April 2009
Echtgenoten besluiten soms om tijdens het huwelijk hun huwelijksgoederenregime te wijzigen. Dit kan zijn het opheffen of wijzigen van de bestaande huwelijkse voorwaarden of – wanneer partijen in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd – door het alsnog opmaken van huwelijkse voorwaarden.
Op 14 oktober 2008 heeft de staatssecretaris van Financiën in een nieuw besluit de gevolgen van het wijzigen van het huwelijksgoederenregime voor het schenkingsrecht verduidelijkt. Een wijziging kan volgens het besluit in sommige situaties leiden tot een belaste schenking.
Volgens de staatssecretaris is de wijziging van huwelijkse voorwaarden in een algehele gemeenschap van goederen, op grond van de huidige rechtspraak, geen belastbare schenking. Dit geldt ook wanneer partijen huwelijkse voorwaarden maken waarin wordt afgesproken dat partijen aan het eind van hun huwelijk of geregistreerd partnerschap met elkaar afrekenen alsof zij in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd (een finaal verrekenbeding).
Volgens de staatssecretaris kan een overgang naar een beperkte gemeenschap of naar een beperkt finaal verrekenbeding wel een schenking inhouden. Van overgang naar een beperkte gemeenschap is bijvoorbeeld sprake als een van partijen eigenaar is van een woning, welke woning door wijziging van de huwelijkse voorwaarden gezamenlijk eigendom van partijen wordt.
In zeer bijzondere omstandigheden (bij voldoening aan een natuurlijke verbintenis) kan een vrijstelling van toepassing zijn. De beoordeling of er een schenking is en of met die schenking is voldaan aan een natuurlijke verbintenis, is feitelijk. Een concrete casus kan aan de inspecteur worden voorgelegd voor zekerheid vooraf over de gevolgen voor het schenkingsrecht.
Onder bepaalde voorwaarden wordt op verzoek bij opheffing van de gemeenschap een schenkingsrecht geheven als:
1. Aannemelijk is gemaakt dat die wijziging verband houdt met het herstel van
aanspraken van kinderen uit eerdere huwelijken op het vermogen van hun ouder
en die aanspraken als gevolg van een huwelijk in algehele gemeenschap van
goederen onbedoeld verloren zijn gegaan.
2. Op grond van een misverstand zijn voorafgaand aan het huwelijk geen huwelijkse
voorwaarden gemaakt. Als binnen drie jaar na het sluiten van het huwelijk alsnog
huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt en op dat moment geen sprake is
van duurzaam gescheiden leven of echtscheiding, wordt een misverstand
verondersteld.
De staatssecretaris stelt enkele voorwaarden om een geslaagd beroep te kunnen doen op een van beide bovengenoemde uitzonderingssituaties.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Nelleke Boelhouwer,
vestiging 's-Hertogenbosch, Sectie Familie- en Erfrecht
(T: (073) 616 11 00, E: n.boelhouwer@holla.nl).


