Holla

IT-Projecten en contracten

Bij veel IT-projecten wordt langer onderhandeld over de prijs dan over de voorwaarden waaronder de IT-leverancier haar diensten verricht. Vaak komt het erop neer dat de voorwaarden van de leverancier zonder al te veel discussie door de opdrachtgever worden geaccepteerd. Nog vaker gebeurt het dat de leverancier eigenlijk niet eens over eigen voorwaarden beschikt, maar volstaat met een verwijzing naar de FENIT-voorwaarden. Voor de leverancier is dat vaak een gelukkige keuze. Voor de opdrachtgever lang niet altijd.

De FENIT-voorwaarden zijn de voorwaarden die zijn opgesteld door de Federatie van Nederlandse Ondernemingen in de Informatietechnologie (inmiddels ICT-office). Het betreft standaardvoorwaarden die zijn opgesteld door deze branchevereniging en die van toepassing kunnen worden verklaard op ICT-projecten. De FENIT-voorwaarden zijn gemaakt door de IT-branche voor de IT-branche. De FENIT-voorwaarden bestaan al langer dan 30 jaar en zijn in die periode regelmatig aangepast. Het gevolg daarvan is dat deze voorwaarden goed in elkaar zitten. Een nadeel is echter dat ze wel erg leveranciersvriendelijk zijn.

Een paar voorbeelden:

Artikel 1.2 van de FENIT-voorwaarden brengt met zich mee dat feitelijk de opdrachtgever instaat voor de juistheid en de volledigheid van de aan de leverancier overhandigde gegevens. Dat terwijl het juist de leverancier is die doorgaans over veel meer kennis beschikt dan de opdrachtgever. Om die reden is het vaak de vraag of de opdrachtgever wel voor de juistheid en de volledigheid van de aangeleverde gegevens kan instaan.

Artikel 6.6 geeft een definitie van het begrip "fout". Uit deze definitie volgt een tekortkoming in de opgeleverde programmatuur of functionaliteit, die lang niet altijd een fout een oplevert. Voorwaarde is dat er sprake is van een afwijking ten opzichte van tevoren kenbaar gemaakte specificaties. Daarnaast dient het te gaan om een substantiële afwijking en wordt ook nog eens vereist dat een fout reproduceerbaar is. Lang niet elke onvolkomenheid wordt dus als fout aangemerkt. De consequent daarvan is dat de opdrachtgever ook in lang niet alle gevallen recht heeft op herstel van onvolkomenheden.

Artikel 8.1 brengt met zich mee dat de overschrijding van een leveringstermijn op zichzelf niet tot verzuim leidt. Komt een leverancier zijn verplichtingen niet na ten opzichte van een tijdige oplevering van het project - hetgeen nogal eens wil gebeuren in de ICT - dan vereisen FENIT-voorwaarden dat de opdrachtgever de leverancier eerst in gebreke stelt voor er verzuim ontstaat.

Artikel 17 en 21 brengen met zich mee dat de verplichtingen die de leverancier heeft richting de opdrachtgever slechts zijn te beschouwen als inspanningsverplichtingen, tenzij expliciet door de partijen anders is overeengekomen. Komen opdrachtgever en de leverancier niets anders overeen dan gaat de verbintenis waartoe de leverancier zich heeft verplicht niet verder dan het zich inspannen om tot een goed resultaat te komen. Van een resultaatsverplichting is dan dus geen sprake.

Dit zijn zo maar wat voorbeelden van wat bepalingen uit de FENIt-voorwaarden en de gevolgen die deze kunnen hebben. Voor opdrachtgevers is het uiteraard mogelijk om op basis van deze FENIT-voorwaarden met een leverancier in zee te gaan. Meestal is het echter beter om een specifiek op het concrete ICT-project toegespitste overeenkomst tot stand te brengen. Daar kunnen dan ook zowel de belangen van de opdrachtgever als die van de leverancier op een evenwichtige manier in worden vastgelegd.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met mr. Luuk Jonker op telefoonnummer 073 - 616 11 00 of via het mailadres ljonker@holla.nl

Terug