Holla

Weet wie het zegt

Na de sleuteloverdracht op carnavalszondag, raakt u in gesprek met de ambtenaar Ruimtelijke Ordening van de gemeente over uw voorgenomen bedrijfsuitbreiding. De burgemeester komt er bij staan en hoort het verhaal aan. U vraagt hem: “krijg ik hiervoor een bouwvergunning?”. Hij kijkt even naar zijn jaknikkende ambtenaar en zegt: “als ik het zo beluister, is dat geen probleem”. Direct na carnaval dient u de vergunningaanvraag in en u maakt afspraken met de aannemer. Zes weken verstrijken als u een brief van de gemeente ontvangt: “Het college van B&W weigert aan aanvrager de bouwvergunning voor de uitvoering van het bouwwerk”. “Wat raar”, denkt u, “de burgemeester zei toch…?”

De vraag die rijst is: welke rechten kunnen worden ontleend aan toezeggingen van de burgemeester? Het volgende is daarbij van belang:

      1.       Is de burgemeester ter zake beslissingsbevoegd?
2.       Hoe is het vertrouwen gewekt?
3.       Hoe zwaar weegt het belang van de betrokkene bij honorering van het   
      vertrouwen?
4.       Wat is de rechtvaardigingsgrond van de gemeente bij schending van het  
      vertrouwen?
5.       Wat is het gewicht van belangen van derden die zich verzetten?
6.       Leidt honorering tot een situatie in strijd met de wet?
De rechtspraktijk wijst uit dat een beroep op het vertrouwensbeginsel niet snel slaagt. Bestuursorganen mogen niet gebonden worden aan toezeggingen van loslippige bestuurders. Van belang is dat u nagaat of degene die de verwachting wekt ook gemachtigd is het bestuursorgaan te vertegenwoordigen, bijvoorbeeld door raadpleging van mandaatregelingen. Bij een bouwaanvraag is alleen het gehele college van B&W beslissingsbevoegd. Toezeggingen van de burgemeester kunnen het college om die reden niet binden. Dit is anders als de betrokkene mocht begrijpen dat de burgemeester het standpunt van het hele college vertolkte. Daarbij is de wijze waarop het vertrouwen is gewekt van belang. Aan mondelinge toezeggingen kan geen gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend. Daarvoor moet sprake zijn van een ondubbelzinnige schriftelijke toezegging door een beslissingsbevoegd bestuursorgaan, zoals een brief van het college. Maar deze toezegging mag niet tot een situatie leiden die in strijd is met de wet. De toezegging wordt dan alsnog niet gehonoreerd. Let wel: de toezegging moet altijd worden bewezen door de belanghebbende.

Wilt u zich de nodige ellende besparen, ga dan nooit zomaar af op toezeggingen van gemeentebestuurders en ambtenaren, maar verifieer of zij beslissingsbevoegd zijn en of de toezegging strookt met de wet. Laat daarnaast gemaakte afspraken schriftelijk bevestigen en ondertekenen door het beslissingsbevoegde bestuursorgaan.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Franc Pommer 
(T: (073) 616 11 00, E: f.pommer@holla.nl).

Terug