Op 30 juni 2009 zal de Vierde Tranche Algemene wet bestuursrecht in het Staatsblad verschijnen. De wet zal de dag erna in werking treden. Met deze wet zal de regeling van twee bestuurlijke sancties die door overheden regelmatig worden opgelegd, te weten de last onder dwangsom en de (last onder) bestuursdwang worden gewijzigd.
De algemene regeling van de genoemde sancties staat nu al in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bestuursdwang is geregeld in afdeling 5.3 (artikelen 5:21 tot en met 5:31) Awb, de last onder dwangsom in afdeling 5.4 (artikelen 5:32 tot en met 5:36 Awb).
Naast deze algemene regeling is overigens van belang dat veel bijzondere wetten de bevoegdheid een diverse bestuursorganen geven om deze sancties op te leggen. Voorbeelden zijn de Gemeentewet (artikel 125), de Provinciewet (artikel 122), de Luchtvaartwet (artikel 73c), de Wet milieubeheer (artikel 18.2, 18.6, 18.7, 18.8, 18.8a), de Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet op het financieel toezicht (Wft), de Mededingingswet, de Arbeidstijdenwet (artikel 8:2), de Arbeidsomstandighedenwet (artikel 28a), de Diergeneesmiddelenwet (art. 17), Drank- en horecawet (art. 44), de Gaswet (artikelen 5, 9, 57, 60a, 60ac, 60ai) de Geneesmiddelenwet (art. 114), de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (art. 106), de Luchtvaartwet (art. 37ae, 37u, 72, 73c), de Meststoffenwet (art. 37), de Telecommunicatiewet (artikel 15.2, 15.17), Warenwet (art. 32), de Wet bescherming persoonsgegevens (artikelen 61 en 65), de Wet Kinderopvang (artikel 66), de Wet marktordening gezondheidszorg (artikelen 80, 81 en 82), de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidzorg (artikel 100a), de Wet personenvervoer 2000 (artikel 93), de Wet op de jeugdzorg (artikel 16), de Wet publieke gezondheid (artikelen 34 en 56), de Wet toelating zorginstellingen (artikel 37), de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (artikel 46) en de Wet wegvervoer goederen (artikel 5.2).
Wat gaat er allemaal veranderen op 1 juli 2009?
In de eerste plaats de vorm en de naam. De regeling van de twee sancties wordt deels opnieuw uitgeschreven en onderdelen worden verplaatst om de samenhang met een aantal andere (nieuwe) onderwerpen beter te regelen, zoals de regeling van de inning van bestuursrechtelijke geldschulden en die van de bestuurlijke boete (waarover hierna meer). Op 1 juli 2009 zal de Algemene wet bestuursrecht en nieuwe titel 5.3 met de naam “herstelsancties” kennen. Herstelsanctie is een andere woord voor “reparatoire sanctie”, en deze soort sanctie wordt in artikel 5:2 Awb omschreven als ‘een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.’ Bestuursdwang wordt voortaan aangeduid met “last onder bestuursdwang. De regelingen van de last onder bestuursdwang en van de last onder dwangsom worden in twee afzonderlijke afdelingen, respectievelijk afdeling 5.3.1 en 5.3.2, in deze titel opgenomen.
In de tweede plaats verandert er inhoudelijk het een en het ander. Volstaan wordt met het geven van een paar voorbeelden.
Een last onder dwangsom kan uitsluitend worden opgelegd aan de overtreder, en dat was tot 1 juli degene die het in zijn macht heeft om de overtreding te beëindigen. Vanaf 1 juli 2009 wordt overtreder omschreven als degene die de overtreding pleegt of medepleegt (artikel 5:1, tweede lid, Awb). Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen overtreder zijn. Indien een bepaalde overtreding aan een rechtspersoon kan worden toegerekend, dan wordt niet alleen de rechtspersoon als overtreder beschouwd, maar ook de persoon die feitelijk leiding heeft gegeven aan die rechtspersoon (artikel 5:1, derde lid, Awb). Het is denkbaar dat het aantal personen dat als overtreder wordt aangemerkt onder het nieuw regime groter is. Bij een last onder dwangsom ligt het niet voor de hand dat anderen dan de overtreders ‘die het in hun macht hebben om de overtreding te beëindigen” een dergelijke sanctie opgelegd kunnen krijgen.
