Mededinging en transparantie in de zorgsector

Het kartelverbod uit artikel 6 van de Nederlandse Mededingingswet (‘Mw’) verbiedt overeenkomsten tussen ondernemingen die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt beperkt. Deze overeenkomsten zijn nietig. Artikel 6 Mw geldt ook voor zorginstellingen die met elkaar een samenwerking willen aangaan; dat zijn immers tevens ondernemingen in de zin van deze bepaling. Vaak wordt hier bij een voorgenomen samenwerking niet, of niet snel, bij stilgestaan. Er geldt echter een vrijstelling van het kartelverbod indien de voordelen van de samenwerking opwegen tegen de nadelen en die voordelen aan cliënten of patiënten ten goede komen, waarbij de samenwerking niet verder mag gaan dan strikt noodzakelijk voor het behalen van die voordelen en er voldoende concurrentie over moet blijven. Daar zit dus veel ruimte.

De Autoriteit Consument en Markt (‘ACM’) juicht samenwerking in de zorgsector toe. De ACM heeft mede daarom de Richtsnoeren voor de Zorgsector in 2010 opgesteld om meer transparantie en duidelijkheid te geven over de gehanteerde criteria.

Bij een verticale samenwerking – denk hierbij aan bijvoorbeeld een ketensamenwerking – zijn de voordelen voor de cliënt of patiënt vaak evident. Bij een horizontale samenwerking tussen concurrenten is dit lastiger en is de ACM doorgaans ook kritischer.

Een samenwerking tussen concurrenten in de zorgsector kan ook betekenen dat een ‘concentratie’ in de zin van artikel 27 Mw ontstaat, als ‘zeggenschap’ wordt overgedragen. Een samenwerking die geen concentratie is, behoeft echter niet te worden aangemeld bij de ACM voor een ontheffing. De zorginstellingen die de samenwerking aangaan zullen wel zelf voortdurend een zogenaamd self assessment moeten toepassen. Zoals gezegd dienen de voordelen van de samenwerking ruimschoots op te wegen tegen de nadelen – nadeel zoals het afnemen van de concurrentiedruk – en dient het zorgbelang voorop te staan en niet het ondernemersbelang van de samenwerkende zorginstellingen. Niet onbelangrijk is dat ook in kaart moet worden gebracht dat er voldoende concurrentie overblijft.

Het is zaak dat de samenwerkende zorgaanbieders transparant de voordelen in kaart brengen en toetsen en dat deze objectiveerbaar zijn. Ook zullen zij transparant en helder in kaart moeten brengen dat er voldoende concurrentie overblijft en dat de voordelen aan de cliënt of patiënt ten goede komen. Zo zal helder in kaart moeten worden gebracht wat de voordelen van de samenwerking voor de cliënten of patiënten betekenen in kwaliteitsverbetering, betere coördinatie, efficiency, aansluiting en bereikbaarheid van de zorg, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Deze voordelen moeten dan zonder de samenwerking niet (goed) kunnen worden bereikt. De samenwerking mag in ieder geval geen aanleiding geven tot prijsafspraken en afspraken die strekken tot het verdelen van patiënten. Ook mogen niet meer concurrenten bij de horizontale samenwerking worden betrokken dan strikt noodzakelijk is voor het bereiken van de voordelen.

Om te voorkomen dat de afspraken in het kader van de samenwerking gemaakt nietig zijn of dat de ACM met hoge boetes en negatieve publiciteit zal dreigen, is het aan te bevelen om in de considerans van de samenwerkingsovereenkomst al duidelijk te maken hoe aan de Mededingingsrechtelijke wetgeving zal worden voldaan.

Vragen die de samenwerkende zorgaanbieders zich dan ook dienen te stellen en die zij zullen moeten beantwoorden zijn:

  • Hoe ziet de dienstverlening voor de cliënten en patiënten eruit zonder de samenwerking?
  • Welke concrete voordelen worden aan de cliënt of patiënt geboden door de aangegane samenwerking?
  • Welke nadelen kleven aan deze samenwerking?
  • Is het strikt noodzakelijk om de samenwerking zich zover te laten uitstrekken dan wel kan de samenwerking beperkt worden tot het meest noodzakelijke?
  • Zijn er voldoende alternatieven over voor cliënten en patiënten?

Tijdens onze presentatie zullen wij op deze vragen in en geven wij met diverse praktijkvoorbeelden meer inzicht. Zien we u dan?

Jacqueline de Vries en Ferry Weelen

Lees hier meer informatie over deze subsessie.