Holla

Medische behandeling hoeft niet te worden voortgezet

De voorzieningenrechter van de Rechtbank
's-Hertogenbosch diende onlangs te oordelen in een niet alledaagse zaak. Namens haar echtgenoot heeft een vrouw gevorderd dat het de behandelend artsen van het ziekenhuis wordt verboden een medische behandeling te staken. Haar man had na een hersenbloeding forse hersenschade opgelopen en was al ruim twee jaar opgenomen in het ziekenhuis. Tijdens die opnames zijn er regelmatig periodes geweest van onvoldoende ademhaling als gevolg van infectie van de luchtwegen. De man is uitgebreid behandeld met antibiotica en vaak en langdurig kunstmatig beademd. Als gevolg van de steeds terugkerende infecties, de langdurige en frequente beademing en de langdurige bedlegerigheid is de functie van de longen sterk afgenomen waardoor hij niet meer in staat is om zonder beademingsapparatuur te ademen.

Begin 2011 heeft het behandelend team, bestaande uit zeven intensivecare-artsen, unaniem geconcludeerd dat er geen aanvaardbaar behandeldoel meer kon worden gerealiseerd, waardoor het voortzetten van de beademing als medisch zinloos moet worden beschouwd. Uit oogpunt van zorgvuldigheid vragen de artsen een second opinion in een academisch ziekenhuis. Het academisch ziekenhuis stelt voor om de patiënt af te wennen van de beademing en niet nogmaals te beademen. Mocht het niet lukken binnen afzienbare tijd om de patiënt van de machine af te halen, dan moet de behandeling gericht worden op staken van de beademing en toedienen van medicatie die het lijden van de patiënt verzacht.

Dat besluit is met de echtgenote besproken. Aangezien zij het daarmee niet eens was heeft zij een gesprek gehad met de raad van bestuur van het ziekenhuis. De echtgenote heeft aangegeven dat zij zich niet zou neerleggen bij het oordeel van de behandelende intensivisten. Zij heeft daarbij aangegeven dat zij de zaak aan de rechter wenste voor te leggen. Om mevrouw daartoe de gelegenheid te geven is het ontwennen van de beademing uitgesteld en de beademing voorlopig doorgezet.

Naar de mening van de vrouw is staken van de beademing in strijd met de behandelingsovereenkomst omdat niet vaststaat dat voortzetten van de beademing is te kwalificeren als zinloos medisch handelen. De artsen voeren aan dat voortzetten van de beademing in strijd is met de medische ethiek omdat in casu sprake is van zinloos medisch handelen.

De rechter oordeelt dat tussen partijen als zodanig niet ter discussie staat dat voortzetting van een medisch zinloze behandeling niet van de artsen kan worden gevergd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of in dit geval sprake is van medisch zinloos handelen. Het beantwoorden van die vraag is in beginsel voorbehouden aan de medische beroepsbeoefenaar. De rechter kan dat slechts marginaal toetsen. De beroepsbeoefenaren dienen aan te geven waarom zijn verdere behandelingen medisch zinloos zijn. Maar dat hebben zij gedaan en daarbij een second opinion gevraagd en overgelegd. Ook hebben zij de richtlijnen en protocollen gevolgd.

De vordering wordt afgewezen. Naar de mening van ondergetekende op terechte gronden omdat het aangaan van een behandelingsovereenkomst er niet toe dient te leiden dat alle behandelingen worden gegeven die mogelijk zijn en tot elk moment. Wanneer het punt is genaderd dat het doorzetten van een bepaalde behandeling medisch geen enkel doel meer dient en dat het dient te worden gekwalificeerd als medisch zinloos handelen, kan de behandeling worden gestaakt. Uiteraard dienen de behandeld artsen bij deze besluitvorming zorgvuldig te werk te gaan. Daar was in deze casus sprake van. Alle artsen waren unaniem en er is ook nog een second opinion ingewonnen.

Ook de communicatie met de echtgenote is uitgebreid geweest. In het geval aan al die voorwaarden is voldaan, kan wanneer vaststaat dat er sprake is van medisch zinloos handelen, de behandeling worden gestaakt. De beslissing van de voorlopige voorzieningenrechter is dan ook geheel in lijn met het gezondheidsrecht.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Coen Verberne van de sectie Gezondheidsrecht (T. 040 – 238 06 11, E: c.verberne@holla.nl).

Terug