Holla

Niet-gedwongen opname

Begin januari 2006 vond een dramatische gebeurtenis plaats. Ongeveer een week na ontslag van een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis heeft een moeder een einde gemaakt aan het leven van haar 6-jarig dochtertje. Daarna heeft zij twee maal geprobeerd zelfmoord te plegen.

In een drietal procedures bij achtereenvolgens de klachtencommissie van het ziekenhuis, Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Eindhoven en Centraal Tuchtcollege te ’s-Gravenhage, wordt door de familie van moeder geklaagd over het handelen van de verantwoordelijk psychiater. Hij zou moeder ten onrechte naar huis hebben laten gaan waardoor de gebeurtenis kon geschieden.

Moeder was door haar huisarts vanwege angstige en depressieve stemmingen doorverwezen naar de crisisdienst van de geestelijke gezondheidszorg. Aangezien niet werd voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in de wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) kon er geen gedwongen opname plaatsvinden (IBS). Wel werd met moeder afgesproken dat zij zich vrijwillig zou laten opnemen op de PAAZ-afdeling. De bedoeling was die vrijwillige opname een week te laten duren. Zou zij op enig moment willen vertrekken dan zou wederom een IBS-beoordeling plaatsvinden.

Al vrij snel na opname klaarde het beeld bij moeder op. Aan de psychiater die haar had beoordeeld bij opname op de PAAZ-afdeling en de dag daarna, verzocht zij naar huis te mogen gaan. De psychiater heeft dat tegen kunnen houden. Toen moeder een dag later volhardde in haar standpunt om naar huis te mogen gaan heeft de psychiater daarmee ingestemd; vervolgzorg geregeld en is zij naar huis gegaan. De vraag die door de opeenvolgende Colleges diende te worden beantwoord was of de psychiater zich had dienen te verzetten tegen de wens van de patiënte om naar huis te gaan en vervolgens een gedwongen opname in gang had dienen te zetten.

De Colleges overwegen als volgt. Bij opname heeft de geestelijke gezondheidszorg (GGz) weliswaar aangedrongen op een opname maar zelf geen IBS-procedure in gang gezet. De patiënte werd dan ook vrijwillig op de PAAZ opgenomen. Op basis van hetgeen is opgetekend aan de hand van de gesprekken die de psychiater op drie achtereenvolgende dagen met de patiënte heeft gevoerd, in combinatie met hetgeen uit de verpleegkundige vastlegging blijkt, had de psychiater naar het oordeel van het college geen gegronde redenen de patiënte tegen haar wil in op de PAAZ te houden en een IBS-beoordeling te laten plaatsvinden. Er is geen verkeerde diagnose gesteld en er was op dat moment geen sprake van onmiddellijk dreigend gevaar. De psychiater, zelf veelvuldig betrokken bij IBS-beoordelingen, kon op goede gronden de inschatting maken dat aan de beoordeling niet zou worden voldaan. Tevens blijkt dat er is gecommuniceerd met de GGz die de vervolgzorg op zich zou nemen en was er een afspraak gemaakt voor enkele dagen na ontslag.

In het kader van de procedure bij de klachtencommissie is nog een deskundigenbericht uitgebracht door een onafhankelijk psychiater. Ook die heeft geoordeeld dat de psychiater goede gronden had om de patiënte met ontslag te laten gaan. Dit standpunt is overgenomen door de klachtencommissie en later door zowel het Regionaal als Centraal Tuchtcollege.

Hoe triest de afloop van deze casus ook moge zijn, het staat een psychiater niet zomaar vrij om een patiënt tegen zijn wil opgenomen te houden. Hij kan dat alleen doen als aan bepaalde wettelijke criteria wordt voldaan. Deze wettelijke criteria zijn opgesomd in de wet BOPZ. In dat geval dient een onafhankelijk, niet bij de behandeling betrokken, psychiater de patiënt te beoordelen en zelfstandig na te gaan of er het vermoeden is van een psychiatrische stoornis die zodanig gevaar veroorzaakt dat dit alleen kan worden afgewend door middel van een opname in een gesloten setting. Wanneer op goede gronden wordt aangenomen dat aan deze criteria niet zal worden voldaan, dient een psychiater een vrijwillig opgenomen patiënt met ontslag te laten gaan. Alleen wanneer hij goede redenen heeft om aan te nemen dat wel aan de criteria wordt voldaan, dient hij zulks door een onafhankelijk arts te laten toetsen.

Sectie Gezondheidsrecht Eindhoven
Coen Verberne

Terug