids- dan wel opdrachtovereenkomsten bestaat. Dit onderscheid is erg belangrijk vanwege de fiscale gevolgen die horen bij de verschillende overeenkomsten.

Wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst is een club/sportbond, verplicht om loonbelasting en premies sociale verzekeringen af te dragen. Dit in tegenstelling tot een overeenkomst van opdracht. Bij een overeenkomst van opdracht kan een trainer en/of coach gebruikmaken van bepaalde aftrekposten, welke kunnen resulteren in een lagere belastingdruk. In uitspraken van het Hof ’s-Hertogenbosch[1] en van Hof Arnhem-Leeuwarden[2] is gemotiveerd hoe de arbeidsrelatie van een trainer en/of coach met een club of sportbond ingericht moet zijn om aangemerkt te worden als overeenkomst van opdracht.

De fiscale beoordeling door de Belastingdienst is echter sinds de totstandkoming van de Wet DBA ingewikkelder. Bij de beoordeling gaat het niet langer om de ‘omstandigheden van het geval’ omdat de Belastingdienst de tekst van een overeenkomst beoordeelt en de toetsing vooraf uitvoert. Hierdoor kan geen rekening gehouden kan worden met alle ‘omstandigheden van het geval’. De Belastingdienst hanteert een beoordelingskader dat door de Commissie-Boot is gewogen. De beoordeling op grond van de wet DBA is daarom niet de meest geschikte route om zekerheid te verkrijgen over de fiscale duiding van een arbeidsrelatie tussen coach en club. Een goed alternatief is het aanvragen van een ‘Beschikking geen verzekeringsplicht’ bij de Belastingdienst. Hierbij wordt namelijk wél gekeken hoe het in de praktijk gaat.

Arbeidsrechtelijke gevolgen

Een werknemer krijgt via de arbeidsovereenkomst meer rechtsbescherming dan een opdrachtnemer. Een werkgever (lees: club of sportbond) kan een arbeidsovereenkomst niet zomaar beëindigen en is een transitievergoeding verschuldigd bij de beëindiging van het arbeidscontract. Overigens gelden in de relatie tussen club en coach wel uitzonderingen op het gebied van de ketenregeling.

Voor een overeenkomst van opdracht geldt deze rechtsbescherming niet. De hoofdregel bij een opdrachtovereenkomst is dat de opdrachtgever (de club of sportbond) te allen tijde de overeenkomst kan opzeggen en bij deze beëindiging geen transitievergoeding verschuldigd is. Het kan echter zo zijn dat, ook in het geval van een overeenkomst van opdracht, een vergoeding voor voortijdige beëindiging voor één van de partijen afgesproken is. De opdracht van overeenkomst kan, afhankelijk van de gemaakte afspraken, uiteindelijk financieel aantrekkelijker zijn dan een arbeidsovereenkomst.

De kwalificering als arbeidsovereenkomst, dan wel overeenkomst van opdracht, is zodoende ook hier van belang. Bij de arbeidsrechtelijke beoordeling wordt niet alleen gekeken naar wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, maar wordt eveneens gekeken naar de wijze waarop feitelijk uitvoering aan de overeenkomst is gegeven.[3]

Conclusie
Juridisch gezien is het aldus van wezenlijk belang of het gaat om een arbeidsovereenkomst of om een overeenkomst van opdracht. Het is zowel fiscaalrechtelijk als arbeidsrechtelijk van belang om de overeenkomst juridisch juist te kwalificeren én uit te voeren in overeenstemming met de bedoeling van partijen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u vragen over het artikel? Neem contact op met onze specialisten Boris Emmerig of Jaimy Vanenburg.

Voor een uitgebreidere toelichting over de fiscaalrechtelijke en arbeidsrechtelijke aspecten van de arbeidsrelatie tussen een trainer en/of coach en de club of bond waarvoor hij werkt verwijzen wij u naar het artikel ‘Arbeidsovereenkomsten’ van coaches’ in het Tijdschrift voor Sport & Recht.[4]

[1] Hof ’s-Hertogenbosch 25 november 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BV6194, V-N 2012/14.2.4, NTFR 2012/528.

[2] Hof Arnhem-Leeuwarden 2 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA0374, V-N 2014/16.28.4.

[3] Rb. Assen (ktr.) 24 november 1998, ECLI:NL:KTGASS:1998:AI9862; College van Arbiters KNVB 6 februari 2015, Arbitraal vonnis 1412.

[4] B. Emmerig & J. Vanenburg, ‘Arbeidsovereenkomsten’ van coaches. Fiscaal en arbeidsrechtelijk, TvS&R december 2017, nr. 4.

Jaimy Vanenburg

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar