Een trapauto, een kinderkappersstoel, een douchegoot. In de wereld van het intellectuele eigendom houden ze de gemoederen bezig. Zo op het eerste gezicht heeft het niets te maken met uw dagelijkse praktijk, maar daar zou u zich wel eens in kunnen vergissen.
Voornoemde voorwerpen hebben een belangrijk rol gespeeld in een jarenlange juridische discussie over het modelrecht. Het modelrecht beschermt het uiterlijk van een voortbrengsel. Een model kan tweedimensionaal zijn, bijvoorbeeld een Schotse ruit, of driedimensionaal, bijvoorbeeld een schoen. Om als model te kunnen worden aangemerkt moet het voortbrengsel nieuw zijn en een eigen karakter hebben. Een model is nieuw als er niet eerder een identiek model aan het publiek ter beschikking is gesteld. De eis van het eigen karakter houdt in dat het model niet dezelfde algemene indruk mag wekken als modellen die al beschikbaar zijn.
Onder de tot 2003 geldende regelgeving was het zo dat de bescherming van een model beperkt was tot de gebruiksfunctie die in het modeldepot was aangegeven. Deponeerde iemand een speciaal motief als model voor schoenen, dan had men daarmee nog geen modelbescherming voor een jas waarin dat motief was verwerkt. De houder van het modelrecht kon een derde dus niet verbieden het motief voor jassen te gebruiken. Dat maakte de Hoge Raad in 1995 uit in het Kinderkappersstoel-arrest. Wat was het geval? Van der Lans had een model gedeponeerd van een bestaande trapauto op een onderstel. De combinatie was geschikt als kappersstoel voor kinderen en was bijzonder succesvol.
Concurrent Floral deed min of meer hetzelfde en gebruikte daarbij dezelfde trapauto. Van der Lans sprak Floral aan op grond van modelrechtinbreuk. In de procedure die volgde betoogde Floral dat de trapauto al eerder op de markt was dan het depot van Van der Lans en dat het modeldepot van Van der Lans daarom niet nieuw – en dus ongeldig -was. De Hoge Raad besliste dat een trapauto en een kinderkappersstoel voortbrengselen zijn met verschillende gebruiksfuncties en dat het bestaan van de trapauto geen beletsel was voor de nieuwheid van de kinderkappersstoel. De Hoge Raad vond het modeldepot van Van der Lans voor de kinderkappersstoel dus geldig, ondanks het bestaan van de trapauto, omdat het ging om een voorwerp met een nieuwe (heel andere) gebruiksfunctie.
Sinds 1 december 2003 is de eis dat het voortbrengsel een gebruiksfunctie moet hebben vervallen. De afgelopen jaren was het dan ook de vraag of de zogenaamde Kinderkapperstoelleer nog gold en of een verschil in gebruiksfunctie nog wel voldoende was om de voor een modelrecht vereiste nieuwheid aan te nemen. Inmiddels heeft het Gerechtshof in Den Haag de knoop doorgehakt in een zaak over douchegoten. Het Gerechtshof oordeelde dat het modeldepot voor de douchegoot niet geldig was omdat de douchegoot in vergelijking met roosters die al jarenlang in koeienstallen werden gebruikt niet nieuw was. De Kinderkappersstoelleer geldt dus niet meer: een modelrecht geeft bescherming ongeacht de gebruiksfunctie.
De beschermingsomvang van het modelrecht lijkt met de uitspraak van het Haagse Gerechtshof behoorlijk toegenomen. Een partij die bijvoorbeeld schoenen met een Schots ruitmotief verkoopt en dat Schotse ruitmotief heeft ingeschreven als model, zou met deze uitspraak in de hand immers bezwaar kunnen maken tegen het gebruik van dat ruitmotief voor bijvoorbeeld dassen. De uitbreiding van de beschermingsomvang van het modelrecht kan het deponeren van een model dan ook – mogelijk ook voor u – aantrekkelijk(er) maken. En wanneer u wordt aangesproken wegens modelrechtinbreuk heeft u mogelijk een extra wapen in handen. Het model kan immers ongeldig worden verklaard als blijkt dat er al een identiek product op de markt is, ook al heeft dat product een heel andere gebruiksfunctie.
Dit artikel is tevens verschenen in vakblad Tred: www.vakbladtred.nl.
Kortom: het einde van de Kinderkappersstoelleer, doe er uw voordeel mee! Voor meer informatie over modelrechten of andere intellectuele eigendomsrechten kunt u contact opnemen met mr. Floor de Roos van de Sectie Intellectuele Eigendom/ICT te ’s-Hertogenbosch (T. 073 - 616 11 00, E: f.deroos@holla.nl).


