Holla

De Ontslagvergoeding

Zoals u wellicht al wel zult weten, is met ingang van 1 januari 2009 de nieuwe kantonrechtersformule in werking getreden. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de eerdere (uit 1996 stammende) kantonrechtersformule betreft het feit dat de weging van dienstjaren op een andere wijze plaatsvindt, waardoor de hoogte van de ontslagvergoedingen (aanzienlijk) lager uitvalt. De nieuwe kantonrechtersformule wordt in beginsel toegepast op alle ontbindingsprocedures waarvan het inleidende verzoekschrift na 1 januari 2009 is ingediend.

Er staat een tweede belangrijke wijziging van het ontslagrecht op stapel, mits het ingediende wetsvoorstel wordt aangenomen. Het betreffende wetsvoorstel strekt er toe de vergoeding bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te maximeren op het jaarsalaris van de werknemer, indien het jaarsalaris € 75.000,- bruto of meer bedraagt, tenzij toekenning van deze gemaximeerde vergoeding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Het wetsvoorstel roept een aantal vragen op.

Waarom de keuze voor de grens van € 75.000,- bruto?
De keuze voor de grens van € 75.000,- bruto wordt in het wetsvoorstel slechts toegelicht met de opmerking dat het bij werknemers met (tenminste) een dergelijk jaarsalaris zou gaan om “werknemers waarvan de arbeidsmarktpositie in de regel al goed is.” Het lijkt er dus op dat er zonder meer vanuit wordt gegaan dat werknemers met een jaarsalaris van € 75.000,- bruto of meer makkelijker aan een andere baan zouden kunnen komen dan werknemers die minder dan € 75.000,- bruto per jaar verdienen. Een hoge(re) vergoeding (ter overbrugging van werk naar werk) zou dan ook niet nodig zijn. Maar is dat wel zo? Verwacht wordt juist dat de gevolgen van een maximering voornamelijk de oudere (na vele jaren relatief goedverdienende) werknemers treffen omdat zij juist een relatief slechte arbeidsmarktpositie hebben; (jongere) werknemers die wel een goede arbeidsmarktpositie hebben zouden namelijk vooraf een hogere ontslagvergoeding kunnen bedingen.

En hoe om te gaan met de situatie waarin de werkgever het salaris van de werknemer met een jaarsalaris van net onder de € 75.000,- bruto kort voor indiening van het ontbindingsverzoek verhoogt, zodat de werknemer net boven het grensbedrag komt?
Immers de ontslagvergoeding van een werknemer met een jaarsalaris van € 74.000,- bruto is niet gemaximeerd tot een jaarsalaris. Deze werknemer zou dan ook een vergoeding kunnen krijgen van een veelvoud van dat grensbedrag, terwijl een werknemer met een jaarsalaris van € 76.000,- bruto zijn vergoeding door de rechter in beginsel gemaximeerd ziet tot diens jaarsalaris, derhalve tot een bedrag van € 76.000,- bruto.

Is contractueel afwijken mogelijk?
Nog onduidelijk is of er een mogelijkheid is om contractueel af te wijken van een maximum vergoeding en of een kantonrechter bij een geregelde ontbinding geacht wordt daarbij de tussen partijen overeengekomen vergoeding al dan niet af te toppen (te matigen) indien deze meer dan een bruto jaarsalaris (van tenminste € 75.000,-) bedraagt. Duidelijk is inmiddels dat de kantonrechter de maximering ambtshalve heeft toe te passen. Bij het toekennen van een vergoeding is de rechter gehouden de wet toe te passen en zal als het jaarsalaris van een werknemer gelijk is aan of hoger dan € 75.000,- bruto ook in geregelde zaken niet een hogere vergoeding kunnen toekennen dan een bedrag gelijk aan het jaarsalaris, tenzij dit in het licht van alle omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Voor in de toekomst zal een gang naar de rechter dan ook minder evident zijn. Een vaststellingsovereenkomst is meer op zijn plaats. Mogelijk ook dat werknemers reeds in een arbeidsovereenkomst een afvloeiingsregeling bedingen. En hoe om te gaan met een werknemer die de vaststellingsovereenkomst uiteindelijk vernietigt?

Zoals reeds in dit artikel vermeld, geldt de maximering van de ontbindingsvergoeding eerst nadat het wetsvoorstel is aangenomen. Tot die tijd blijft het onduidelijk óf, per wanneer en op welke wijze de ontslagvergoedingen zullen kunnen worden gemaximeerd. Ook na aanname van het wetsvoorstel zal er nog voldoende stof tot nadenken zijn. Een en ander zal moeten worden uitgekristalliseerd in de jurisprudentie.

Heeft u vragen? De Sectie Arbeidsrecht van Holla Advocaten dient u graag van advies:
mr. Joost Wasser (T: (013) 584 08 40, E: j.wasser@holla.nl)
mr. Mark van der Schoor (T: (073) 616 11 00, E: m.vanderschoor@holla.nl)
mr. Martijn Huisman (T: (040) 238 06 03, E: m.huisman@holla.nl)

Terug