Den Haag, 27 november 2009
Als een arbeidsovereenkomst wordt ontbonden door de kantonrechter kan de kantonrechter een ontslagvergoeding vaststellen. De Kantonrechter gebruikt dan de ‘kantonrechtersformule’ (ook wel de A.B.C formule, dienstjaren x maandloon x verwijtbaarheid).
Als een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door middel van een ontslagvergunning kan het UWVWerk (vroeger: CWI) geen ontslagvergoeding toekennen. De werknemer kan dan daarna bij de kantonrechter een zgn. ‘kennelijk onredelijk ontslagprocedure’ aanspannen tegen de werkgever en daar alsnog een vergoeding eisen.
Er is al enige tijd discussie over of de kantonrechter daarbij daar een zelfde maatstaf moet hanteren als in de ontbindingsprocedure. Dit jaar heeft een aantal rechters voor dat geval de zgn. ‘X.Y.Z formule’ vastgesteld, die er op neerkomt dat in dit soort procedures ook voor dat geval de kantonrechtersformule moet worden toegepast , maar met een korting van 30%.
In een zaak die vandaag beslist is door de Hoge Raad had het Hof ’s-Gravenhage op 2 december 2008 geoordeeld dat sprake was van een kennelijk onredelijk ontslag, nu de werkgever geen enkele vergoeding had aangeboden en de X.Y.Z formule toegepast.
De Hoge Raad overweegt echter dat het enkele feit dat de werkgever geen vergoeding heeft aangeboden, het ontslag nog niet kennelijk onredelijk. Bij schadevergoedingen wegens kennelijk onredelijk ontslag kan de kantonrechtersformule niet worden toegepast, zo geeft de Hoge Raad aan. De beslissing van het Hof ’s-Gravenhage wordt vernietigd en het hof Amsterdam moet de zaak opnieuw behandelen.
Er loopt nog een aantal andere zaken, maar na vandaag het lijkt er op dat de Hoge Raad er niet mee akkoord gaat dat in dit soort kwesties standaard 70% van de kantonrechtersformule moet worden aangeboden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
mr. Robert van Muijen (T. (073) - 616 11 00, E. r.vanmuijen@holla.nl)


