Een werkgever kan een arbeidsovereenkomst opzeggen, nadat er toestemming is verkregen door UWV-werkbedrijf. Echter deze opzegging kan kennelijk onredelijk zijn. Hiervan is sprake wanneer een werkgever zonder reden de arbeidovereenkomst heeft opgezegd, danwel dat er sprake is van een valse of voorgewende reden. Ook een opzegging waarbij de gevolgen voor de werknemer te ernstig zijn ten opzichte van het belang van de werkgever kan kennelijk onredelijk zijn. Bij de toetsing van dit gevolgencriterium wordt er – niet limitatief- rekening gehouden met vier categorieën omstandigheden. Gekeken wordt naar de lengte en de vorm van het dienstverband en de opzegtermijn. Voorts is van belang welke inspanningen werkgever en werknemer gepleegd hebben bij het zoeken naar ander werk. Ook spelen de financiële gevolgen van de opzegging voor de werknemer een rol en of er een afvloeiingsregeling voor de werknemer is getroffen.
Als de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is opgezegd, kan een werknemer aanspraak maken op een schadevergoeding.
Op 7 juli jl. is een aantal belangrijke uitspraken gedaan in verschillende schadevergoedingszaken waarbij sprake is van ‘kennelijk onredelijk ontslag’. Voor de berekening van de schadevergoedingen hanteren de gerechtshoven voor het eerst een nieuwe methode: de zogenoemde XYZ-formule.
De hoogte van de schadevergoeding die de rechter vaststelt, wordt in het vervolg bepaald aan de hand van de volgende formule: X (aantal ‘gewogen’ dienstjaren) x Y (laatstverdiende brutomaandsalaris, vermeerderd met vaste en overeengekomen looncomponenten) x Z (correctiefactor). In de Z-factor worden alle omstandigheden van het geval gewogen, waarbij uitgangspunt is dat Z in beginsel niet hoger is dan 0,5. In bijzondere gevallen kan dat anders zijn.
Wat opvalt, is dat de X-factor gelijk is aan de A-factor van de oude kantonrechtersformule zoals die gold tot 1 januari 2009. De Y-factor is gelijk aan de B-factor van de (oude) kantonrechtersformule.
Kennelijk onredelijk ontslag is iets anders dan ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Dan hanteert de rechter de kantonrechtersformule. In de zaken waarin op 7 juli jl. uitspraken zijn gedaan, gaat het om ontslag door de werkgever zelf. De werkgever moet in die gevallen een schadevergoeding betalen als het ontslag - gelet op de gevolgen die het voor de werknemer heeft - kennelijk onredelijk is. Als de werkgever zelf al een vergoeding heeft betaald, is dat wel relevant voor de beantwoording van de vraag of het ontslag kennelijk onredelijk is, maar het is niet doorslaggevend.
De uitspraken van 7 juli jl. zijn van belang in de discussie over de vraag of schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag volgens dezelfde formule zou moeten worden begroot als de ontbindingsvergoeding door de kantonrechter. Nee volgens de gerechtshoven. Het laatste woord is nu aan de Hoge Raad. Wordt vervolgd!
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u zich wenden tot mr. Sanne Wuisman, vestiging ’s-Hertogenbosch (T. 073-6161 175, E. s.wuisman@holla.nl).
Voor de overige vestigingen kunt u contact opnemen met:
Tilburg: mr. Joost Wasser (T: (133) 584 08 40, E: j.wasser@holla.nl)
Eindhoven: mr. Martijn Huisman (T: (040) 238 06 03, E: m.huisman@holla.nl)


