Aanbestedingshaken en ogen bij onderlinge samenwerking tussen gemeenten

Gemeenten moeten in toenemende mate bezuinigen om hun begroting sluitend te krijgen. Om die reden zoeken gemeenten steeds vaker mogelijkheden om met elkaar samen te werken teneinde kosten te besparen. Dit is echter niet de enige reden. Een belangrijke oorzaak is dat gemeenten de kwaliteit van dienstverlening willen verhogen. Dit gaat gepaard met verdergaande specialisatie van de ambtelijke organisatie. In de samenwerkingsverbanden die gemeenten met elkaar aangaan worden de taken onderling verdeeld. Dit betekent in de praktijk, dat de gemeenten elkaar opdrachten verlenen om een bepaald onderdeel van de dienstverlening uit te voeren. Daarbij rijst onmiddellijk de vraag of het verstrekken van opdrachten over en weer niet leidt tot een aanbestedingsplicht. Immers doorgaans is sprake van een overheidsopdracht onder bezwarende titel. De ene gemeente verricht in opdracht van de andere gemeente een bepaalde dienst waar een prestatie tegenover staat. Dit kan zijn het verrichten van een andere dienst voor de betrokken gemeente. Wanneer gemeenten die aanbestedende diensten zijn samenwerken en taken uitoefenen van algemeen belang kan dit met zich meebrengen dat over en weer uit te voeren opdrachten niet aanbestedingsplichtig zijn. Het gaat dan om diensten van algemeen belang, niet zijnde van industriële of commerciële aard. Gedacht kan worden aan het uitbesteden van de taak ruimtelijke ordening aan de andere gemeente. Er kunnen echter ook taken zijn die niet van algemeen belang zijn, zoals bijvoorbeeld de salarisadministratie. Dit betekent, dat voor het aannemen van een aanbestedingsverplichting zorgvuldig moet worden onderzocht of er wel sprake is van een dienst van algemeen belang.

Indien gemeenten samenwerken kan dit op basis van een convenant, dan wel door middel van oprichting van een rechtspersoon bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling. Indien sprake is van een samenwerkingsconvenant waarbij over en weer publieke taken worden uitgevoerd geldt volgens de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie in beginsel een uitzondering op de aanbestedingsplicht. Dit kan ook het geval zijn indien sprake is van samenwerking door middel van bijvoorbeeld een geïnstitutionaliseerde gemeenschappelijke regeling. Voldaan moet worden aan de regels van wat wel wordt genoemd quasi inbesteden.

Ten slotte kan gedacht worden aan het verlenen van een alleenrecht door de ene aan de andere gemeente voor de uitoefening van een bepaalde taak. Kortom bij het inrichten van de samenwerking, het in feite verstrekken van opdrachten over en weer, dient zorgvuldig te worden getoetst aan uitzonderingsregels in het aanbestedingsrecht teneinde te voorkomen dat een bepaalde opdracht of opdrachten aanbestedingsplichtig zijn. Immers indien dit over het hoofd wordt gezien kan de samenwerking wel eens minder doelmatig zijn. Indien u voornemens bent een intergemeentelijke samenwerking aan te gaan is het van belang de vorm en inhoud juridisch te laten toetsen, zodat deze ook “aanbestedings-, staatssteun- en mededingingsproof “is. De Business Unit Overheid en Aanbesteding beschikt over de benodigde expertise om een analyse kunnen uitvoeren. Wij adviseren u graag.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met mr. Jan van Heijningen van de sectie Overheid en aanbesteding, aanbestedingsspecialist
(T. 073 – 616 11 00, E. j.vanheijningen @holla.nl).

Jan van Heijningen

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar