Het komt regelmatig voor: u verneemt dat er naast uw woning iets wordt gebouwd, waarmee u niet gelukkig bent. Nauwgezet volgt u de lokale nieuwsbladen om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen. Maar uitgerekend die ene publicatie dat een ontwerpbouwvergunning ter inzage ligt waartegen u uw zienswijzen kunt indienen, merkt u niet op. Zo ook mijn cliënt, die een tijd geleden bij me kwam. Hij had nadat de termijn om zienswijzen in te dienen was verstreken alsnog de gemeente aangeschreven. Dat er een café onder zijn woning zou worden opgericht, wilde hij koste wat kost voorkomen. Hij zag nu zijn kansen echter verkeken. Toch gaf de gemeente nog enige hoop. Het besluit waarin werd medegedeeld dat zijn zienswijze wegens de termijnoverschrijding niet in behandeling werd genomen sloot af met: “Gelet op de omstandigheid dat in de ontwerpbeschikking een wijziging is aangebracht kan de indiener van de zienswijze desgewenst wel beroep instellen.”
Volgens artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende geen beroep bij de rechter instellen, als hij niet eerst een zienswijze heeft ingediend of bezwaar heeft gemaakt. Dit leidt alleen uitzondering als dit hem niet kan worden verweten. De bepaling strekt ertoe de toegang tot de rechter te beperken. Een belanghebbende moet in het vroegst mogelijke stadium opkomen tegen een besluit waarmee hij het niet eens is. Zo wordt voorkomen dat in een lopende procedure telkens nieuwe bezwaren worden ingediend, terwijl dit al eerder had gekund. De bepaling werkt dus als een fuik: naarmate de procedure vordert, spitst deze zich toe op een steeds beperkter aantal belanghebbenden en bezwaren.
Daarnaast moet een belanghebbende die opkomt tegen een besluit precies aangeven met welke onderdelen van het besluit hij zich niet kan verenigen. In een later stadium kunnen geen onderdelen van het besluit worden aangevochten waartegen niet eerder was opgekomen. De omvang van het geding kan gaandeweg de procedure niet worden uitgebreid. Dit wordt de ‘onderdelenfuik’ genoemd. Nieuwe argumenten zijn wel toegestaan.
Maar wat te doen als een belanghebbende te laat is met het indienen van zijn zienswijze, zoals mijn cliënt in de inleidende casus? Het antwoord op deze vraag ligt besloten in hetzelfde artikel 6:13 Awb. Slechts iemand aan wie ‘redelijkerwijs kan worden verweten’ dat hij geen zienswijze heeft ingediend, ziet zijn weg naar de rechter geblokkeerd. Treft een belanghebbende geen verwijt, dan kan hij nog steeds naar de rechter. Hiervan is allereerst sprake als een belanghebbende geen bezwaar had tegen het ter inzage gelegde besluit, maar in een latere fase wel. Bijvoorbeeld: aan u wordt op aanvraag een bouwvergunning verleend. Deze wordt na een gegrond bezwaar van uw buurman herroepen. Als u nu niet tegen deze herroeping zou mogen opkomen, kan u uw bouwvergunning nooit gebruiken. In dit geval kan u dan ook niet worden tegengeworpen dat u niet eerder bezwaar heeft gemaakt tegen de bouwvergunning. Dat zou ook vreemd zijn. U had deze immers zelf aangevraagd.
Daarnaast kan een belanghebbende zich pas door een wijziging ten opzichte van het ontwerpbesluit bezwaard voelen. Op een ontwerpbesluit van een bouwplan kan na de terinzagelegging nog een wijziging van ondergeschikte aard worden aangebracht. Daarvan is sprake als de wijziging niet dusdanig ingrijpend is dat redelijkerwijs niet langer kan worden gesproken van hetzelfde bouwplan. Als u zich pas na een wijziging op het ontwerpbesluit bezwaard voelt, kan artikel 6:13 Awb u evenmin worden tegengeworpen. Vanwege de genoemde ‘onderdelenfuik’ mogen de bezwaren zich in dat geval uitsluitend richten tegen die wijziging. Niet gewijzigde onderdelen van het besluit mogen niet worden aangevochten. Dit is normaal gesproken geen probleem. Hiertegen had u immers geen bezwaar.
Dat een bepaalde publicatie is gemist of zelfs niet is ontvangen, wordt in het algemeen niet aangemerkt als een omstandigheid waardoor redelijkerwijs niet kan worden verweten dat er geen zienswijze is ingediend of bezwaar is gemaakt. De wetgever verwacht van de burger oplettendheid ten aanzien van hetgeen er in zijn omgeving gebeurt.
In het voorbeeld van mijn cliënt heeft de gemeente aangegeven dat hij nog steeds beroep kan instellen bij de rechter, omdat het definitieve besluit is gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit. Dit is echter niet zeker. Allereerst zal de rechter moeten uitmaken of cliënt al dan niet redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze heeft ingediend. Dat de gemeente ter zake wel enig vertrouwen opwekt bij cliënt, biedt geen enkele zekerheid.
Het is daarnaast van belang om te bezien of de wijziging in het besluit van ondergeschikte aard is. Is dat niet het geval, dan had een nieuwe aanvraag moeten worden ingediend en een nieuw besluit genomen moeten worden. Is de wijziging wel van ondergeschikte aard, dan beperkt het geding zich tot deze wijziging. Andere onderdelen van het besluit blijven buiten beschouwing. Nu cliënt ongelukkig is met het bouwplan als geheel, is dit ongunstig. Cliënt loopt dus vast in de fuik.
Om te voorkomen dat u in de fuik van artikel 6:13 Awb loopt, is het van belang de lokale nieuwsbladen te volgen over wat er in uw omgeving gebeurt. Een standaardrubriek van de gemeente bevat de aangevraagde, verleende en ter inzage liggende vergunningen. Bij twijfel kunt u hierover de gemeente raadplegen. Ligt een vergunning ter inzage of is er een verleend, dan is het belangrijk de termijnen in de gaten te houden en zo snel mogelijk een zienswijze in te dienen of bezwaar te maken. Het beste kunt u daarin zoveel mogelijk onderdelen van het besluit aanvechten. Kortom: wees op tijd en uitgebreid.
Wilt u meer weten? Neemt u dan contact op met mr. Franc Pommer, vestiging ’s-Hertogenbosch (T: (073) 616 11 36, E: f.pommer@holla.nl).
U kunt ook contact opnemen met:
mr. Jan van Heijningen (T: (073) 616 11 37, E: j.vanheijningen@holla.nl)


