Holla

De bescherming van bouw- en beeldwerken in het Auteursrecht

Bouw- en beeldwerken hebben in het Auteursrecht een wat aparte positie, nu dergelijke werken onder bepaalde specifieke omstandigheden minder bescherming genieten dan andere auteursrechtelijk beschermde werken.

Artikel 18 Auteurswet bepaalt voor bouw- en beeldwerken dat niet als een inbreuk op het Auteursrecht wordt beschouwd een verveelvoudiging of openbaarmaking van een dergelijk werk. Voorwaarde is wel dat een dergelijk werk gemaakt is om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst en dat het een afbeeldingen van een dergelijk werk betreft zoals het zich daar bevindt.

Het voorgaande is een hele (juridische) mond vol, maar wordt daar nu precies mee bedoeld? Een ontleding van de voorgaande zin brengt met zich dat als aan drie criteria is voldaan een verveelvoudiging of openbaarmaking (bijvoorbeeld door middel van een film, foto of tekening verspreid via de krant, televisie of internet) van een bouw- of beeldwerk is toegestaan, althans dat daarmee geen inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van de maker van dat werk.

Aan drie cumulatieve criteria moet dan zijn voldaan:

1) Het moet gaan om een auteursrechtelijk beschermd bouw- of beeldwerk. Werken die überhaupt niet auteursrechtelijk beschermd zijn vallen niet binnen de invloedssfeer van artikel 18 Auteurswet. Te denken valt aan de Sint-Jan in ’s Hertogenbosch waarvan, als er ten tijde van bouwen al een auteursrechtelijke aanspraak zou hebben bestaan, het auteursrecht al lang is ‘uitgewerkt’ wegens tijdsduur. Daarentegen zal de recente bebouwing in het Paleiskwartier in ‘s-Hertogenbosch wel degelijk auteursrechtelijk beschermd zijn;

2) Het werk moet zijn gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst. Dit maakt dat bijvoorbeeld een beeld in een afgesloten met een heg omzoomde privé tuin in beginsel auteursrechtelijk beschermd is, maar een vast beeld in een stadspark minder auteursrechtelijke bescherming geniet. Enige onduidelijkheid met betrekking tot de vraag wat een openbare plaats is, is er wel. Zo is in de rechtspraak wel overwogen dat iets een openbare plaats is als deze plaats zichtbaar is vanaf de openbare weg. Dit lijkt mij een onjuiste uitleg van het begrip openbare plaats. In de wetsgeschiedenis komt naar voren dat het moet gaan om een plaats die krachtens bestemming of gebruik vrijelijk toegankelijk is voor het publiek. Dit laatste lijkt mij een juist standpunt, al zal het uiteindelijk aan de hogere rechter zijn om duidelijk te maken wat nu precies in dit kader verstaan moet worden onder een openbare plaats;

3) Het moet gaan om een afbeelding van het werk zoals het zich daar bevindt. Het voorgaande houdt in dat het werk alleen in zijn oorspronkelijke omgeving weergegeven mag worden. Zo zal bijvoorbeeld een huis gefotografeerd moeten worden met de bomen er om heen en de lucht, al mag het huis wel de hoofdvoorstelling zijn. Het huis mag niet uit de natuurlijke omgeving worden gelicht of bijvoorbeeld in detail gefotografeerd worden. Als aan deze drie beginselen is voldaan mag een auteursrechtelijk beschermd werk in beginsel door derden zonder toestemming van de maker worden gebruikt. Let wel, er zijn grenzen.

Zo heeft de rechter geoordeeld dat ecologische woningen niet gebruikt mogen worden in een reclamecampagne die als doel heeft het verkopen van meer hypotheken. Ook al voldeed de afbeelding van de woningen aan de criteria van artikel 18 Auteurswet , toch werd het gebruik van die woningen in een reclamecampagne onrechtmatig geoordeeld jegens de ontwerper van die woningen omdat daarmee (samengevat) afbreuk werd gedaan aan het oorspronkelijke idee en doelstelling van die ecologische woningen. (Rechtbank Leeuwarden, sector kanton, 5 februari 2008, LJN: BC4312 (Groene Leguaan / Friesland Bank).

Het is dus zaak om bij het gebruik van bijvoorbeeld foto’s van bouw- of beeldwerken van anderen eerst na te gaan of dit überhaupt is toegestaan zonder toestemming van de auteursrechthebbende, maar ook, als deze toestemming niet nodig is, of het gebruik niet onrechtmatig zou kunnen zijn.

Terug