Freelancers worden geregeld ingeschakeld voor het maken van een nieuwe collectie schoenen, voor het ontwerpen van reclamemateriaal of voor de ontwikkeling van een nieuwe huisstijl of website. Maar bij wie rusten in dat geval de auteursrechten?
Als opdrachtgever wilt u natuurlijk vrijuit kunnen beschikken over hetgeen de freelancer voor u heeft ontworpen. U bepaalt immers zelf wat u met de nieuwe collectie of het promotiemateriaal gaat doen. Als het nodig is wilt u zelf kunnen optreden tegen inbreukmakende partijen.
Op grond van de hoofdregel komen de auteursrechten niet toe aan u als opdrachtgever, maar aan de freelancer als opdrachtnemer. De hoofdregel houdt in dat als partijen niets afwijkends zijn overeengekomen, het auteursrecht toekomt aan de feitelijke maker van het werk. In dit geval dus aan de freelancer. Wanneer een werknemer ontwerpen voor u maakt, ligt dit overigens anders. Voor die gevallen bevat de Auteurswet namelijk een uitzondering op de hoofdregel. Artikel 7 van de Auteurswet bepaalt dat het auteursrecht op door de werknemer in dienstverband ontworpen werken toekomen aan de werkgever. Op freelancers is deze uitzondering echter niet van toepassing en geldt in beginsel de hoofdregel. Het feit dat u de freelancer voor zijn werkzaamheden heeft betaald, brengt niet met zich mee dat u daardoor over de auteursrechten beschikt.
In sommige gevallen biedt artikel 8 van de Auteurswet nog uitkomst voor de opdrachtgever. Artikel 8 kan worden ingeroepen wanneer opdrachtgever het werk voor het eerst openbaar maakt zonder daarbij de naam van de feitelijke maker (de opdrachtnemer/freelancer) te vermelden. Met openbaar maken wordt bedoeld dat het werk voor een zeker publiek toegankelijk wordt gemaakt. Wanneer u als opdrachtgever bijvoorbeeld op een beurs voor het eerst een door een freelancer voor u ontwikkelde collectie toont, zonder daarbij aan te geven dat de freelancer de = ontwerper is, kunt u aanvoeren dat de auteursrechten op die collectie op grond van artikel 8 aan u toekomen.
Wanneer de freelancer echter weet aan te tonen dat de openbaarmaking onrechtmatig was, gaat een beroep van de opdrachtgever op artikel 8 niet op. De openbaarmaking is onrechtmatig als de freelancer kan aantonen dat hij zich het auteursrecht heeft voorbehouden. Als de freelancer kan bewijzen dat u als opdrachtgever het werk niet openbaar mocht maken of dat u bij de openbaarmaking de naam van de freelancer had moeten vermelden, beschikt u als opdrachtgever niet over de auteursrechten.
Wanneer u discussie wilt voorkomen en er als opdrachtgever zeker van wilt zijn dat de auteursrechten aan u toekomen als u een freelancer inschakelt, moet u dat uitdrukkelijk overeenkomen. Dat kan bijvoorbeeld in het contract dat u sluit met de freelancer. Daarin kan worden opgenomen dat de auteursrechten op het werk door de freelancer worden overgedragen aan de opdrachtgever. Omdat een overdracht van auteursrechten slechts geldig is, wanneer dat gebeurt door middel van een schriftelijke overeenkomst, moeten de afspraken wel op papier worden vastgelegd. Daarmee voorkomt u bovendien discussies over wat u nu precies bent overeengekomen. Kleine moeite, groot plezier.
Dit artikel is tevens verschenen in vakblad Tred: www.vakbladtred.nl.
Voor meer informatie over dit onderwerp of andere juridische onderwerpen kunt u contact opnemen met mr. Floor de Roos van de Sectie Intellectuele Eigendom/ICT te ’s-Hertogenbosch (T. 073 - 616 11 00, E: f.deroos@holla.nl).


