Wat te doen als een werknemer onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf en hierdoor lange tijd niet in staat is om werkzaamheden voor u te verrichten. Heeft het geven van ontslag op staande voet enige kans van slagen?
De Hoge Raad heeft in een arrest van 17 december 2010 uitgemaakt dat een werknemer die lange tijd niet op het werk kan verschijnen, omdat hij door de stafrechter is veroordeeld tot een gevangenisstraf niet op staande voet kan worden ontslagen. Hoe kon ons hoogste rechtscollege tot deze beslissing komen?
Al in 1999 (HR 12-02-1999 Schrijvers/Van Essen) oordeelde de Hoge Raad dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een dringende reden om iemand op staande voet te ontslaan alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking moeten worden genomen. De Hoge Raad gaf toen aan dat gewogen moest worden:
- de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt
- de aard van de dienstbetrekking
- de duur van de dienstbetrekking
- de wijze waarop de werknemer de dienstbetrekking heeft vervuld
- de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een
ontslag op staande voet voor hem heeft.
In het arrest Schrijvers/Van Essen, worden door de Hoge Raad algemene gezichtspunten genoemd die gewogen moeten worden, voordat u besluit of ontslag op staande voet op goede gronden kan worden gegeven. In dit arrest was niet aan de orde dat de werknemer lange tijd een gevangenisstraf moest uitzitten en daardoor niet kon werken.
In een arrest van 17 december 2010 heeft de Hoge Raad aanvullende factoren genoemd die van belang kunnen zijn bij de afweging om een werknemer op staande voet te ontslaan, als hij veroordeeld is tot een gevangenisstraf wegens het plegen van een ernstig delict. Het gaat dan om:
- de vraag of het strafbare feit waarvoor de werknemer is veroordeeld in verband staat tot de
werkzaamheden die hij verrichtte;
- de vraag of de gedragingen van de werknemer zich (geheel) in de privésfeer hebben voltrokken;
- de vraag of de gedragingen van de werknemer een negatieve invloed op zijn functioneren hebben
gehad;
- de vraag of de werkgever (directe) schade heeft geleden of zal lijden als gevolg van
de langdurige detentie;
- de ernst van het delict;
- de bij terugkeer van de werknemer te verwachten onrust op de werkvloer;
- het geschonden vertrouwen van de werkgever in de werknemer.
De gezichtspunten zoals door de Hoge Raad geformuleerd zijn uiteraard afhankelijk van de feiten en omstandigheden zoals door partijen uiteengezet. In deze zaak overwoog de Hoge Raad -kort gezegd- dat het ernstige misdrijf van het plegen van ontucht, wat leidde tot een forse gevangenisstraf, geen dringende reden voor de werkgever opleverde om de werknemer op staande voet te ontslaan. De werkgever kan het loon stopzetten gedurende de periode van detentie en nadien behoort de werkgever de werknemer weer toe te laten tot de bedongen arbeid. Een wenselijke situatie?
De lagere rechtspraak heeft de afgelopen periode ook nog een aantal gezichtspunten ten aanzien van de dringende reden voor ontslag op staande voet geformuleerd:
- of de goede naam van het bedrijf is geschaad;
- of het strafbare gedrag van de werknemer een incident, een eenmalige gebeurtenis, betreft;
- of de werknemer het strafbare feit heeft bekend;
- of de werknemer weinig (meer) met de werkgever en collega's van doen heeft, bijvoorbeeld omdat
sprake is van een ‘papieren dienstverband' door arbeidsongeschiktheid;
- of de jegens de werknemer uitgesproken strafrechtelijke veroordeling al dan niet onherroepelijk is;
- of de werknemer door een ontslag op staande voet niet twee keer wordt ‘gestraft';
- of de veroordeelde werknemer zijn werkgever tijdig en juist over de detentie heeft geïnformeerd;
- of de werkgever mogelijkheden heeft om de afwezigheid van de werknemer, die gedetineerd is, op
te vangen.
Uit de hiervoor weergegeven gezichtspunten-catalogus blijkt dat er veel argumenten voor of tegen het aannemen van een dringende reden door de rechter zijn aan te voeren. Het is aan partijen om op zoveel mogelijk gezichtspunten in te gaan en daaraan handen en voeten te geven en hiermee creatief om te gaan.
Conclusie: de vele relevante gezichtspunten geven weinig houvast ten aanzien van de voorspelbaarheid van de door de rechter te maken afwegingen. De Hoge Raad heeft wel uitgemaakt dat het uitzitten van een forse gevangenisstraf die geen enkel verband houdt met het werk, geen dringende reden oplevert om een werknemer op staande voet te ontslaan. Wanneer een misdrijf plaatsvindt, gerelateerd aan het werk, zal een ontslag op staande voet vermoedelijk wel standhouden. Het is verstandig hieromtrent eerst advies in te winnen, alvorens u deze beslissing neemt.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr.Sanne Wuisman van de sectie Arbeidsrecht te ’s-Hertogenbosch (T. (073) 616 11 75, E: s.wuisman@holla.nl).
U kunt ook contact opnemen met:
Tilburg: mr. Joost Wasser
(T: (073) 616 11 00, E: j.wasser@holla.nl)
Eindhoven: mr. Martijn Huisman
(T: (040) 238 06 00, E: m.huisman@holla.nl)


