De laatste tijd staan de bonussen volop in de belangstelling. In de samenleving groeit de morele verontwaardiging over exorbitante salarissen en bonussen. Je kunt je inderdaad afvragen of en in hoeverre de bonusstructuur wenselijk is en of er – in internationaal verband – gedacht moet worden om deze beloningssystematiek te beteugelen, dan wel een andere beloningsstructuur te verzinnen. De mens is namelijk kennelijk gevoelig voor financiële prikkels.
Wat nu echter met in het verleden getroffen bonusregelingen? Er gaan stemmen op in Den Haag om die alsnog wettelijk of fiscaal aan te pakken.
Maar afspraak is afspraak. Zo zit de wereld in elkaar en dat hoort ook zo te zijn. Als in het verleden bonusafspraken zijn gemaakt, moeten deze afspraken in beginsel worden nagekomen. In beginsel: niets is echter absoluut en zeker niet in het recht.
De wet biedt namelijk de mogelijkheid om gemaakte afspraken te wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden. Die omstandigheden moeten zodanig zijn, dat de andere partij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de afspraak niet mag verwachten. Deze bepaling geldt ook in het arbeidsrecht. Daarnaast biedt het arbeidsrecht specifieke bepalingen om eventueel eenzijdig in te grijpen in de arbeidsvoorwaarden. Tot slot geldt dat werkgevers zich als goede werkgevers behoren te gedragen en werknemers zich als goede werknemers.
Het is naar mijn mening niet voor discussie vatbaar, dat de kredietcrisis en de daaropvolgende economische crisis, de verleende staatssteun en wat dies meer zij, een diep ingrijpende onvoorziene financiële en economische omstandigheid is. Afhankelijk van de concrete bijzondere situatie van een onderneming betekent dit, dat een werknemer in alle redelijkheid niet meer onverkort aanspraak op zijn bonus kan maken.
Een aantal werkgevers heeft dan ook wel degelijk de mogelijkheid gehad om onder de bonusbetalingen uit te komen. Daar hebben de meeste banken echter niet voor gekozen, naar ik begrijp uit angst voor onrust binnen de onderneming. Ik begrijp dat veel banken vreesden dat – juist in deze moeilijke tijden – belangrijke medewerkers zouden vertrekken. Dat is natuurlijk een risico. Het ongemoeid laten van de bonussen is daarmee echter een (pragmatische) keuze geweest, maar (in veel gevallen) geen juridische onmogelijkheid.
In de meeste gevallen zijn de bonussen over 2008 al onvoorwaardelijk toegezegd of uitgekeerd. Deze bonustoekenningen c.q. -uitbetalingen vonden plaats nádat de kredietcrisis in alle hevigheid was uitgebarsten en nádat staatssteun was verleend. Om daar nu nog op terug te komen is wel heel erg moeilijk. Er is nú natuurlijk geen sprake meer van een onvoorziene omstandigheid, want de werkgever heeft een afweging gemaakt van alle relevante omstandigheden en besloten om – ondanks de kredietcrisis, de recessie en de staatssteun – bonussen uit te betalen. Nu die afweging is gemaakt, bestaan er geen mogelijkheden meer om uitbetaalde bonussen terug te halen. Dat zou niet alleen strijdig zijn met het adagium dat afspraken moeten worden nagekomen, maar ook met het beginsel van goed werkgeverschap. Het is dan ook niet zonder reden, dat nu door sommige ondernemingen een beroep wordt gedaan op het 'goed werknemerschap', een moreel beroep op medewerkers om ontvangen bonussen terug te storten.
Het extra belasten (bijvoorbeeld met 90 procent belasting) van deze reeds toegekende of uitbetaalde bonussen, zoals onlangs is aangekondigd in de Verenigde Staten, biedt in Nederland (en waarschijnlijk ook in Amerika) geen soelaas. Dit soort zaken kun je namelijk niet met terugwerkende kracht regelen. Verder wordt gevreesd dat dan het vast salaris ten koste van de bonus zal stijgen, waardoor de loonkosten voor ondernemingen – ongeacht het resultaat voor de onderneming – structureel zullen oplopen.
Afspraken over bonussen (in de financiële wereld) moeten op Europees c.q. mondiaal niveau worden gemaakt, en niet op lokaal niveau. Het zou niet de eerste keer zijn, dat Nederland het braafste jongetje van de klas is en zich in de eigen vingers snijdt. Het gaat hier om mensen met – naar wordt aangenomen – zeer bijzondere capaciteiten, want waarom zouden ze anders zo exorbitant veel verdienen?. Als die mensen Nederland zouden ontvluchten of niet meer in Nederland zouden willen werken, zijn wij misschien – op de lange termijn – nog verder van huis. Ook hier geldt dus dat verstand geboden is en dat wij ons niet (alleen) moeten laten leiden door sentimenten.
Door: mr. Joost Wasser, artikel is verschenen in het Eindhovens Dagblad, link.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mr. Joost Wasser, sectie Arbeidsrecht te Tilburg (T: (133) 584 08 40, E: j.wasser@holla.nl).
Voor de overige vestigingen kunt u contact opnemen met:
‘s-Hertogenbosch: mr. Mark van der Schoor
(T: (073) 616 11 00, E: m.vanderschoor@holla.nl)
Eindhoven: mr. Martijn Huisman
(T: (040) 238 06 00, E: m.huisman@holla.nl)


