Bij verhuur van onroerende zaken wordt in de praktijk in de meeste gevallen gebruik gemaakt van het standaard model dat ontwikkeld is door de Raad voor Onroerende Zaken.
De Raad voor Onroerende Zaken heeft voor de verschillende huurregimes, te weten winkelruimte, kantoorruimte en woonruimte, modellen ontwikkeld. De modellen bestaan uit een relatief korte huurovereenkomst en uitgebreide algemene bepalingen waarin de rechtsverhouding tussen verhuurder en huurder gedetailleerd is geregeld.
Het is belangrijk dat in de huurovereenkomst de huurder separaat zijn handtekening zet voor ontvangst van de algemene bepalingen. Daarnaast is het van belang dat de algemene bepalingen door verhuurder en huurder worden geparafeerd en daadwerkelijk bij de overeenkomst worden gevoegd.
De modellen van de Raad voor Onroerende Zaken zijn duidelijk opgesteld vanuit de optiek van de verhuurder. Zo wordt bijvoorbeeld aansprakelijkheid van de verhuurder voor gevolgschade uitgesloten en worden er geen garanties door verhuurder verstrekt over het tijdstip van oplevering. Het model is opgesteld om de belangen van verhuurder te schermen, zonder dat de belangen van huurder geweld wordt aangedaan. Een ander model dat wordt gebruikt in de praktijk is het model van de Raad Nederlandse Detailhandel, dat meer de belangen van de huurder in acht neemt.
De meest recente ROZ-modellen voor woonruimte en kantoorruimte dateren van 1 juli 2003. Met ingang van 1 augustus 2008 is het nieuwe ROZ-model huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW gereed gekomen.
Ten opzichte van het oude model uit 2003 zijn enkele wijzigingen in het nieuwe model doorgevoerd. De overeenkomst zelf bevat slechts enkele tekstuele wijzigingen. De algemene bepalingen bevatten wel enkele belangrijke wijzigingen. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn:
1. de definitie van “casco huur” is uitgebreid;
2. behoudens andere afspraken wordt het gehuurde bij aanvang van de huur in een
goed onderhouden staat aan huurder opgeleverd. In het model van 2003 stond
opgenomen de staat waarin het zich bevindt;
3. bij aanvang van de huurovereenkomst verklaart verhuurder dat hem geen feiten
of omstandigheden bekend zijn waardoor huurder het gehuurde niet in
overeenstemming met overeengekomen bestemming mag of kan gebruiken.
Deze bepaling betekent een kleine verbetering voor de positie van de huurder;
4. als verhuurder op grond van nieuwe regelgeving aanpassingen aan het gehuurde
moet verrichten, leveren de aanpassingen en de uitvoering daarvan, geen gebrek
op.
Al met al bevat het nieuwe ROZ-model voor winkelruimte ten opzichte van het model uit 2003 geen grote wijzigingen. Toch kunnen enkele details misschien wel degelijk voor u van belang zijn. Daarnaast bestaat natuurlijk de mogelijkheid dat verhuurder en huurder in de huurovereenkomst kunnen afspreken dat sommige artikelen uit de algemene bepalingen niet van toepassing zijn op hun rechtsverhouding. Op die manier kan het standaard model toch op uw specifieke situatie worden toegesneden.
Wilt u meer informatie over dit onderwerp?
Neem dan contact op met mr. M.P.G.M. (Matthijs) Gorgels, per telefoon: 073-6161132 of per e-mail: mgorgels@holla.nl.


