Aansprakelijkheid producent voor rubberkorrels kunstgrasvelden?

Naar aanleiding van een uitzending van Zembla is veel onrust ontstaan over de veiligheid van sporten op kunstgrasvelden.

Veel kunstgrasvelden in Nederland zijn ingestrooid met rubbergranulaat. Deze rubberkorrels zorgen ervoor dat het kunstgrasveld dezelfde eigenschappen krijgt als een gewoon grasveld, zodat de bal niet te snel rolt en niet te hoog stuitert. Daarnaast wordt het kunstgras beter geschikt voor slidings. Rubbergranulaat is fijngemalen rubber en wordt veelal gemaakt van oude rubberproducten zoals versnipperde autobanden.¹ Als gevolg hiervan zouden de rubberkorrels vol zitten met giftige stoffen zoals zink, lood, benzeen en ook PAKS, een verzameling chemische stoffen die kanker kan veroorzaken.²

Minister Edith Schippers (Sport) heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) daarom opdracht gegeven opnieuw te onderzoeken of sporten op kunstgrasvelden de gezondheid kan schaden. Dit onderzoek moet nog voor het einde van dit jaar klaar zijn.

Indien uit dit onderzoek volgt dat het instrooien van rubberkorrels een gevaar voor de gezondheid oplevert, kan de vraag worden gesteld of de producent aansprakelijk is op het moment dat dit gevaar intreedt.

Artikel 6:185 van het Burgerlijk Wetboek formuleert als hoofdregel dat een producent aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product. Een product is gebrekkig indien het niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten. Indien vast komt te staan dat sporten op kunstgrasvelden gezondheidsrisico’s oplevert, is sprake is van een gebrekkig product. Dit betekent echter niet dat de producent automatisch voor schade die daardoor ontstaat aansprakelijk is.

In het Burgerlijk Wetboek is namelijk een uitzondering opgenomen voor het zogeheten ontwikkelingsrisico dat naar verkeersopvattingen niet voor rekening van de producent komt. De producent kan zich dientengevolge tegen aansprakelijk verweren door aan te tonen dat het op grond van de stand van de wetenschappelijk en technische kennis op het tijdstip waarop de producent het product in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken. Of de producent hierin zal slagen is de vraag. Het gaat hier immers om een objectieve toets: het gebrek moest door geen enkele producent te ontdekken zijn. Daarnaast moest het onmogelijk zijn om het gebrek te ontdekken. Dit houdt in dat een producent zich er niet op kan beroepen dat zijn product voldeed aan de praktische en redelijke maatstaven die, gezien de stand van de wetenschap en techniek, toen golden. Evenmin kan een producent zich erop beroepen dat hij onvoldoende mankracht of onvoldoende financieel vermogen had om onderzoek te doen. Bovendien verdient aantekening dat de wet spreekt over: ‘ontdekken’. Het is dan ook niet relevant of er in de wetenschap op het gebrek werd gewezen, doch slechts of dit op mogelijkerwijs te ontdekken was.³

Op dit moment is nog onduidelijk hoe de bal zal rollen. Holla Advocaten hoopt dat er snel meer duidelijkheid komt en voetballers weer zorgeloos kunnen sporten.

 

Wilt u meer informatie over productaansprakelijkheid? Neem dan contact op met Anne Damen.

¹ ‘Alle veelgestelde vragen over Rubbergranulaat’, RIVM <www.rivm.nl>.

² C. van der Wal, ‘Uit voorzorg niet op kunstgras spelen’, in: Eindhovens Dagblad 7 oktober 2016.

³ C.J.J.M. Stolker, ‘Vijf argumenten tegen het ontwikkelingsrisicoverweer’, NJB 1989, 643-648.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar