Holla

Vier op een rij

Op 16 februari 2010 is het ‘wetsvoorstel tot tijdelijke verruiming van artikel 7:668a BW om arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te gaan in verband met de arbeidsparticipatie van jongeren’ door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer heeft op 29 juni 2010 eveneens ingestemd met het wetsvoorstel. De wet is ingegaan per 9 juli jl.

Tot nu toe was het zo dat wanneer drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten op rij werden aangeboden de daarop volgende overeenkomst altijd voor onbepaalde tijd gold. Wanneer tenminste twee tijdelijke overeenkomsten samen langer dan 36 maanden duurden, gold eveneens dat de overeenkomst met ingang van maand 36 voor onbepaalde was aangegaan. Dus los van wat partijen op papier hebben gezet.

Door de economische crisis blijkt dit in de praktijk te leiden tot het beëindigen van arbeidsovereenkomst met jongeren omdat zij aan het eind van hun keten van tijdelijke arbeidsovereenkomsten zijn beland. Om jongeren (jonger dan 27) langer aan het werk te houden bepaalt de nieuwe Wet dat voor hen andere grenzen gelden. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na verloop van vier tijdelijke contracten in plaats van 3 contracten, respectievelijk wanneer de contracten samen meer dan 48 maanden hebben geduurd in plaats van 36 maanden.

Deze wet zal in principe gelden tot 1 januari 2012, met een mogelijke verlenging tot 1 januari 2014. De bepaling blijft van toepassing op de werknemer van wie de arbeidsovereenkomst op 1 januari 2012 (of het later te bepalen tijdstip) voldoet aan de voorwaarden. Voor reeds lopende contracten heeft de wet geen gevolgen en evenmin voor CAO regelingen waarin andere afspraken zijn gemaakt.

Terug