Holla

Val in hotel is ongelukkige samenloop van omstandigheden

In 2004 heeft een vrouw deelgenomen aan een cursus die plaatsvond in een hotel. Bij het verlaten van het hotel is de vrouw ten val gekomen op een laminaatvloer, die glad was doordat er een onbekende hoeveelheid water op lag. De vrouw stelt het hotel aansprakelijk voor de door haar geleden schade ten gevolge van de val. De verzekeraar van het hotel wijst aansprakelijkheid van de hand, waarna de vrouw een procedure bij de rechtbank aanhangig maakt.

De rechtbank heeft de vordering van de vrouw afgewezen, daartoe overwegende dat de vloer als zodanig niet gebrekkig was en dat niet gebleken is dat het hotel verdergaande veiligheidsmaatregelen had moeten treffen (en dus niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens de vrouw). De rechtbank komt tot het eindoordeel dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De vrouw gaat in hoger beroep.

Het hof gaat uit van het feit dat de vrouw in het hotel in een plas water ten val is gekomen. Voorts oordeelt het hof dat gesteld noch gebleken is dat de vloer van de desbetreffende gang als zodanig – in goed onderhouden conditie – gevaarlijk glad was en daarmee gebrekkig. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de tijdelijke aanwezigheid van een hoeveelheid vloeistof op de vloer, die daarop niet thuishoort, die vloer – en daarmee het hotel – nog niet tot een gebrekkige opstal maakt. Het hotel is derhalve niet risicoaansprakelijk.

Vervolgens beoordeelt het hof of dan wel sprake is geweest van een gevaarzettende situatie waardoor sprake is van een onrechtmatige daad aan de zijde van het hotel. In dat kader oordeelt het hof dat indien de gang ter plaatse – vanwege morsend personeel of anderszins – geregeld glad zou zijn en het hotel daarvan op de hoogte was, van het hotel verwacht had mogen worden dat zij aanvullende maatregelen zou nemen om valgevaar te voorkomen. Dat zich een dergelijke situatie heeft voorgedaan, is onvoldoende gesteld of gebleken. Het hof vervolgd met het oordeel dat de schoonmaakinstructies van het hotel – eenmaal per dag soppen en de aanwijzing aan het personeel om te letten op vuiligheid – voldoende zijn. Het hof kan de vrouw niet volgen in haar stelling dat het hotel op de plek van de valpartij een antislipmat had moeten neerleggen. Evenmin oordeelt het hof dat het op de weg van het hotel had gelegen om een waarschuwing op te hangen in de trant van: “pas op, gang kan glad zijn indien nat”, nu niet is komen vast te staan dat het hotel met het concrete risico (valgevaar) bekend was. Aldus oordeelt het hof ook dat sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, hetgeen juridisch geen grond voor aansprakelijkheid oplevert. De vrouw kan haar schade dus niet op het hotel verhalen.

Opmerkelijk acht ik het oordeel van het hof dat niet is komen vast te staan dat het hotel met het concrete risico bekend was. Is het geen feit van algemene bekendheid dat een gedweilde laminaatvloer glad is en dus valgevaar met zich meebrengt? En had dan van degene die wist dat de vloer gedweild was – en dus wist dat er een risico op valgevaar aanwezig was – nietsvermoedende gasten daarop attent moeten maken? Temeer nu een simpele en weinig kostbare maatregel mogelijk was geweest.

Caution Wet Floor!

Sectie Aansprakelijkheid, Verzekering en Schade, Marloes Hulstein
(T: 040-2380611; E: mhulstein@holla.nl)
Het artikel is tevens gepubliceerd in het Bossche Balie Bulletin – juni 2008

Terug