Uit vaste rechtspraak komt naar voren dat, wil een voortbrengsel als een auteursrechtelijk beschermd werk worden beschouwd, vereist is dat dat voortbrengsel een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Wet en jurisprudentie plegen geen oordeel over smaak te geven. Of een werk nu mooi is of lelijk; voor de vraag of het voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt is dat niet relevant. Over smaak valt immers niet te twisten. Niet in het dagelijks leven, maar ook niet in het auteursrecht. Ook de vraag of de auteur van een werk veel moeite heeft moeten steken in de totstandkoming van het voortbrengsel of dat het werk min of meer terloops is ontstaan; het maakt allemaal niet uit voor de vraag of de auteur de bescherming van de Auteurswet mag inroepen. Ook op het gebied van het soort voortbrengsel laten wet en jurisprudentie veel ruimte aan de makers. Niet alleen romans, maar ook zakelijke teksten kunnen onder de bescherming van het auteursrecht vallen. Hetzelfde geldt voor bouwtekeningen, stoelen en tafels, logo’s, slagzinnen, software, muziekstukken en zelfs de geur van parfum.
Volgens de erven van de in 2004 geliquideerde vastgoedhandelaar Endstra vallen ook transcripten van gevoerde gesprekken onder de Auteurswet. In de maanden voorafgaande aan zijn liquidatie voerde Willem Endstra diverse gesprekken met rechercheurs van de Criminele Inlichtingen Eenheid. Deze gesprekken vonden om veiligheidsredenen plaats op de achterbank van een rijdende auto. Deze gesprekken zijn, zonder dat Endstra het wist, opgenomen en vervolgens zijn ze letterlijk uitgetypt. In deze gesprekken gaat Endstra in op onder meer diens relatie met Willem Holleeder en andere Bekende Nederlanders met een strafblad. Het is in deze gesprekken dat Endstra een boekje opendoet over de praktijken van deze personen en aangeeft zelf door hen afgeperst te worden. Uiteindelijk zijn deze transcripten in handen gekomen van een tweetal journalisten van een landelijk dagblad. Zij hebben deze gesprekken vervolgens nagenoeg letterlijk gepubliceerd in het boek “De Endstra-tapes”.
De erven van Endstra hebben getracht de verspreiding van dit boek tegen te gaan. Hierbij hebben zij onder meer een beroep gedaan op het auteursrecht en het standpunt ingenomen dat de zogenaamde achterbankgesprekken en de transcripten daarvan zijn aan te merken als werken in de zin van de Auteurswet. Volgens die redenering is publicatie en in ieder geval ook het in druk uitgeven van deze gesprekken onderworpen aan de toestemming van Endstra en, na diens overlijden, zijn erven.
Met die visie waren Rechtbank en Gerechtshof Amsterdam het niet eens. Zo gaf het Gerechtshof Amsterdam aan dat een werk pas in auteursrechtelijke zin beschermd is indien het door de maker als “coherente creatie” is geconcipieerd. Kort gezegd meende het Gerechtshof dat een werk pas voor bescherming in aanmerking kan komen als de maker tijdens het scheppen van het werk bewust een geestelijke creatie heeft willen maken. Het Gerechtshof vond verder dat daar in dit specifieke geval geen sprake van was; volgens het hof waren de gesprekken namelijk niet bewust door Endstra in een bepaalde vorm(geving) gegoten. Het bewust willen scheppen van een werk en het bewust maken van creatieve keuzes daarbij werd feitelijk door het Gerechtshof als extra drempel opgeworpen voor het ontstaan van auteursrechtelijke bescherming. Daarmee heeft het Gerechtshof een novum toegevoegd aan het Nederlandse auteursrecht: de bewustheid.
De Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, heeft het Gerechtshof op dit punt echter teruggefloten. In het recente arrest van de Hoge Raad over deze kwestie is nogmaals bepaald dat een voortbrengsel een eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, hetgeen inhoudt dat de vorm niet ontleend mag zijn aan die van een ander werk(1). Verder is bepaald dat de eis dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker moet dragen, inhoudt dat er sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes die voortbrengsel zijn van de menselijke geest. Daarbuiten valt in ieder geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. Volgens de Hoge Raad mag echter niet de additionele eis worden gesteld dat de maker bewust een werk heeft willen scheppen en bewust creatieve keuzes heeft gemaakt. Evenmin mag worden geëist dat de maker bewust voor de vorm heeft gekozen die het werk uiteindelijk heeft verkregen. Een voortbrengsel hoeft, wil het een werk in auteursrechtelijke zin kunnen zijn, niet het karakter van een coherente creatie te hebben. De Hoge Raad heeft het Gerechtshof dus teruggefloten. De Hoge Raad heeft echter niet zelf een oordeel geveld over de vraag of de transcripten nu daadwerkelijk auteursrechtelijk beschermd zijn. Daarover dient binnenkort het Gerechtshof Den Haag zich uit te laten. De Hoge Raad heeft alleen duidelijk gemaakt dat aan de aloude criteria van eigenheid, oorspronkelijkheid en het persoonlijk stempel, geen additionele eis met betrekking tot de bewustheid van een creatie mag worden toegevoegd. Het is dus goed mogelijk dat het Gerechtshof Den Haag tot de conclusie komt dat de transcripten van de achterbankgesprekken wel degelijk auteursrechtelijk beschermd zijn. Mocht dat zo zijn, dan kan dat gevolgen hebben voor niet alleen de betreffende journalisten die het boek “De Endstra-tapes” hebben uitgegeven, maar ook voor andere situaties. Zo is al uitvoerig gespeculeerd over de vraag of Joran van der Sloot in dat geval (mede) auteursrechten geldend zou kunnen maken op de gesprekken die Peter de Vries van hem opnam. Maar denk bijvoorbeeld ook aan in het verleden opgenomen en uitvoerig aangehaalde intieme telefonische gesprekken tussen de Engelse prins Charles en zijn –inmiddels- echtgenote Camilla. Als al deze personen een beroep op auteursrechtelijke bescherming zouden kunnen doen, komt vervolgens een andere vraag naar voren en dat is in hoeverre zij zich kunnen verzetten tegen openbaarmaking van deze gesprekken. Dat zal overigens steeds afhangen van de aard van de gesprekken en de wijze van openbaarmaking. Volop voer voor discussie dus.
En zo ziet u maar: het recht is nooit saai en volop in beweging!
Mr. Luuk Jonker
(1) HR 30 mei 2008, C07/131HR.