De positie van derden wordt verbeterd. Vóór 1 juli 2009 was het voor een derde tamelijk lastig en omslachtig om te bewerkstelligen dat een bestuursorgaan dat - vaak na lang aandringen - een sanctiebesluit neemt, ook “in het natraject” actief blijft. Indien een dwangsombesluit wordt genomen, moet worden gecontroleerd of de last ( bijvoorbeeld: het beëindigen van de overtreding of het niet meer overtreden) wordt nageleefd. Als vervolgens wordt vastgesteld dat de overtreding voortduurt of zich weer nieuwe overtredingen voordoen, moet het bestuursorgaan overgaan tot het innen van de dwangsommen die zijn verbeurd. Alleen wanneer in een dergelijk geval de overtreder echt moet betalen heeft zo’n sanctie effect. Bij bestuursdwangbesluiten gelden vergelijkbare problemen. Alleen via een relatief dure en omslachtige civiele procedure zou deze derde de overheid kunnen dwingen om te blijven optreden.Met ingang van 1 juli 2009 heeft de derde de mogelijkheid gekregen om te verzoeken om bestuursdwang toe te passen. Het bestuursorgaan moet binnen vier weken op dat verzoek beslissen. Deze beslissing is een besluit waartegen (uiteindelijk) rechtsbescherming open staat bij de bestuursrechter (artikel 5:31a Awb). Indien een dwangsombesluit is genomen, dan kan de derde vragen om een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom. Ook op dit verzoek moet binnen vier weken worden beslist. Er staat (uiteindelijk) rechtsbescherming tegen open bij de bestuursrechter (artikel 5:37, tweede lid, Awb).
Op 1 juli 2009 treedt ook een belangrijke regeling van de inning van bestuursrechtelijke geldschulden in werking. Ook deze regeling is in de Vierde Tranche Awb opgenomen. Van belang is hier dat de kosten bestuursdwang en de verbeurde dwangsommen bij dwangbevel kunnen worden geïnd (artikel 5:10, tweede lid, en 4:112 tot en met 4:124 Awb). Dat was voor 1 juli 2009 ook reeds het geval. Toch verandert er hier ook het een en ander. Het bestuursorgaan stelt in de nieuwe regeling vast hoe hoog de kosten zijn van de toepassing van bestuursdwang, indien het tot deze toepassing moest overgaan (artikel 5:25, zesde lid, Awb). In de regeling van de last onder dwangsom is geregeld dat het bestuursorgaan omtrent de invordering van een dwangsom beslist (artikel 5:37, eerste lid, Awb). De twee hier genoemde besluiten zijn vatbaar voor rechtsbescherming bij (uiteindelijk) de bestuursrechter. Dit was voorheen de civiele rechter. In de artikelen 5:31c en 5:39 Awb is bepaald dat deze beslissingen meeliften met de procedure tegen het “moederbesluit”, dat wil zeggen het dwangsombesluit of het bestuursdwangbesluit. Voorwaarde is wel dat deze beschikkingen door de belanghebbende worden betwist.
Voordat het bestuursorgaan tot de invordering bij dwangbevel overgaat, dient het degene die de kosten of dwangsommen verschuldigd is, eerst aan te manen tot betaling binnen twee weken (artikel 5:40 Awb). Indien niet binnen deze termijn is betaald, dan kan het bestuursorgaan een dwangbevel uitvaardigen (artikel 4:117 Awb). Een dwangbevel levert een executoriale titel op die op de gebruikelijke – civielrechtelijke - wijze kan worden tenuitvoergelegd (artikel 4:116 Awb). Tegen een dwangbevel kan worden opgekomen bij de (civiele kamer) van de rechtbank op grond van artikel 438 of 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het dwangbevel moet op deze mogelijkheid wijzen (artikel 4:123 Awb). Er geldt een open systeem, dat wil zeggen dat het bestuursorgaan ten aanzien van de invordering niet alleen beschikt over de mogelijkheid van het uitbrengen van een dwangbevel, hij kan alle andere bevoegdheden gebruiken die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft (artikel 4:124 Awb). Voorbeelden daarvan zijn het aanvragen van faillissement, de actio pauliana, het bedingen van cessies tot zekerheid en het leggen van conservatoir beslag (kamerstukken II 2003-2004, 29 702, nr. 3, p. 68).
De Vierde Tranche Algemene wet bestuursrecht introduceert ook een belangrijke regeling met betrekking tot de algemene regeling bestuurlijke boete.
Wilt u meer weten? Neemt u dan contact op met:
mr. Jan van Heijningen (T: (073) 616 11 37, E: j.vanheijningen@holla.nl)


