Holla

Stiefoudergevaar en andere erfrechtelijke kwesties

Sinds 1 januari 2003 is het ‘nieuwe’ erfrecht in werking getreden. Vanaf 1947 is er gewerkt aan de herziening van het erfrecht. In de praktijk is inmiddels gebleken dat ook het nieuwe erfrecht aanleiding geeft tot de nodige discussies en procedures. Een korte schets.

Wanneer iemand onder het huidige erfrecht overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt en hij laat een echtgenoot (of geregistreerd partner) en één of meer kinderen achter, dan geldt van rechtswege de wettelijke verdeling. Kort gezegd betekent dit dat alle goederen van de nalatenschap aan de langstlevende echtgenoot verblijven. De kinderen krijgen als erfgenaam een vordering op de langstlevende. Die vordering is doorgaans pas opeisbaar op het moment dat de langstlevende komt te overlijden. Heeft de langstlevende echtgenoot alles opgemaakt, dan hebben de erfgenamen pech. Het feit dat de kinderen een vordering op de langstlevende hebben, verplicht deze namelijk niet de nalatenschap zodanig te beheren dat de kinderen hun vordering daadwerkelijk op enig moment geldend kunnen maken. Dit is niet anders wanneer de langstlevende zelf over bijvoorbeeld een groot vermogen beschikt.

Soms wordt een vordering van de kinderen op de langstlevende reeds voor diens overlijden opeisbaar. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor wanneer de langstlevende hertrouwt. Op dat moment dreigt het gevaar dat de goederen uit de nalatenschap van de vooroverleden partner naar de stiefouder verdwijnen, van wie het desbetreffende kind niet zal erven. Om dit gevaar te voorkomen, kan het kind deze goederen op dat moment bij de langstlevende opeisen. Bijzonder is verder dat de erflater in zijn testament zijn stiefkinderen op dezelfde wijze kan behandelen als zijn eigen kinderen. De eigen kinderen kunnen daar niets tegen doen.

De wettelijke verdeling kan buiten werking worden gesteld door middel van een testament. Daarin kan bijvoorbeeld worden geregeld wanneer de vorderingen van de kinderen opeisbaar zijn. Ook kan worden bepaald dat niet alle goederen naar de langstlevende echtgenoot gaan, maar dat bepaalde goederen direct aan de kinderen toekomen.

Onterven van een echtgenoot of een kind is onder het nieuwe erfrecht ook nog steeds mogelijk. Nieuw is wél dat de onterfde echtgenoot hier iets tegen kan doen. Deze echtgenoot kan aanspraak maken op het vruchtgebruik van de echtelijke woning, de inboedel en alle andere goederen van de nalatenschap. Voorwaarde is wel dat de onterfde echtgenoot dit voor zijn verzorging nodig heeft. Indien nodig kan de kantonrechter hierover oordelen. Hierbij speelt overigens het inkomen of vermogen van de partner wel een rol.

In onze praktijk worden wij in toenemende mate benaderd voor advies en bijstand in erfrechtelijke kwesties. De onderwerpen variëren. De verdeling van de nalatenschap, de uitoefening van (wils)rechten, de uitleg van de bepalingen in een testament, het optreden van de executeur. Soms willen de toekomstige erven vooraf worden geïnformeerd, en dan met name hoe zij kunnen voorkomen dat ‘hun’ erfenis aan hun neus voorbij gaat. Vanwege deze toenemende vraag vanuit de praktijk, hebben drie van onze familierechtadvocaten zich in het bijzonder op het erfrecht toegelegd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
mr. Joost Diks                T. 073 – 616 11 00      E. j.diks@holla.nl
mr. Nicole Lindhout       T. 073 – 616 11 00      E. n.lindhout@holla.nl  
mr. Sarah Broers           T. 073 – 616 11 00      E. s.broers@holla.nl

Terug