Holla

Openstaande vorderingen in het buitenland?

Het innen ervan is nu eenvoudiger door nieuwe regelgeving

Twee nieuwe procedures zijn sinds kort in werking om een snelle en efficiënte invordering van openstaande schulden in het buitenland te bevorderen. De procedures zijn van groot belang voor het bedrijfsleven. Betalingsachterstanden brengen het voortbestaan van bedrijven in gevaar. Zij zijn een belangrijke oorzaak van insolventie en leiden tot een groot verlies aan banen, aldus de Europese ministerraad. Per 10 juni 2009 is aan deze procedures in het Nederlandse recht uitvoering gegeven.

Tot voor kort was de situatie als volgt. Inning van vorderingen in het buitenland betekende veelal: kosten, tijdverlies en onzekerheid. Verschillen tussen het procesrecht van de EU-lidstaten waren hier de oorzaak van, maar niet alleen. Wie de kosten van bijvoorbeeld betekening van stukken, vertaling van documenten, bewijsverkrijging, tenuitvoerlegging of inschakeling van buitenlandse advocaten overzag, verging de moed om voor een openstaande vordering ­nog bij de (onwillige) schuldenaar ‘aan te kloppen’. Schuldenaren konden daardoor veelal ‘wegkomen’ met het onbetaald laten van hun schulden.

De twee nieuwe procedures zijn ontwikkeld om deze barrières voor inning weg te nemen. Zij werken als volgt:
1.       Iedere schuldeiser – ondernemer of particulier - kan via een standaardformulier 
      de procedure starten. Procesvertegenwoordiging door een advocaat is daarvoor
      niet vereist. De formulieren zijn – met toelichting - te vinden op de website
      http://ec.europa.eu/justice_home/judicialatlascivil/html/index_nl.htm;
2.       De rechter moet zo'n formulier zo spoedig mogelijk in behandeling nemen. Ook
      zijn de termijnen voor invordering kort;
3.       Een bevel tot betaling van de rechter is direct uitvoerbaar in het land waar de
      schuldenaar woont. Procederen in dat land om het betalingsbevel te kunnen
      executeren, is niet langer nodig;
4.       In elke EU-lidstaat kan deze inningsprocedure begonnen worden; de
      standaardformulieren zijn op de website in nagenoeg alle EU-talen beschikbaar.
      Op welke vorderingen zien de twee nieuwe procedures?

Beide zien zij op vorderingen in ‘burgerlijke en handelszaken’. Sommige vorderingen zijn echter uitgezonderd, zoals die uit sociale zekerheid of faillissement. In de desbetreffende Europese regelingen (Verordeningen, te vinden op de genoemde website) is na te lezen om welke categorieën het gaat.

Vervolgens ziet de eerste procedure - de ‘Europese procedure voor geringe vorderingen’ (EPGV) – alleen op vorderingen waarover tussen partijen een geschil bestaat. De hoofdsom van deze vorderingen kan maximaal € 2.000 zijn (rente, kosten en uitgaven dus niet meegerekend). De EPGV is opgezet als alternatief voor de gewone dagvaardingsprocedure. Verschijnt de verweerder niet, dan kan toch een beslissing worden gegeven.

De tweede procedure – de ‘Europese betalingsbevelprocedure’ (EBB) - kent geen plafond voor de vorderingen. De EBB kent drie eisen. Eén: de vordering moet opeisbaar zijn. Twee: het te vorderen bedrag is specifiek, dus concreet. Drie: de vordering moet ‘onbetwist’ zijn, hetgeen wil zeggen dat wanneer de schuldenaar niet binnen dertig dagen na het door de rechter op verzoek van de schuldeiser gegeven betalingsbevel de schuld voldoet, de vordering direct uitvoerbaar wordt verklaard door de rechter. De vordering kan dan direct geïnd worden.

De beide nieuwe regelingen brengen in potentie een belangrijke verbetering voor bedrijven en ondernemers om openstaande schulden op korte termijn en op efficiënte wijze te innen.

Wilt u meer weten van de nieuwe regelingen of wilt u nadere informatie over de inning van openstaande vorderingen in het buitenland? Neemt u dan contact op met:

Mr. F.W.H. Weelen (T. (040) – 238 06 21, E. f.weelen@holla.nl)
Mr. R.A.F. Willems (T. (073) – 616 11 05, E. r.willems@holla.nl)

Terug