Hans Halbertsma start na zijn studie communicatie wetenschappen een PR onderneming met twee oud medestudenten. Bij de Kamer van Koophandel laten ze zich inschrijven als IdeePR v.o.f. waarbij ze tevens alle drie als vennoot worden ingeschreven. Nadat ze aanvankelijk op een zolderkamer hun onderneming waren begonnen liepen de zaken steeds beter en werd een prachtig kantoorpand gehuurd. Na een paar jaar besloot Hans een wereldreis te gaan maken en stapte uit de onderneming. Hij liet zich meteen uitschrijven bij de Kamer van Koophandel en vertrok naar zonnige oorden. Toen hij na 1,5 jaar weer in Nederland terugkeerde bleek daar de kredietcrisis te hebben toegeslagen en waren IdeePR en de overblijvende vennoten failliet. Hoewel Hans meende daar verder niets mee van doen te hebben dachten de schuldeisers daar anders over. Hij bood nog verhaal en verhuurder en leveranciers claimden alsnog betaling van hem.
Een vennootschap onder firma (v.o.f.) is een ondernemingsvorm die is geregeld in het Wetboek van Koophandel en wordt aangeduid als een samenwerkingsverband tot uitoefening van een bedrijf onder een gezamenlijke naam waarbij elk der vennoten hoofdelijk is verbonden. In de praktijk betekent dit dat de schuldeiser van een v.o.f. zich allereerst tracht te verhalen op de vennootschap en, indien deze geen verhaal biedt, op de vennoten zelf. Daarvoor wordt gebruikelijk het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingezien aan de hand waarvan kan worden nagekeken wie op dat moment vennoot is en wie dat is geweest.
De positie van Hans is aanmerkelijk minder gunstig dan hij zelf veronderstelde. Hij meende door uitschrijving als vennoot van alle verplichtingen te zijn bevrijd maar dat is geenszins het geval. De uitschrijving als zodanig ontslaat hem in ieder geval niet van verplichtingen jegens schuldeisers die zijn aangegaan voordat hij zich had laten uitschrijven. Dat ligt alleen anders indien hij zich tot die schuldeisers zou hebben gewend met het verzoek hem uit de “hoofdelijkheid” ( zijn hoofdelijke verplichting) te ontslaan. Indien de schuldeiser (wellicht op dat moment een contractant die geen aanleiding heeft te veronderstellen dat zijn vorderingen niet door de vennootschap zullen worden betaald) daarop in gaat is de vennoot van zijn verplichtingen jegens die contractant ontheven.
Veelal bedingt de uittredende vennoot bij zijn mede vennoten dat hij wordt gevrijwaard voor aanspraken van derden. Dat heeft echter alleen werking tussen de vennootschap en de medevennoten onderling doch niet naar derden zoals schuldeisers.
Het niet aan schuldeisers vragen om ontslagen te worden uit de hoofdelijkheid kan er onder omstandigheden toe leiden dat de ex vennoot ook aansprakelijk blijft voor schulden die zijn ontstaan na zijn uitschrijving als vennoot maar die rechtstreeks voortvloeien uit voor zijn uitschrijving aangegane verplichtingen zoals bijvoorbeeld een huurovereenkomst. De huurpenningen die verschuldigd zijn na zijn uitschrijving als vennoot vloeien voort uit de eerder aangegane huurovereenkomst en in beginsel blijft Hans daar voor aansprakelijk, tenzij maatstaven van redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten. In ieder geval blijkt uit de rechtspraak dat de enkele uitschrijving als vennoot niet voldoende is om te ontkomen aan aansprakelijkheid omdat, zo wordt gesteld, van een schuldeiser niet kan worden verlangd dat hij telkenmale in het handelsregister controleert wie er op enig moment vennoot zijn.
Indien er derhalve sprake is van uittreden van een vennoot uit een v.o.f. is het zaak voor de uittredende vennoot om zich niet alleen te beperken tot uitschrijving uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Fred Stiekema van de sectie Ondernemingsrecht te 's-Hertogenbosch (T: (073) 616 11 00, E: f.stiekema@holla.nl).


