Holla

Algemene regeling bestuurlijke boete treedt op 1 juli 2009 in werking

De strafrechter of het Openbaar Ministerie zijn al lang niet meer de enige overheidsinstanties die kunnen straffen. Voor een groot aantal andere bestuursorganen geldt al langere tijd dat zij de mogelijkheid hebben om een bestuurlijke boete op te leggen. Bekende voorbeelden daarvan zijn de boeten die de belastinginspecteur kan opleggen voor het niet tijdig doen van uw aangifte, en de boeten die kunnen worden opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Inmiddels bestaan er ruim 80 wettelijke regelingen waarin aan diverse bestuursorganen de bevoegdheid wordt gegeven om een – niet zelden aanzienlijke – boete op te leggen.
Een werkgever die een vreemdeling zonder de vereiste werkvergunning laat werken moet rekenen op een bestuurlijke boete van € 8000 per vreemdeling. De financiële autoriteiten (de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB)) leggen regelmatig bestuurlijke boeten op aan financieeldienstverleners. Zo worden er bestuurlijke boetes opgelegd voor onzorgvuldige dienstverlening aan cliënten bij kredietverlening of voor onvolledige informatie bij advertenties over kredietverlening van € 6000. Ondernemingen moeten rekening houden met een overheid die beschikt over stevige tanden om mee te handhaven, of het nu gaat om de arbeidsomstandigheden van werknemers (Arbeidsomstandighedenwet: Arbeidsinspectie) of de Arbeidstijden van werknemers, zoals beroepschauffeurs (Arbeidstijdenwet: Arbeidsinspectie). Denk ook aan de wijze waarop met consumenten wordt omgegaan bij het sluiten van overeenkomsten op afstand (Wet handhaving consumentenbescherming: Consumentenautoriteit), voedselveiligheid (Warenwet: Voedsel- en Warenautoriteit (VWA)), de verkoop van alcohol aan jongeren (Drank- en horecawet: VWA) en het rookverbod (Tabakswet: VWA). Vanaf 1 juli aanstaande (Wet van 5 maart 2009, Staatsblad 2009, 132) kunnen gemeentelijke overheden een bestuurlijke boete opleggen voor het verhuren van woonruimte aan personen die niet over een huisvestingsvergunning beschikken, de maximumboete voor de verhuurder is € 18 500, die voor de huurder is € 340.

Gelet op die grote hoeveelheid boeteregelingen was en is er grote behoefte een aan algemene regeling. Morgen (30 juni 2009) zal de Vierde Tranche Algemene wet bestuursrecht in het Staatsblad verschijnen. De wet zal op 1 juli 2009 in werking treden. Deze wet bevat zo’n algemene regeling. Op 1 juli 2009 zal ook een grot aantal wijzigingen in al die boeteregelingen in werking treden. Deze wijzigingen zijn nodig om deze bijzondere boeteregelingen in overeenstemming te brengen met de algemene boeteregeling in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De algemene boeteregeling regelt bijvoorbeeld de verplichting voor de overheid om de overtreder te horen (bij hogere bestuurlijke boeten moet dat voorafgaand aan de eigenlijke boeteoplegging, meestal aan de hand van een boeterapport)(artikel 5:53 en 5:50 Awb) en het recht om te zwijgen (artikel 5:10a Awb). In artikel 5:41 Awb is bepaald dat er geen bestuurlijke boete kan worden opgelegd aan de overtreder die niet verwijtbaar heeft gehandeld. In de praktijk zal artikel 5:46 van groot belang zijn: de hoogte van de bestuurlijke boete moet worden afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate van verwijtbaarheid (tweede lid), en indien boetetarieven zijn vastgesteld, dient daarvan te worden afgeweken in geval de bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is (derde lid).

In de parlementaire behandeling heeft de vraag of een bestuurlijke boete ook kan worden opgelegd aan overheden veel aandacht getrokken in verband met de ontwikkelingen in het strafrecht. Inmiddels staat vast (artikel 5:1, derde lid, Awb) dat de bestuurlijke boete ook kan worden opgelegd aan rechtspersonen én aan de personen die feitelijk leiding hebben gegeven aan die rechtspersonen. Dit geldt of deze rechtspersonen tot de overheid behoren of niet. De wetgever heeft het – net als in het strafrecht – aan de rechter overgelaten hoe hiermee wordt omgegaan. Hoogstwaarschijnlijk betekent dit dat overheden in de regel niet aan boeteoplegging kunnen ontkomen.

Zie over deze algemene boeteregeling meer uitgebreid O.J.D.M.L. Jansen, Hoofdstuk 108 (De bestuurlijke boete), in: Handboek Strafzaken (losbladig en uitgegeven door Kluwer).

De Vierde Tranche Algemene wet bestuursrecht introduceert ook een belangrijke regeling van geldschulden van de overheid bij particulieren en van particulieren bij de overheid, en brengt wijzigingen aan in de regeling van de last onder dwangsom en de (last onder) bestuursdwang.

De Vierde Tranche Algemene wet bestuursrecht introduceert ook een belangrijke regeling van geldschulden van de overheid bij particulieren en van particulieren bij de overheid, en brengt wijzigingen aan in de regeling van de last onder dwangsom en de (last onder) bestuursdwang.

Wilt u meer weten? Neemt u dan contact op met:  
mr. Jan van Heijningen (T:  (073) 616 11 37, E: j.vanheijningen@holla.nl)     

Terug