Arresten gerechtshof

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 18 januari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:103

Woningstichting aansprakelijk voor letsel van appellant als gevolg van val door glazen deur met enkel glas?

Appellant is door het glas van een voordeur gevallen ten gevolge waarvan hij letsel heeft opgelopen. Het glas in de desbetreffende deur bestond uit enkel glas. De woning wordt verhuurd door een woningstichting. Appellant acht de woningstichting op grond van art. 6:174 BW en/of art. 6:162 BW aansprakelijk nu de deur niet de veiligheid bood die men in de gegeven omstandigheden mocht verwachten. De rechtbank heeft de vorderingen van appellant in eerste aanleg afgewezen. Het hof hecht er waarde aan dat het een deur betreft van een privéwoning, inhoudende dat een dergelijke deur minder gebruikt wordt dan een deur in de openbare ruimte. Daarbij is het voor het te verwachten gebruik van de deur niet nodig om de glaspanelen aan te raken. Men mag een bepaalde mate van oplettendheid en voorzichtigheid verwachten bij het gebruik van een deur met glas nu het algemeen bekend is dat glas kan breken. Het hof stelt vast dat de glaspanelen een bepaalde sterkte moeten hebben zodat deze glaspanelen niet breken indien daar enige druk op wordt uitgeoefend. De stelling van appellant dat glas kan breken met als gevolg dat er glasscherven ontstaan en daardoor het glas niet voldoet, acht het hof onvoldoende. De woningstichting heeft aangetoond dat zij over meerdere woningen beschikt met dergelijk glas waarbij zich geen eerdere incidenten hebben voorgedaan. Nu appellant geen cijfers heeft overgelegd van ongevallen waarbij glas in voordeuren is gebroken, heeft hij zijn stelling dat er een aanzienlijke kans op het breken van glas bestaat onvoldoende onderbouwd. Dat er een NEN-norm is die voorschrijft dat bepaalde gevelelementen moeten worden voorzien van veiligheidsglas is volgens het hof een factor die in de beoordeling dient te worden betrokken. Deze NEN-norm is volgens het hof echter niet van doorslaggevend belang nu deze deur in 1985 geplaatst is. Destijds was er geen wettelijke verplichting om veiligheidsglas in deuren te plaatsen en deze wettelijke verplichting is er nog steeds niet. Het hof oordeelt dan ook dat niet is vast komen te staan dat de deur niet voldeed aan de normen die men daaraan mag stellen en wijst de vorderingen van appellant af.

 

Gerechtshof Amsterdam 1 februari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:248

Feit van algemene bekendheid dat WAM-verzekeraar geen dekking biedt indien aanrijding is veroorzaakt onder invloed van alcohol?

Geïntimeerde heeft met de auto van zijn ouders een aanrijding veroorzaakt. Ten tijde van deze aanrijding verkeerde geïntimeerde onder invloed van alcohol. De inzittende in de auto van geïntimeerde heeft ten gevolge van deze aanrijding letsel opgelopen. Univé heeft de schade van de inzittende vergoed en wenst de schade op geïntimeerde te verhalen. Geïntimeerde is niet de verzekeringnemer. In deze procedure dient het hof de vraag te beantwoorden of geïntimeerde te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt zoals vermeld in art. 15 lid 1 WAM. De kantonrechter heeft eerder geoordeeld dat niet is gebleken dat geïntimeerde op de hoogte was dat zijn aansprakelijkheid niet door een verzekering was gedekt. Daarbij oordeelde de kantonrechter dat het (destijds) geen feit van algemene bekendheid was dat een WAM-verzekeraar schade niet vergoedt indien deze schade is ontstaan onder invloed van alcohol. Het hof leidt uit het handelen van geïntimeerde af dat hij weliswaar op de hoogte was dat het niet verstandig was om de auto te besturen. Daaruit kan volgens het hof echter niet worden herleid dat geïntimeerde op de hoogte was van het feit dat als hij onder invloed van alcohol schade veroorzaakte deze schade niet gedekt zou zijn. Volgens het hof was het in 2014 geen feit van algemene bekendheid dat schade welke is ontstaan door het rijden onder invloed van alcohol van dekking is uitgesloten. Het hof oordeelt daarentegen dat het een feit van algemene bekendheid is dat iemand die schade lijdt ten gevolge van een aanrijding welke is veroorzaakt onder invloed van alcohol niet met zijn schade blijft zitten. Geïntimeerde mocht dus te goede trouw aannemen dat zijn schade door Univé zou worden gedekt. Het hof wijst de vorderingen van Univé af.

 

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 1 februari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:249

Beroep op preventieve garantievoorwaarde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?

Geïntimeerde beschikt over een manege met Fjordenpaarden en organiseert onder andere bosritten te paard onder begeleiding. Gedurende een van deze ritten is een paard geschrokken van een passerende mountainbiker ten gevolge waarvan een deelnemer van het paard is gevallen met ernstig letsel tot gevolg. In deze procedure dient het hof de vraag te beantwoorden of Nationale Nederlanden, de verzekeraar van geïntimeerde, gehouden is om dekking te verlenen. In de polisvoorwaarden is opgenomen dat aansprakelijkheid in het kader van verhuur van paarden uitsluitend verzekerd is indien dit plaatsvond onder begeleiding van een gediplomeerd instructeur en de huurder, in dit geval het slachtoffer, over bepaalde kwalificaties beschikte. Tussen partijen bestaat er discussie over de vraag of voornoemde clausule een primaire dekkingsomschrijving is of dat er sprake is van een (preventieve) garantievoorwaarde. Indien er sprake is van een primaire dekkingsomschrijving dan bestaat er geen dekking. Wanneer er sprake is van een preventieve garantievoorwaarde kan een beroep daarop onder voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Op basis van de formulering oordeelt het hof dat er sprake is van een (preventieve) garantievoorwaarde. Een beroep op een preventieve garantievoorwaarde is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar indien er onvoldoende verband bestaat tussen niet naleving van de verplichtingen in de voorwaarde en de verwezenlijking van het risico. De verhuurdersclausule vereist dat de instructeur ter zake gediplomeerd is. De betreffende instructrice beschikte niet over een instructeursdiploma maar had wel ruime ervaring in het begeleiden van dergelijke ritten. Het al dan niet beschikken over diploma’s had in de gegeven omstandigheden niet kunnen voorkomen dat het paard zou schrikken van passerende mountainbikers. Het niet beschikken over een diploma van de instructrice heeft zodoende geen causale rol gespeeld in het verwezenlijken van het risico. Het slachtoffer beschikte niet over de in de polisvoorwaarden voorgeschreven kwalificaties. Het hof acht het echter aannemelijk dat een persoon met een ruiterbewijs ook van het paard zou zijn gevallen. Het al dan niet beschikken over een ruiterbewijs had het ongeval volgens het hof dan ook evenmin kunnen voorkomen. Op basis van het voorgaande is het beroep van Nationale Nederlanden op de preventieve garantievoorwaarde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Nationale Nederlanden is gehouden om dekking te verlenen.